Ingenieursbureaus tekenen voor duurzame toekomst

Jan Bosschem is de nieuwe ceo van ORI, de brancheorganisatie van advies- en ingenieursbureaus. De sector staat op een keerpunt, en de nieuwe ceo wil meer aandacht voor waarden als duurzaamheid en het maatschappelijk draagvlak voor grote bouw- en infrastructuurprojecten.

15 mei 2015

Delen

Jan Bosschem
"De tijd dat je alleen met de opdrachtgever moest overleggen is voorbij.” (Jan Bosschem, ceo ORI)

De brancheorganisatie ORI vertegenwoordigt vanuit haar Brusselse hoofdkwartier zestig Belgische advies- en ingenieursbureaus met samen zevenduizend werknemers. Bij de leden zitten zowel kleine en middelgrote ondernemingen als grote kleppers zoals Tractebel Engineering, Arcadis en Grontmij.

"Een advies- en ingenieursbureau zorgt voor het ontwikkelen, ontwerpen, begeleiden en optimaliseren van projecten in wat wij de 'bebouwde omgeving' noemen", legt ceo Jan Bosschem uit. "Daaronder verstaan we kantoorgebouwen, industriële gebouwen, waterzuiveringsinstallaties, infrastructuurprojecten, ziekenhuizen, culturele centra ….”

Grote bureaus volgen zo'n project op tijdens de hele levensduur, vanaf de eerste haalbaarheidsstudies en studies over de impact op milieu en landschap, over de uitwerking via project- en proces management, tot de voltooiing. Kleinere bureaus zijn vaak gespecialiseerd in één onderdeel daarvan, bijvoorbeeld energie-audits, of in een niche zoals wegenbouw of tunnels. "We zijn op zich niet zo'n grote sector, maar de economische impact is erg groot – het gaat over investeringen van samen ettelijke miljarden euro's", zegt Jan Bosschem.

Slimme steden

Sinds de financiële crisis in 2008 heeft de sector het moeilijk, omdat er minder geïnvesteerd wordt in grote projecten. Met een strategisch plan wil de nieuwe ceo daar verandering in brengen. Jan Bosschem was negen jaar bestuurder van de Europese organisatie EFCA (European Federation of Engineering Consultancy Associations) en tekende daar een toekomstvisie voor de sector uit. "We moeten evolueren naar 'smart cities', die de manier waarop mensen in dichtbevolkte gebieden samenwonen veranderen. Samen met architecten en aannemers moeten we zoeken naar innovatieve en creatieve oplossingen. Die zullen zorgen voor een groei die duurzaam, intelligent en inclusief moet zijn."

De nieuwe ceo is ervan overtuigd dat advies- en ingenieursbureaus bij nieuwe projecten meer aandacht moeten hebben voor maatschappelijke waarden en duurzaamheid. "Dat is de enige manier om waarde te creëren voor onze klanten en voor de maatschappij. En het is de enige manier om los te komen uit de helse concurrentiestrijd die nu woedt."

Ook de manier van samenwerken en communiceren is geëvolueerd, zegt Bosschem. "De tijd dat je alleen met de opdrachtgever moest overleggen is voorbij. De maatschappij is veranderd. Om een draagvlak te creëren voor een groot project moet je alle stakeholders erbij betrekken. Neem nu Ringland, het project om de Antwerpse ring te overkappen. Dat is iets nieuws: een burgerinitiatief dat bezorgd is om de leefbaarheid van de stad, en zelf op een slimme manier het heft in handen genomen heeft en studies laat uitvoeren. Ik spreek me er niet over uit of Ringland er moet komen, maar het illustreert wel wat er veranderd is."

Advies- en ingenieursbureaus zijn gebonden door een sterke deontologie, zegt Bosschem. "We moeten maatschappelijk verantwoord ondernemen en het algemeen belang vooropstellen. Daarbij is onze onafhankelijkheid heel belangrijk. We verdedigen uiteraard de belangen van onze klant, maar houden altijd rekening met de maatschappelijke context." Bosschem ijvert ook voor faire en transparante contracten om eerlijke concurrentie binnen de sector te waarborgen.

Profielen

Jan Bosschem neemt zich ook voor om de slagkracht van ORI te vergroten. De organisatie heeft nu twee vaste medewerkers in dienst, die ondersteund worden door vrijwilligers die de leden ter beschikking stellen. Daarnaast lopen er drie onderzoeksprojecten met steun van het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie (IWT). Een daarvan is gericht op de exportmarkt. "Ondanks de uitstekende reputatie van Belgische ingenieurs en universiteiten, zijn er slechts weinig van onze leden in het buitenland actief", weet Jan Bosschem. Een praktijkcase in Mozambique moet de leden inspireren om buiten de landsgrenzen te kijken.

De advies- en ingenieursbureaus stellen vooral burgerlijk ingenieurs en industrieel ingenieurs tewerk. Daarnaast hebben ze nog andere technische profielen nodig, zoals ontwerpers-tekenaars en technici met een specialisatie in bijvoorbeeld elektriciteit. Ondanks deze crisis blijft het moeilijk om voldoende ingenieurs te vinden, omdat er te weinig afstuderen. Daarom wil ceo Jan Bosschem ook het imago van de sector verbeteren. Dat is heel belangrijk om jonge mensen aan te trekken. Zij moeten voor de nodige creativiteit en innovatie zorgen.

"Jongeren hebben vaak een verkeerd beeld van werken in een bureau. Ze denken dat ze de hele dag achter de computer zitten om plannen te tekenen of berekeningen te maken. Er komt veel meer bij kijken; je moet overleggen met klanten, werven bezoeken, goed kunnen communiceren." Dat je de kans krijgt om mee te bouwen aan de toekomst, is volgens Jan Bosschem mooi meegenomen. "Als je kunt meewerken aan een project als de Oosterweelverbinding, de heraanleg van de Brusselse ring of een dossier als Ringland, kun je echt wel een verschil maken."

(wv) 

Ontvang de nieuwste tips over werk en carrière

Meer dan 440.000 Jobat gebruikers zijn wekelijks op de hoogte

Aanbevolen jobs

Wij jij ook meer verdienen, leukere collega's of minder file ?

De job werd bewaard

Je kan je bewaarde jobs terugvinden onderaan deze pagina, maar ook op de homepage en in Mijn Jobat.

Wil je ze ook op andere toestellen kunnen bekijken? Meld je dan aan.