Intellectuele rechten hebben wettelijk kader nodig

Bedrijven hameren op innovatie, maar honoreren nauwelijks de werknemers die daar een aandeel in hebben. Medewerkers die aan de basis van octrooieerbare uitvindingen liggen, moeten vaak zonder financiële compensatie hun intellectuele rechten afstaan. ‘Er is dringend een correctiemechanisme nodig’, zegt advocate Ilse Van Puyvelde.

De auteursrechten kennen we allemaal wel. Maar wie wist dat er ook zoiets bestond als het ‘kwekersrecht’, voor de ontwikkeling van nieuwe plantenrassen, wat bijvoorbeeld van toepassing kan zijn bij genetische manipulatie? En dat ook tekeningen en modellen van vormgevers, chips en databanken beschermde creaties zijn: is dat algemeen geweten?

‘Ik vrees dat werknemers er zich niet altijd van bewust zijn dat zij een beschermde of beschermbare creatie mee hebben gerealiseerd’, bekent Ilse Van Puyvelde, advocaat en onderzoeker aan de Universiteit Antwerpen. ‘Uitvindingen zijn niet alleen grote en tot de verbeelding sprekende creaties, het kan ook om heel kleine procedés of verfijningen gaan. Een nieuwe toepassing van een middel bijvoorbeeld. Neem nu caroteen, dat eerst gekend was als geneesmiddel, en pas nadien als middel om te bruinen.’

Ruime auteurswetgeving

Op vraag van bediendevakbond LBC deed Ilse Van Puyvelde onderzoek naar de intellectuele rechten van werknemers. ‘Wat mij zelf heel erg is opgevallen tijdens dat onderzoek, is het zeer ruime toepassingsgebied van het auteursrecht. Zo kunnen ook een advies geformuleerd door een bedrijfsjurist, een marketingstudie opgesteld door een werknemer van de marketingafdeling, de grafieken opgemaakt door iemand van de salesdienst en de technische rapporten en tekeningen van een ingenieur in een verkoopsbrochure auteursrechtelijke bescherming genieten.’

In de auteurswetgeving staat dat de werknemer de vermogensrechten toe komen op de werken tot stand gebracht in de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst of statutaire betrekking: dat wil zeggen dat hij het recht bezit ze te exploiteren. Daar kan wel contractueel van afgeweken worden, en dat gebeurt ook vaak. De contractvrijheid laat de werkgever toe al dan niet een vergoeding te voorzien voor de overdracht van de vermogensrechten. De Auteurswet schept de mogelijkheid om de omvang van de overdracht en de modaliteiten in een collectieve overeenkomst te bepalen. De VRT heeft bijvoorbeeld zo'n overeenkomst.

Eén uitzondering

Ook voor andere intellectuele eigendomsrechten bestaat een wettelijk kader. Slechts één uitzondering: de octrooieerbare uitvindingen. Werknemers die een vondst doen waar een octrooi voor aangevraagd kan worden, zijn momenteel afhankelijk van de contractuele regelingen.

‘Die zijn doorgaans eenzijdig in het voordeel van de werkgever opgesteld’, constateert Ilse Van Puyvelde. ‘Vaak zijn in het contract standaardclausules opgenomen, waarbij de werknemer afstand doet van alle vermogensrechten, zonder enig recht op een vergoeding.’

Geen onderscheid

Werkgevers maken daarbij geen onderscheid tussen afhankelijke of dienstuitvindingen. Toch is er een wezenlijk verschil. Bij dienstuitvindingen zijn de vermogensrechten altijd voor de werkgever. Dat houdt in dat de werkgever het recht heeft om een octrooiaanvraag in te dienen of de uitvinding als fabrieksgeheim te behouden, het recht heeft om de uitvinding te exploiteren, evenals het recht om licenties te verlenen en de uitvinding over te dragen aan derden.

Dienstuitvindingen realiseert een werknemer in zijn functie. Is hij innovatief buiten zijn functie, dan spreken we over een afhankelijke uitvinding. Het initiatief komt dan van de werknemer, al staat het niet helemaal los van de arbeidsovereenkomst. Bij een afhankelijke uitvinding kan de medewerker bij de verwezenlijking gebruik hebben gemaakt van bedrijfsmiddelen, met inbegrip van de knowhow van de onderneming, werd hij geholpen door collega's of ontwikkelde hij het tijdens de reguliere werkuren.

Discutabele houding

Dat de werkgevers zich de vermogensrechten van afhankelijke uitvindingen toe-eigenen, zonder financiële compensatie, is discutabel. De grote onduidelijkheid die hierover bestaat, helpt de werknemers niet echt: de rechtsleer is niet eenduidig en helaas is er ook weinig gepubliceerde rechtspraak.

Toch waren er recent enkele voorbeelden van werknemers die op hun strepen stonden. Zo was er een personeelslid van Interbrew, dat verantwoordelijk was voor een project dat het filterproces bij het bierbrouwen moest optimaliseren. Voor de gevonden oplossing vroeg het bedrijf een octrooi aan. De werknemer eiste een vergoeding voor de overdracht van de vermogensrechten. Zijn argument was dat hij op de juridische dienst was tewerkgesteld: de uitvinding gebeurde dus buiten zijn gewone functie. Uiteindelijk besliste het Arbeidshof toch dat het niet bewezen was dat het om een afhankelijke uitvinding ging.

België loopt achter

Het onevenwicht tussen werkgever en werknemer bij octrooieerbare uitvindingen vindt Ilse Van Puyvelde een lacune in onze wetgeving. ‘Dat België nog steeds geen regeling kent voor werknemersuitvindingen kunnen we enkel betreuren. Er is dringend een correctiemechanisme en meer rechtszekerheid nodig. We zijn het enige EU-land zonder regeling. Dat we de laatste zijn, heeft evenwel een voordeel. We kunnen rondom ons kijken hoe het elders geregeld is en leren van het parcours dat ze daar hebben afgelegd. We kunnen bijvoorbeeld zeker inspiratie halen bij Frankrijk. Voor dienstuitvindingen voorzien ze daar een loonsupplement. Voor de afhankelijke, opeisbare uitvindingen is er een gepaste vergoeding, die in principe iets hoger ligt dan het loonsupplement.’

Volledig windstil was het de voorbije jaren nu ook weer niet in België. Zo heeft professor Marie-Christine Janssens, verbonden aan de KU Leuven, al in 1996 een wettelijke regeling uitgewerkt. Er zijn rechtsfiguren zoals de vermogensverschuiving zonder oorzaak, die dient om ongerechtvaardigde verrijkingen te corrigeren, en de gekwalificeerde benadeling, die buitensporige contractuele regelingen kan corrigeren. ‘Helaas ben ik er niet zeker van dat dit soort rechtsfiguren zo makkelijk door arbeidsrechters zullen gevolgd worden’, luidt de vrees van Ilse Van Puyvelde.

Wettelijk kader nodig

De Raad voor de Intellectuele Eigendom, een werkgroep van experten (onder wie professor Janssens) en vertegenwoordigers van partijen die betrokken zijn bij intellectuele eigendom, buigt zich verder over de materie, maar snelle resultaten moeten er niet van verwacht worden.

Ilse Van Puyvelde stelt als voorlopige alternatieve piste voor dat de sociale partners ook cao's voor uitvindingen afsluiten. ‘Het meest ideale zou zijn, zoals bij het auteursrecht, dat er een wettelijk kader komt voor het mechanisme van de overdracht en dat de omvang en de modaliteiten van de intellectuele rechten worden opgenomen in een cao’, meent de onderzoekster. ‘Op die manier kun je heel precies gaan werken.’

De hamvraag is waarom er tot nu toe zoveel terughoudendheid is bij de werkgevers om een regeling te accepteren waarbij bijvoorbeeld een extra vergoeding bovenop het loon komt wanneer het octrooi een uitzonderlijk voordeel oplevert voor het bedrijf. Hun houding blijft: ‘Er zijn geen problemen, waarom zouden we?’.

Vergoeden stimuleert

Ze vergissen zich volgens Ilse Van Puyvelde. ‘Er zijn wél problemen, alleen is het voor werknemers niet evident om juridische stappen te ondernemen tegen de werkgevers bij wie ze in dienst zijn. Werkgeversorganisaties argumenteren dat een regeling de innovatie zal afremmen. Dat houdt geen steek, want de ons omringende landen hebben er wél één en die doen het op innovatief vlak zeker niet slechter dan ons.

Bovendien waren het in het buitenland economische overwegingen die de wetgevers ertoe overhaalden de vergoedingsaanspraken van werknemers te erkennen. Ze wilden de werknemers extra stimuleren bij de uitoefening van hun onderzoekstaken door financiële verwachtingen te creëren.

Het recht op een bijkomende vergoeding werkt ook motiverend. De wetenschap dat alle voordelen van de arbeid, ongeacht de waarde van de geleverde prestaties, zonder meer naar de werkgever gaan, is niet bepaald stimulerend om inventieve inspanningen te blijven leveren.’

(pvd) - ‘Intellectuele rechten van werknemers’, Ilse Van Puyvelde, 2012, uitgegeven bij intersentia. 

10/05/2012

  • 10 mei 2012