Hoe vraag ik tijdskrediet aan?

Als je tijdskrediet wilt opnemen, moet je je werkgever daar schriftelijk en op voorhand van op de hoogte brengen. Dit kan door een aangetekend schrijven of door een dubbel van je aanvraag te laten ondertekenen door je werkgever.

De aanvraag aan de werkgever moet verduidelijken welke vorm je verkiest (voltijds, halftijds of 1/5). Bij tijdskrediet met motief moet je bovendien preciseren om welk motief het gaat, alsook het bewijs van het motief leveren. Tot slot moet je de gewenste begindatum en de gewenste duur van uitoefening aangeven.

Als je opteert voor stelsel van tijdskrediet met motief (dus niet de landingsbaan voor oudere werknemers), moet je bij je aanvraag bovendien het ‘Attest tijdkrediet’ van de RVA voegen. Hierop staan de eventuele periodes vermeld dat je al tijdkrediet hebt opgenomen.

Je aanvraag bij je werkgever moet minstens drie maanden op voorhand gebeuren als je in een onderneming met meer dan twintig werknemers werkt en minstens zes maanden op voorhand als je in een onderneming met minder dan twintig werknemers werkt. Je kan met je werkgever wel steeds een kortere aanvraagtermijn overeenkomen.

Als je in een onderneming met 10 of minder werknemers werkt, is tijdskrediet geen recht. Je werkgever kan het in dat geval weigeren. Bij ondernemingen met meer dan 10 werknemers is tijdskrediet wel een recht. Je werkgever kan je tijdskrediet wel uitstellen.

Jouw werkgever heeft vervolgens tot de laatste dag van de maand die volgt op de datum waarop je hem de schriftelijke kennisgeving hebt overhandigd, om je aanvraag te behandelen en jou te antwoorden. Indien je werkgever het tijdskrediet wil uitstellen, moet hij jou evenwel op de hoogte brengen binnen de maand die volgt op de schriftelijke kennisgeving.

Let op: aangezien het opnemen van het recht op tijdkrediet de arbeidsregeling verandert, moet je arbeidsovereenkomst aangepast worden. Het is met andere woorden vereist om een schriftelijke bijlage bij je arbeidsovereenkomst te sluiten, waarin o.a. de werkregeling, het toepasselijke uurrooster (dat moet overeenkomen met een uurrooster voorzien in het arbeidsreglement), de verloning en de duur worden verduidelijkt. Deze bijlage moet worden opgesteld uiterlijk op het tijdstip waarop het tijdskrediet aanvangt.

Eens je werkgever je de toestemming gegeven heeft om tijdkrediet op te nemen, moet je de RVA op de hoogte brengen. Dat gebeurt via het ‘Formulier C61-tijdskrediet’ van de RVA. Met dit formulier kan je ook je uitkering aanvragen.

(kds/sd) - Met dank aan Laga.

Meer info over Tijdskrediet

16/10/2017