Kan speelgoed je carrière voorspellen? Onze journalist deed de test …

speelgoed ridder kind
“Ik vraag me af wat Krekels aan moet met het feit dat ik in een ver verleden eerder tot een spelletje ganzenbord dan tot een spelletje schaak te verleiden was” (Michiel Leen, journalist Jobat)

In haar boek ‘Beken(d) talent’ poneert consulente Danielle Krekels een wel erg opmerkelijke stelling voor wie de job van zijn leven nog niet gevonden heeft: je favoriete speelgoed en de dingen die je als kind het liefste deed, zeggen alles over je aanleg en talenten. De getuigenissen van een stoet BV’s moeten Krekels staven in haar gelijk.

Onverhoeds wordt deze boekbespreking een stukje participatieve journalistiek. Immers, in plaats van een wat abstract gesprek te houden over boek en methode, stelt Danielle Krekels me voor om zélf de KernTalententest af te leggen. Ik ga aan de slag, met in het achterhoofd de idee dat ze aan mijn vragenlijst weinig zal hebben. Immers: wat speelde schrijver dezes als kind zo graag? Journalistje. Quod erat demonstrandum? 

Er is meer aan de hand. Krekels loodst je door 23 categorieën aan spelletjes, op vreemde wijze gegroepeerd, waarvan je moet aangeven of je ze al of niet leuk vond als kind. Ik vraag me af wat Krekels aan moet met het feit dat ik in een ver verleden eerder tot een spelletje ganzenbord dan tot een spelletje schaak te verleiden was. Of hoe mijn viscerale afkeer voor kleurenwhist tot op heden zou doorwerken in mijn professionele activiteit. Maar vooral wil ik weten: waarom is ze er zo rotsvast van overtuigd dat die lievelingsspelletjes uit je jeugd zo veelzeggend zijn voor je professionele kwaliteiten?

Jouw lievelingsspelletje?

Twintig jaar lang onderzocht Krekels, die een selectiebureau voor ingenieurs en wetenschappers leidt, naar het verband tussen de favoriete spelletjes die haar kandidaten als kind speelden en hun latere beroepskeuzes. ‘Ik had al snel door dat er een verband was tussen wat mensen als kind graag speelden en het werk dat ze later gingen doen. Alleen: wat het precies betekende, liet zich niet zo snel achterhalen. De test bevat nu een 150-tal spelletjes in 23 clusters, die samen een beeld geven van creatieve, cognitieve, psychologische, sociale , actieve en empathische vermogens van de kandidaat.’

Immers: het voorbeeld van uw dienaar, tot op heden verwoed journalistje spelend, is atypisch. ‘Bij de meeste mensen is de verhouding minder duidelijk’, zegt Krekels. ‘Dat iemand graag met autootjes speelt, betekent niet dat hij of zij later garagist zal worden. Maar de voorkeur voor dat spel, met zijn voorrangsregels en ruimtelijke dimensie, zegt heel veel over aard, potentieel én intrinsieke motivatie.’

Kleine eitjes

Uit de testresultaten leidt Krekels alle KernTalenten (KTN) van de kandidaten af. ‘Ik noem sterke KTN steevast dikke eieren die iemand per se moet leggen, de dingen waarin je uitblinkt en die idealiter ook eigenschappen van je job zijn. Omgekeerd: als die sterke KernTalenten op geen enkele manier tot uiting kunnen komen in je werk, zal je hoegenaamd geen gelukkige werknemer zijn. Kleine KTN zijn kleine eitjes, je mist het niet als je ze niet mag leggen. Maar ze kosten wel veel energie als je er dagelijks lang mee bezig moet zijn.’

Krekels’ onderzoeksmethode focust op je favoriete bezigheden in de periode tussen 4 tot 12 jaar. ‘Tijdens puberteit en adolescentie kom je bepaalde KernTalenten opnieuw tegen. Maar de adolescentie is een periode van ingrijpende verandering, waarbij ook profileringsdrang en groepsdruk erg gaan bepalen waarmee je je bezighoudt; dat vertekent het beeld enigszins. Maar de aard van het beestje, zo blijkt achteraf, is daarom niet ingrijpend veranderd.’

Om een en ander aanschouwelijk te maken, legde Krekels haar test voor aan een resem BV’s. ‘De meesten waren meteen bereid om de test in te vullen. Het zijn dan ook mensen die geloven in hun eigen talenten, weten wie ze zijn en ze staan stevig in hun kracht’, klinkt het.

Ontmaagd

Sommigen, zoals schrijver Herman Brusselmans, staken hun scepsis niet onder stoelen of banken. De schrijver trakteerde Krekels op een bloemlezing van alle argumenten tégen Krekels’ methode. Toch lijkt Brusselmans gaandeweg zijn argwaan te laten varen. Zijn uitspraak dat Krekels’ test ‘niet de bullshit is die hij had verwacht’, siert trots de cover. Professor Emeritus arbeidsrecht Roger Blanpain liet dan weer optekenen dat hij zich ‘ontmaagd’ voelde nadat Krekels zijn speelgoedvoorkeuren had gefileerd.

Recent begon Krekels in samenwerking met organisatiepsycholoog Koen Stouten (KU Leuven) aan de zoektocht naar een wetenschappelijke onderbouwing van haar hoofdzakelijk ervaringsgebaseerde methode. Na meer dan 10.000 testen laat Krekels zich sowieso niet meer van haar stuk brengen door kritiek. ‘Geloof me: ongeveer elke kandidaat die we de test laten afleggen, komt sceptisch binnengewandeld. Maar wanneer we de test overlopen in een uitgebreid gesprek, geven ze een voor een toe dat de resultaten hout snijden. Ze hebben ook allemaal het gevoel dat ze er zelf ook echt iets mee kunnen doen en hebben inzicht gekregen waarom bepaalde dingen wel en andere dingen niet goed lukken, of welke elementen al dan niet in een bij hen passende job moeten zitten.’

(ml) 

Meer info over Carrière

19/10/2012