Jo Vandeurzen: "De vergrijzing vraagt om een verschuiving van de budgetten"

Jo Vandeurzen, Vlaams minister van Welzijn (CD&V)
'Starters kiezen hun werkgever vooral op basis van doorgroeimogelijkheden. Ziekenhuizen kunnen misschien een wagen of een gsm aanbieden, maar ik betwijfel of dat doorslaggevend is' (Jo Vandeurzen)

Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V) wil van Vlaanderen een Medisch Centrum maken. Dat betekent: meer zorgpersoneel. "De vergrijzing vraagt om een verschuiving van de budgetten."

Een derde van de Vlaamse woonzorgcentra krijgt de jobaanbiedingen niet ingevuld. Een verontrustend cijfer.

Het is duidelijk dat zorgberoepen een grote prioriteit zijn. De zorg om talent in de zorgsector is niet voor niets een cruciale factor in ‘Vlaanderen in Actie’ (actieplan van de Vlaamse regering voor de toekomst van onze economie, red.). Er zijn meer inspanningen nodig om mensen warm te maken voor deze beroepen, zeker in de ouderenzorg. Dan spreek ik niet alleen over verpleegkundigen maar ook over verzorgenden.

Is het tekort groter dan ooit?

Er zijn recent succesvolle imagocampagnes gevoerd. Wellicht speelt de economische situatie daar ook haar rol in, maar het aantal studenten in het hoger beroepsonderwijs en het aantal bachelors verpleegkunde is toch serieus aan het stijgen. In de periode 2008-2009 waren er 9.573 studenten, dit schooljaar zijn er dat al 11.521. Bovendien hebben tussen mei 2008 en januari 2010 1.466 verzorgenden een bekwaamheidsattest van zorgkundige behaald. Bij mensen de ambitie losweken om meer taken uit te mogen voeren, werkt dus wel.

Toch wil maar 9 procent van de laatstejaars verpleegkunde in een woonzorgcentrum werken.

We moeten bekijken of we specifieke imagocampagnes kunnen voeren om daar iets aan te doen. Ook stage-ervaringen zijn belangrijk. Dat moeten we samen met de onderwijsverantwoordelijken onderzoeken. Maar we moeten ook een innovatief personeelsbeleid stimuleren, met een goede taakverdeling tussen de verschillende zorgberoepen zodat mensen zich daar goed in voelen. Uit het Docendo-onderzoek blijkt ook dat 32 procent van de laatstejaars zegt dat ze wél in een woonzorgcentrum willen werken als de jobinhoud wordt aangepast: minder hygiënische zorgen en meer verpleegkundige technieken. We moeten zorgpersoneel meer volgens hun competenties inzetten.

Moet de financiering dan niet worden aangepast? Woonzorgcentra klagen dat ze geen ondersteuning krijgen om een middenkader, zoals een personeelsverantwoordelijke, aan te stellen.

Dat moet een aandachtspunt zijn, maar het is niet enkel een kwestie van budget. Schaalgrootte speelt ook een rol. De koepels van zorginstellingen moeten hier ook de schouders onder zetten. Toch voelen woonzorgcentra zich benadeeld ten opzichte van ziekenhuizen. Ze kunnen bijvoorbeeld niet dezelfde extralegale voordelen aanbieden aan hun zorgpersoneel. Sinds 2000 zijn er heel wat inspanningen gedaan om de verloning op hetzelfde niveau te krijgen. Ik heb geen kijk op wat er op het terrein wordt aangeboden bovenop de CAO-lonen. Maar ik kan me voorstellen dat grote organisaties zoals ziekenhuizen soms allerlei extra’s aanbieden. Maar starters kiezen vooral op basis van doorgroeimogelijkheden, het feit dat men verantwoordelijkheden kan opnemen, de tijd die men voor patiënten kan maken en de compensaties voor onregelmatige prestaties. Wellicht hebben ziekenhuizen meer mogelijkheden om een bedrijfswagen of een gsm aan te bieden, maar ik betwijfel of dat doorslaggevend is.

Heel wat woonzorgcentra hebben het moeilijk om aan de 24-uurpermanentie te voldoen. Moet de normering herbekenen worden?

Dat zijn Vlaamse normen, maar de normen waarop de financiering is afgestemd zijn de normen van de ziekteverzekering. Als we daar iets aan willen doen, moeten we in het kader van de ziekteverzekering kijken wat mogelijk is. Momenteel is het ‘Protocol 3’ zo goed als uitgerold (protocolakkoord tussen de federale overheid en de regio’s over het te voeren ouderenzorgbeleid, red.). We gaan dus naar een nieuw protocol. Centrale vraag daarbij is wat er met de financiering van de rust- en verzorgingstehuizen door het Riziv moet gebeuren. Dat staat nog niet formeel op de agenda, maar Vlaanderen - en wellicht ook het federale niveau - zal eerst een evaluatie maken van Protocol 3. Van de uitbreiding van het aantal RVT-statuten bijvoorbeeld.

In 2050 zouden er driemaal zoveel 80-jarigen zijn en tienmaal zoveel 100-jarigen. Is het niet al vijf over twaalf?

Er zijn manifeste knelpunten en we zullen in een versnelling hoger moeten gaan. Vanuit die bezorgdheid is er in het kader van het werkgelegenheidsplan dat Vlaanderen met de sociale partners heeft afgesloten 1,3 miljoen euro voorzien in 2010 en nog eens in 2011 voor extra opleidingen van polyvalente verzorgenden, zorgkundigen en verpleegkundigen. Let wel, dit is niet enkel een verhaal van werkgelegenheid. Ook de solidariteit van mantelzorgers en binnen gezinnen is belangrijk.

Legt de crisis dan geen budgettaire druk op de zorgsector?

Het zou niet verantwoord zijn om geen middelen uit te trekken nu de vraag naar goede werkkrachten in de sector zo groot is, zeker in tijden van crisis en hoge werkloosheid. Maar de crisis drukt uiteraard op de budgettaire verwachtingen. Het Riziv beseft ook dat er een verschuiving van budgetten moet komen als je in een vergrijzende samenleving dezelfde zorgkwaliteit wil aanbieden. Op Vlaams niveau hebben we van welzijn, en dus van ouderenzorg, een budgettaire prioriteit gemaakt. Gaan we daarmee alle knelpunten oplossen? Die illusie mogen we niet koesteren, maar iedereen binnen de gezondheidszorg beseft dat er nieuwe inspanningen, zeker voor ouderenzorg, moeten komen.

(ks)    

Meer info over Gezondheid

05/03/2010