Hoe wordt je werkloosheidsuitkering bepaald?

uitkering werkloosheid

Indien je onlangs werkloos bent geworden, ontvang je sinds 1 januari 2009 een hogere werkloosheidsuitkering. Dit heb je te danken aan het herstelplan van de regering en het interprofessioneel akkoord 2009-2010.

Het bedrag van de werkloosheidsuitkeringen is gelijk aan een bepaald percentage van je laatst verdiende brutoloon, maar er is wel een loongrens. Sinds 1 april 2013 is deze loongrens voor de eerste zes maanden van het eerste jaar gelijk aan 2.466 euro per maand en voor de laatste zes maanden van het eerste jaar 2.298 euro.

Vanaf het tweede jaar bedraagt de loongrens 2.147 euro voor samenwonenden en 2.102 euro bruto voor alleenstaanden.

Als je laatst verdiende brutoloon hoger was dan deze loongrens, wordt je uitkering dus berekend op deze loongrens en niet op je laatste loon.

>> Bereken zelf je werkloosheidsuitkering  

Het eerste jaar

In het eerste jaar dat je werkloosheidsuitkeringen krijgt, ontvang je de eerste 3 maanden 65% van je laast verdiende brutoloon, de andere 9 maanden wordt dit 60%. Dit brutoloon is weliswaar begrensd (zie de bedragen hierboven).

Maximumbedrag

Deze werkloosheidsuitkeringen bedragen in de eerste 3 maanden maximaal 1.603 euro. Vanaf de 4e maand krijg je een uitkering van maximum 1.480 euro. Vanaf de 6e maand wordt dit maximum € 1.379. Deze maximumbedragen zijn voor iedereen hetzelfde, onafhankelijk van je gezinssituatie.

Het minimumbedrag dat je in het eerste jaar krijgt, hangt wel af van je gezinssituatie: 

  • alleenwonenden: eerste jaar minimum 934 euro per maand.
  • samenwonenden: eerste jaar minimum 700 euro per maand.
  • samenwonenden met gezinslast: eerste jaar minimum 1.112 euro per maand.

(Bedragen geldig vanaf 01.04.2013) 

Let op: voor vijftigplussers gelden er andere bedragen! 

Na het eerste jaar

Na het eerste jaar werkloosheid varieert het percentage om de werkloosheidsuitkeringen te berekenen in functie van de gezinssituatie.

Samenwonenden met gezinslast krijgen 60 procent van het laatst verdiende brutoloon gedurende hun hele werkloosheidsperiode. Uiteraard is dit bedrag begrensd (zie hierboven).

Samenwonenden zonder gezinslast krijgen na het eerste jaar 3 maanden lang 40% van hun laatste brutoloon. Deze periode wordt verlengd met 3 maanden per jaar in loondienst. Nadien ontvangt een samenwonende een forfaitaire uitkering van 484 euro per maand. Samenwonenden met 20 jaar beroepsverleden als loontrekkende of met een graad van blijvende arbeidsongeschiktheid van minstens 33%, behouden hun uitkering aan 40%.

Alleenstaanden ontvangen na hun eerste jaar nog 55 procent van hun laatst verdiende brutoloon. (begrensd)

(percentages geldig vanaf 01.04.2013) 

Bruto of netto?

Let op, je uitkering is nog onderworpen aan een bedrijfsvoorheffing van 10,09 procent. Behalve bij de volgende personen:

  • de "werknemers met gezinslast";
  • de alleenwonenden;
  • de samenwonenden die uitkeringen naar rata van 40% ontvangen, op voorwaarde dat hun echtgeno(o)t(e) enkel over vervangingsinkomens beschikt;
  • de samenwonenden die de forfaitaire uitkering ontvangen;
  • de werklozen die een vrijstelling genieten wegens sociale en familiale redenen.

Op de bijpassing van de uitkeringen van werklozen tewerkgesteld door een plaatselijk werkgelegenheidsagentschap (PWA) wordt geen bedrijfsvoorheffing verricht.

(dvh) - Meer info vind je op www.rva.be 

i.s.m. Securex 

Meer info over Ontslag , Werkloosheidsuitkering

30/04/2014