Is er plaats voor idealisme op de werkvloer?

Eelco van den Dool
“Idealisme is geen pretje. Je krijgt tegenslagen, verdriet en pijn op je pad” (Eelco van den Dool, auteur ‘Effectief Idealisme’)

Op het eerste zicht misschien niet, verzucht bedrijfskundige Eelco van den Dool. ‘Mensen zeggen niet graag dat ze idealisten zijn. Er hangt nog altijd een taboesfeertje rond.’

Samen met Marjan van Dasselaer schreef van den Dool het boek Effectief Idealisme. Het duo adviseert ook professionals die werk willen maken van hun idealen. ‘Als je doorvraagt, blijkt er bij heel wat werknemers een zeker idealisme aanwezig te zijn. In het huidige tijdsgewricht zijn de conservatieve standpunten echter in de mode. De jaren 60 en 70 waren een pak progressiever. Toen kon je er gerust voor uitkomen dat je de wereld wilde verbeteren. Nu overheerst de berusting: ach, je kunt toch niets aan de werkelijkheid veranderen. Mensen denken niet in idealen, maar in termen van efficiëntie en winst.’

Maar u gelooft dat het anders kan?

Absoluut. Heel wat bedrijven zijn toch met maatschappelijk verantwoord ondernemen bezig? We zijn de laatste tijd met behoorlijk wat crisissen geconfronteerd: de financiële crisis, de energiecrisis, samenlevingsproblemen. Die dwingen ons na te denken over de richting die we met onze samenleving uit willen. Ik zie idealisme als een vorm van levenskunst: je vraagt je af hoe je kunt bijdragen aan een betere samenleving.

Mensen durven hun idealen weleens onderweg te verliezen.

Wat helpt, is de vraag stellen waar je boos van wordt of waar ben je bang voor bent. Die ongerustheid of woede kan een goede voedingsbodem zijn. Als je een ideaal kiest dat in jouw leven past, zal je het niet zo snel verliezen. Dat is me bijgebleven van mijn gesprekken met idealisten: hun idealen vertrekken van dingen die ze zelf hebben meegemaakt, het zijn thema’s die hen nooit meer loslaten. Ik denk aan Willemijn Verloop van War Child Nederland, die tijdens de Balkanoorlog in Bosnië actief was als diplomate. Na een tijdje begon het bij haar te knagen dat het lobbyen zo weinig direct effect had. Toen ze in aanraking kwam met War Child, een organisatie die psychosociale hulpverlening biedt aan kinderen in oorlogsgebieden, besloot ze zich daarvoor te gaan inzetten.

‘Leer de verborgen dynamiek van voortstuwende krachten kennen’, lees ik in jullie boek. Welke krachten zijn dat?

Idealen zijn klein en lijken aanvankelijk weinig slaagkansen te hebben. Het komt erop aan jezelf even klein te maken en open te staan voor de kansen die zich aanbieden. Had Rudolf Mees, een van de drijvende krachten achter Triodos Bank, zich eind jaren 60 tot doel gesteld een duurzame bank op te richten met 500 medewerkers en vestigingen over heel Europa, dan zou hij wellicht niet in zijn opzet zijn geslaagd. Hij begon net heel klein, als bemiddelaar tussen sociale projecten en geldschieters. Hij gaf lezingen en steeds meer mensen kwam op hem af met ideeën die hem vooruit stuwden. Op die manier kon een haast onbetekenend initiatief stilaan tot een toonaangevende organisatie uitgroeien. De les die je daaruit kan trekken: je moet geen al te grote sprongen willen maken. Idealisme is een werk van lange adem. ‘Een idealist denkt in decennia’, zegt Nico Roozen, een van de grondleggers van fair trade-label Max Havelaar.

U deed onderzoek naar de drijfveren van werknemers die met sociale innovatie bezig zijn. Wat viel u op?

Dat ook die mensen weten wat het betekent om klein te zijn en kansen af te wachten. Carin ten Hage, directeur van het duurzaamheidsprogramma bij TNT, gebruikt daar surftaal voor. ‘Ik loer op golven en als er een goeie aankomt, spring ik erop’, zei ze me. Haar duurzaamheidsprogramma is bijna letterlijk op een zolderkamertje begonnen. Met kleine stapjes maakte ze vorderingen; ze zorgde ervoor dat alle medewerkers zich bewust voor hetzelfde doel inzetten. Ze besefte ook dat haar eigen rol na tien jaar uitgespeeld moet zijn; op dat moment zou de duurzaamheid in alle hoofden moeten zitten. Het succes van de idealist bestaat erin dat hij zelf overbodig wordt. Die gedachte kan vervelend zijn. Je moet echt wel het vertrouwen hebben dat er daarna weer iets nieuws op je af zal komen.

Idealen lijken per definitie iets voor de zachte sector.

Integendeel, de bedrijfswereld lijkt mij net een belangrijk mechanisme voor het realiseren van idealen. We hebben de vrije markt nodig om maatschappelijke problemen op te lossen. De tijd van de almachtige overheid is voorgoed voorbij. Ondernemingen zijn er ook niet enkel om de directeur rijk te maken en de aandeelhouders te plezieren. Zo dacht men er in de jaren 90 over, maar dat systeem is intussen geïmplodeerd. Het idealisme in het bedrijfsleven schuilt overigens niet altijd in grote plannen. Een creatieve oplossing bedenken voor een langdurig zieke medewerker is ook een idealistisch streven.

Zijn er ook nadelen verbonden aan een leven als idealist?

Het is niet altijd een pretje. Je krijgt tegenslagen, verdriet en pijn op je pad. Ik heb pas nog met een ondernemer gesproken die zijn bedrijf heeft gedemocratiseerd, zodat de werknemers meer inspraak zouden krijgen. Van de vakbonden kreeg hij enkel tegenwerking, collega-ondernemers verklaarden hem gek en die democratisering juridisch verankeren, bleek ook niet echt evident. Bovendien waren er medewerkers die er het nut niet van inzagen. ‘Laat ons maar gewoon ons werk doen’, die houding namen ze aan. Het vergde, kortom, een jarenlange strijd. Idealen kunnen dus ook echt wel een last zijn. Maar als je in ze gelooft, dan zet je door.

Hoe vind je daar de nodige moed voor?

‘Met mijn ideaal staat de zin van mijn leven op het spel’, zeiden sommige mensen die ik voor het boek interviewde tegen me. Wat mensen te weinig doen, is gelijkgestemden zoeken. Vaak voelen idealisten zich geïsoleerd. In de trainingen die ik geef, wijs ik daarop: je strijdt niet alleen.

((pvd) - Meer info: www.effectiefidealisme.nl

10/06/2011

  • 10 juni 2011