Huidige arbeidswetgeving kost jobs volgens helft werkgevers

"Door het verdwijnen van de proeftijd investeren bedrijven meer tijd in het rekruteringsproces, waardoor het langer duurt om te beslissen.” (Siska Van Cauwenberge, district manager Tempo-Team)

De huidige arbeidswetgeving kost volgens drie op de vier kmo's en ruim de helft van de grote bedrijven jobs. Werkgevers vragen een meer flexibele regeling voor overuren en nachtwerk en willen dat het eenheidsstatuut voor arbeiders en bedienden verder geharmoniseerd wordt.

Eén jaar na de gelijkschakeling van het arbeiders- en bediendenstatuut bestaan er nog te veel verschillen tussen beide groepen. Vooral kmo's zijn erg ontevreden. Slechts een op de vijf kleine ondernemingen vindt het huidige eenheidsstatuut een goede zaak. Van de grote bedrijven vindt drie kwart dat.

Allemaal zijn ze het erover eens dat het nieuwe eenheidsstatuut hun hr-beleid moderniseert, maar ook een rem zet op de vaste rekrutering van werknemers. Dat blijkt uit een bevraging door Tempo-Team bij een steekproef van 200 Belgische bedrijven.

Volgens 8 op de 10 bedrijven moet de arbeidswetgeving worden vernieuwd. De helft vindt dat de huidige wetgeving weegt op de tewerkstelling. Het stokpaardje is meer flexibiliteit, zowel op het vlak van de werktijden als wat betreft de afspraken hierover. Ruim de helft van de ondervraagden ziet deze het liefst op het niveau en maat van zijn bedrijf gebeuren en niet of minder via wetgeving of cao’s.

Aarzelend aanwerven

De belofte van de regering en afspraken binnen het regeerakkoord om een regeling te vinden voor nachtwerk in logistieke centra en e-commerce bedrijven komen niets te vroeg. Ruim de helft van de werkgevers wil het verbod afschaffen en een kwart geeft aan dat ze nieuwe investeringen in logistieke centra eerder in Nederland en Duitsland zouden doen. Uit de studie blijkt dat vooral grote bedrijven vragende partij zijn, voor kleinere bedrijven speelt dit minder.

Twee derde van de werkgevers wil dat de nog bestaande verschillen in de statuten van arbeiders en bedienden snel verdwijnen. Volgens bijna de helft van de ondervraagde bedrijven veroorzaakt dit onnodige complexiteit en bemoeilijkt het de toepassing van het eenheidsstatuut.

Het meest urgent is, volgens ruim de helft, de gelijkschakeling van de voorwaarden voor tijdelijke werkloosheid, het gewaarborgd loon bij arbeidsongeschiktheid en de aanvullende pensioenregeling. “Het veralgemenen van de mogelijkheid tot tijdelijke werkloosheid zal de vaste rekrutering van bedienden ten goede komen. Nu aarzelen bedrijven om mensen aan te werven omdat ze niet zeker zijn van het volume aan werk”, zegt Siska Van Cauwenberge, district manager bij Tempo-Team.

Minder dringend zijn de eengemaakte lijsten voor sociale verkiezingen, een identieke regeling voor het vakantiegeld en uniforme werkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid.

Voorzichtiger met ontslag

Eén jaar nadat het eenheidsstatuut van kracht werd, zijn bedrijven het er niet over eens of de regeling een goede zaak is. Van de kleine en middelgrote bedrijven staat amper 1 op de 5 ondervraagden positief tegenover de hervorming.

Minder dan de helft van de kmo's (44%) slaagt erin om het complexe eenheidsstatuut toe te passen, tegenover 65% van de grote bedrijven. Bij deze laatsten zijn dan ook 2 op de 3 werkgevers tevreden over het nieuwe statuut, al vinden zij het kostenplaatje erg duur.

De nieuwe regeling brengt vooral een verdere professionalisering van het hr-management met zich mee. Dit gebeurde volgens ruim de helft van de ondervraagden zowel op het vlak van rekrutering, als voor de evaluatie en opvolging van werknemers en voor de ontslagprocedure.

Voor dit laatste geldt vandaag een motiveringsplicht. Hierdoor ziet de grote meerderheid (75%) van de bedrijven meer en beter toe op het functioneren van zijn werknemers. Twee op de drie gaan omzichtiger dan voorheen om met ontslag. “De motivatieplicht heeft een positieve impact op de evaluatie en opvolging van werknemers. Werkgevers beseffen de noodzaak van een goed onderbouwd personeelsdossier. Ook op dit vlak heeft de modernisering van de arbeidswetgeving een professionalisering van het hr-beleid tot gevolg”, aldus Siska Van Cauwenberge.

Rem op vaste rekrutering

Het valt op dat door de afschaffing van de proeftijd 2 op de 3 bedrijven starters eerst een contract van bepaalde duur aanbieden. De helft doet ook meer beroep dan voorheen op uitzendkrachten. Minder positief is dat meer dan de helft van de bedrijven en in het bijzonder de kleinere (66%) langer wachten alvorens over te gaan tot rekrutering of deze gewoon uitstellen tot het niet meer anders kan.

1 op de 3 neemt minder gemakkelijk arbeiders aan en de kortere opzegtermijnen voor bedienden leiden volgens 2 op de 3 werkgevers niet tot het sneller aanwerven van deze profielen. “Door het verdwijnen van de proeftijd investeren bedrijven meer tijd in het rekruteringsproces, waardoor het langer duurt om te beslissen. Het nadeel is het risico op het vroegtijdig afhaken van goede kandidaten. Daarom combineren steeds meer bedrijven een interimovereenkomst met uitzicht op vaste aanwerving. In grote bedrijven gebeurde dit al, maar vandaag zien we dit ook in de kmo-markt steeds meer gebeuren,” aldus Siska Van Cauwenberge.

Meer ziekteverzuim

Tot slot peilde de bevraging ook naar de impact van het afschaffen van de carensdag. Ruim de helft van de ondervraagden zou deze liever weer invoeren, maar dan voor alle werknemers. Kmo’s (65%) voelen deze nood sterker aan dan grote bedrijven (50%).

Alle ondervraagde bedrijven stellen immers een stijging van het ziekteverzuim vast. Volgens 1 op de 4 zijn er opvallend meer ‘maandag-zieken’. Een kwart van de werkgevers stuurt vandaag sneller een controlearts naar een zieke werknemer.

(wv) 

Meer info over Soorten contracten , Gelukkig op het werk , Ziekte , Ontslagen worden , Nachtwerk , Vakbond

05/05/2015