Hoe lang is de opzegtermijn als ik ontslagen word?

Als je ontslagen wordt, moet je werkgever je een opzeggingstermijn laten presteren. Dat is de periode dat je nog doorwerkt, nadat je je ontslag hebt gekregen.

De wijze waarop de duur van deze periode moet worden berekend, hangt in eerste instantie af van de aanvangsdatum van je arbeidsovereenkomst. Indien je na 1 januari 2014 bent gestart, gelden de nieuwe opzeggingstermijnen. Indien je ervoor bent gestart, geldt een bijzondere overgangsregeling.

>> Bereken snel je opzegtermijn 

Je arbeidsovereenkomst heeft ten vroegste een aanvang genomen op 1 januari 2014

De Wet van 26 december bevat een uniforme ontslagregeling voor alle werknemers, ongeacht of ze arbeider, bediende, dienstbode of handelsvertegenwoordiger zijn.

In de regel moet je werkgever de toepasselijke opzeggingstermijn bepalen op basis van onderstaande tabel:

Anciënniteit Opzeggingstermijn Anciënniteit Opzeggingstermijn
< 3 maanden 2 weken 15 < 16 jaar 48 weken
3 < 6 maanden 4 weken 16 < 17 jaar 51 weken
6 < 9 maanden 6 weken 17 < 18 jaar 54 weken
9 < 12 maanden 7 weken 18 < 19 jaar 57 weken
12 < 15 maanden 8 weken 19 < 20 jaar 60 weken
15 < 18 maanden 9 weken 20 < 21 jaar 62 weken
18 < 21 maanden 10 weken 21 < 22 jaar 63 weken
21 < 24 maanden 11 weken 22 < 23 jaar 64 weken
2 < 3 jaar 12 weken 23 < 24 jaar 65 weken
3 < 4 jaar 13 weken 24 < 25 jaar 66 weken
4 < 5 jaar 15 weken 25 < 26jaar 67 weken
5 < 6 jaar 18 weken 26 < 27 jaar 68 weken
6 < 7 jaar 21 weken 27 < 28 jaar 69 weken
7 < 8 jaar 24 weken 28 < 29 jaar 70 weken
8 < 9 jaar 27 weken 29 < 30 jaar 71 weken
9 < 10 jaar 30 weken 30 < 31 jaar 72 weken
10 < 11 jaar 33 weken 31 < 32 jaar 73 weken
11 < 12 jaar 36 weken 32 < 33 jaar 74 weken
12 < 13 jaar 39 weken 33 < 34 jaar 75 weken
13 < 14 jaar 42 weken 34 < 35 jaar 76 weken
14 < 15 jaar 45 weken    

De in de tabel vermelde anciënniteit verwijst naar het begonnen jaar anciënniteit. Wie bijvoorbeeld 5 jaar anciënniteit heeft, is zijn/haar 6e jaar begonnen zodat de werkgever een opzeggingstermijn van 21 weken moet respecteren.

De arbeidsovereenkomst heeft een aanvang genomen vóór 1 januari 2014

De vaststelling van de toepasselijke opzeggingstermijn in de overgangsregeling vereist een optelsom van twee opzeggingstermijnen: de opzeggingstermijn berekend in functie van de anciënniteit verworven op 31 december 2013 (deel 1) en de opzeggingstermijn berekend in functie van de anciënniteit verworven vanaf 1 januari 2014 (deel 2).

Deel 1: opzeggingstermijn op basis van anciënniteit op 31 december 2013 

Algemeen 

Die termijn wordt vastgesteld op basis van de regels die gelden op 31 december 2013 en die van toepassing zijn ingeval van opzegging ter kennis gebracht op deze datum.

Je bent arbeider 

Sinds de inwerkingtreding van Hoofdstuk III van de IPA-wet op 1 januari 2012 moet een onderscheid worden gemaakt naargelang de overeengekomen aanvangsdatum van de arbeidsovereenkomst zich situeert vóór of na 1 januari 2012.

  • gestart vóór 1 januari 2012

Indien de overeengekomen aanvangsdatum zich situeert vóór 1 januari 2012, wordt de toepasselijke opzeggingstermijn bepaald door een binnen het bevoegde paritair comité gesloten cao of een collectief akkoord. Bij afwezigheid van een sector-cao of collectief akkoord wordt de opzeggingstermijn bepaald bij cao nr. 75:

Anciënniteit Opzegging uitgaand van de werkgever
6 maanden < 5 jaar 35 dagen
5 < 10 jaar 42 dagen
10 < 15 jaar 56 dagen
15 < 20 jaar 84 dagen
>= 20 jaar 112 dagen

Is de cao nr. 75 niet van toepassing dan wordt de opzeggingstermijn bepaald door artikel 59 van de Arbeidsovereenkomstenwet.

Anciënniteit Opzegging uitgaand van de werkgever
< 20 jaar 28 dagen
>= 20 jaar 56 dagen
  • gestart na 1 januari 2012

Ook indien de overeengekomen aanvangsdatum van de arbeidsovereenkomst zich situeert na 1 januari 2012 wordt de toepasselijke opzeggingstermijn bepaald door een binnen het bevoegde paritair comité gesloten cao of een collectief akkoord mits zij vóór 1 januari 2012 in werking zijn getreden (eventueel verhoogd met een coëfficiënt).

De werkgevers en arbeiders die niet ressorteren onder paritaire (sub)comités waar tijdig cao’s of collectieve akkoorden in werking zijn getreden, zijn onderworpen aan de opzeggingstermijnen bepaald door artikel 65/2 van de Arbeidsovereenkomstenwet:

Anciënniteit Opzegging uitgaand van de werkgever
< 6 maanden 28 dagen
6 maanden < 5 jaar 40 dagen
5 < 10 jaar 48 dagen
10 < 15 jaar 64 dagen
15 < 20 jaar 97 dagen
>= 20 jaar 129 dagen

Je bent een bediende met een jaarloon ≤ 32.254,00 EUR 

Voor de lagere bedienden moet de werkgever een opzeggingstermijn in acht nemen van 3 maanden per begonnen schijf van 5 jaar anciënniteit.

Je bent een bediende met een jaarloon >32.254,00 EUR 

Voor hogere bedienden moet de werkgever een opzeggingstermijn in acht nemen van gelden 1 maand per begonnen schijf van 1 jaar anciënniteit met een minimum van 3 maanden.

Deel 2: opzeggingstermijn op basis van anciënniteit verworven vanaf 1 januari 2014 

Het tweede deel van de opzeggingstermijn die je werkgever moet naleven, wordt vastgesteld aan de hand van de tabel die van toepassing is op werknemers wiens arbeidsovereenkomst aanving na 1 januari 2014 maar waarbij de teller van de anciënniteit op 1 januari 2014 op nul werd gezet.

De totale opzeggingstermijn die je werkgever moet naleven, is gelijk aan de som van deel 1 en deel 2 van de aldus berekende opzeggingstermijn.

Opgelet indien je een arbeider bent tewerkgesteld binnen werkgelegenheidsgevoelige sectoren 

Arbeiders die tewerkgesteld zijn in sectoren waar de opzeggingstermijn op 31 december 2013 korter was dan de opzeggingstermijn vastgelegd in de CAO75 zullen tot 31 december 2017 nog steeds kunnen ontslagen worden met verkorte opzeggingstermijnen. Het gaat over arbeiders tewerkgesteld in de PC’s PC 109, PC 124, PC 126, PC 128.01, PC 128.02, PC 140.04, PC 142.02, PC 147, PC 301.01, PC 311, PC 324, PC 330.

Dezelfde verkorte opzeggingstermijnen zijn permanent van toepassing op arbeiders die tewerkgesteld zijn in sectoren waar de opzeggingstermijn op 31 december 2013 korter was dan de opzeggingstermijn vastgelegd in de CAO75, die geen vaste plaats van tewerkstelling hebben en gewoonlijk op tijdelijke of mobiele werkplaatsen één of meer door de Wet opgesomde bouw-, landbouw- of wegenwerken uitvoeren.

De volgende opzeggingstermijn moet de werkgever dan in acht nemen:

Anciënniteit Opzeggingstermijn
< 3 maanden 2 weken
3 < 6 maanden 4 weken
6 maanden < 5 jaar 5 weken
5 < 10 jaar 6 weken
10 < 15 jaar 8 weken
15 < 20 jaar 12 weken
>= 20 jaar 16 weken

Je bent ambtenaar 

Je werkt als federaal ambtenaar in statutair verband 

Onder “statutair” wordt verstaan: vastbenoemd of in stage om vastbenoemd te worden.

Je kan op 3 manieren zonder opzegging de hoedanigheid van rijksambtenaar verliezen.

  • Als je van ambtswege ontheven wordt uit je functie. Dit gebeurt bij het verlies van je burgerlijke en politieke rechten. Of bij onwettige afwezigheid, namelijk als je meer dan 10 werkdagen zonder geldige reden afwezig blijft (geldt niet als je aan een staking deelneemt).
  • Bij een evaluatie met “onvoldoende”: als je binnen de drie jaar die volgen op de eerste “onvoldoende” een tweede “onvoldoende” krijgt. Je ontvangt dan een beëindigingsvergoeding van 6 tot 12 keer je maandelijkse verloning.
  • Om tuchtredenen. Dis de zwaarste straf. Het ontslag na een tuchtprocedure is een lange en wettelijk bepaalde procedure.

Voor je van ambtswege ontslagen wordt, moet de administratie je om opheldering verzoeken en waarschuwen.

Je werkt als federaal ambtenaar met een arbeidsovereenkomst 

Voor federale contractuele ambtenaren gelden dezelfde regels als voor de werknemers.

>> Hoelang is de opzegtermijn als je ontslag neemt?   

>> Ambtenaren kunnen hier hun opzegtermijn berekenen.  

Met dank aan Stijn Demeestere (Update 31.12.2013) 

Meer info over Ontslagen worden , Opzegtermijn

16/03/2017