Iederéén wil betere balans tussen werk en privé

Een juiste verhouding tussen werk en privé blijft dé uitdaging voor de komende jaren. Uit een recente bevraging van ACV Limburg blijkt dat maatregelen als tijdkrediet erg belangrijk zijn voor werknemers. Zowel bedienden als arbeiders snakken naar meer ‘werkbaar’ werk. Daar komt nog bij dat ook een derde van de zelfstandigen ontevreden is over de work-life balance, zoals dat in het Engels heet. Ze hebben te weinig tijd voor het gezin, luidt de conclusie van HR-dienstverlener Acerta. Een pasklare oplossing is er echter niet.

De werknemers van ACV Limburg zijn de straat opgetrokken om aan 1.066 mensen te vragen wat ze vinden over de flexibiliteit in hun job. Daaruit komt vooral de conclusie dat de flexibiliteit niet alleen de werkgever goed moet uitkomen, maar ook rekening moet houden met wat de werknemers praktisch haalbaar vinden. Zo zijn de variabele uurroosters in veel bedrijven heel gewoon, maar worden ze niet op tijd aan de werknemers doorgegeven. De betrokkenen pleiten ervoor om minstens een week op voorhand te weten wanneer ze moeten komen werken, zodat ze met de andere gezinsleden, vrienden en het verenigingsleven goede afspraken kunnen maken.

Voorts vinden de loontrekkenden dat flexibele systemen die toelaten om even op adem te komen, zeker moeten blijven bestaan. Het gaat dan over vormen van tijdkrediet, ouderschapsverlof en arbeidsduurvermindering voor oudere werknemers (de zogenaamde ‘landingsbanen’). Zeker als de pensioenleeftijd wordt opgetrokken, zou het werk beter gespreid en in functie van de omstandigheden moeten verdeeld worden, zo vinden de respondenten. Nog een voorbeeld daarvan is het ‘loopbaansparen’, waarbij overuren of anciënniteitsdagen worden opgespaard om op het einde van de carrière het iets rustiger te kunnen doen.

Op maat

Anderzijds mag de flexibiliteit ook niet te ver gaan. Het voorstel van de werkgevers (en een aantal politici) om toe te laten dat op piekmomenten langere werkweken worden ingevoerd (boven 38 uur), die dan in kalme periodes gedurende het jaar worden gecompenseerd met minder volle uurroosters, kan slechts bij een kwart van de werknemers op bijval rekenen.

“De Limburger is niet tegen flexibiliteit, maar het mag geen eenzijdig voordeel voor de werkgever zijn”, vindt ACV-voorzitter Jean Vranken. “Er moeten voldoende faciliteiten zijn zodat de loontrekkenden zelf de flexibiliteit op zijn maat kan invullen. Dat is echt nodig omdat de afstemming van werk op privéleven als een hele grote uitdaging wordt beschouwd.”

Zelfstandigen

Het zijn overigens niet alleen de werknemers die worstelen met de werk-privébalans. Een derde van de zelfstandigen klaagt steen en been over het onevenwicht, zo blijkt uit een onderzoek van HR-dienstverlener Acerta. “De vele werkuren zijn met stip het grootste pijnpunt, maar de tevredenheid van de zelfstandigen hangt ook grotendeels af van het aantal jaren activiteit en van het aantal werknemers in dienst”, weet de Hasseltse kantoordirecteur Gert Mertens. “Het aanwerven van de eerste personeelsleden blijkt geen verbetering te brengen. Daarentegen wordt het dan net moeilijker om de verhouding tussen werk en privé in balans te houden.”

De enquête van Acerta werd afgenomen bij meer dan 2.000 zelfstandigen. “We zien dat voor zelfstandigen in ons land de balans vooral niet in evenwicht is op privévlak”, legt Gert Mertens uit. “Maar liefst 31% is niet gelukkig met wat ze kunnen doen voor hun gezin, zoals samen uitgaan of helpen in het huishouden. Ze ervaren tevens tijdsgebrek voor hun persoonlijke ontwikkeling, bijvoorbeeld het volgen van een opleiding. Een vijfde geeft aan dat ze ontevreden zijn over realisaties op vlak van werk. Ze moeten veel inboeten op sociale activiteiten of tijd met het gezin, omdat ze hun werktijden minder kunnen bepalen en langere dagen moeten presteren.”

Energie in begin

Er blijkt wel een groot verschil tussen zelfstandigen in hoofdberoep en in bijberoep. “Zij die er voltijds mee bezig zijn vertonen een groot enthousiasme gedurende het eerste jaar van hun activiteit, maar al vanaf het tweede jaar gaat het bergaf”, aldus nog Gert Mertens.

“Tijdens het eerste jaar van de uitoefening van een zelfstandige activiteit blijkt slechts 28% het moeilijk te hebben met de werk-privébalans. Ze zitten nog vol energie om hun business uit te bouwen en kijken niet op een uur meer of minder. Het aantal ontevredenen stijgt echter naargelang het aantal werkjaren toeneemt. We zien een dieptepunt wanneer zelfstandigen tussen 6 en 10 jaar actief zijn, want dan is maar liefst 46% ontevreden over zijn werk-privébalans.”

Stress van medewerkers

De bijberoepers hebben doorgaans een positiever beeld. “Zij oefenen hun zelfstandigenactiviteit uit om een extra uitdaging in het leven te hebben en om een afwisseling te zoeken met hun job in dienstverband”, weet de kantoordirecteur. “Bij deze groep zien we de ontevredenheid pas opkomen na tien jaar activiteit.”

Tot slot blijkt er een verband tussen ontevredenheid en het aantal werknemers dat in dienst is. “Klopt, want 35% van de zelfstandigen die alleen werkt, geeft aan dat de werk-privébalans beter kan. Toch toont de studie aan dat vanaf het moment dat zelfstandigen gaan aanwerven, de stress en ontevredenheid met zienderogen stijgt. 46% van de mensen die 1 of 2 krachten in dienst hebben, voelt een vorm van onbehagen. 48% van de zelfstandigen die 3 tot 5 werknemers tewerkstellen, zijn ontevreden met hun situatie. Wanneer er meer dan zes medewerkers in dienst zijn, zien we dat de levenskwaliteit van de zelfstandigen terug beter wordt. Hoe meer werknemers, hoe meer er gedelegeerd wordt, en hoe groter de kans dat er een HR-medewerker aangeworven wordt die de ondernemer kan bijstaan”, besluit Gert Mertens.

(km) 

Meer info over Stress , Gelukkig op het werk , Evenwicht werk-privé , Gezondheid , Werkplek

01/02/2017