Het Belgisch activeringsbeleid doorgelicht: 'De evaluatie van het zoekgedrag kan objectiever'

Sinds juli 2004 moeten werklozen actief op zoek gaan naar een nieuwe job. Wie zich te weinig inspant, kan gewaarschuwd en bestraft worden. Bart Cockx (UGent) onderzocht samen met Muriel Dejemeppe en Bruno Van der Linden (UCL) de effecten van dat activeringsbeleid.

28 juni 2011

Delen

werk zoeken
"In Nederland en Denemarken zijn er controles om de twee of vier weken. In België zie je pas na negen maanden iemand. Dat lijkt ons wel heel lang" (Bart Cockx, UGent)

‘Activering gaat over meer dan opvolging en sancties’, vertelt professor Bart Cockx, hoogleraar aan de UGent en lid van Sherppa, de Study Hive for Economic Research and Public Policy Analysis. ‘Het gaat ook om het aanbieden van allerlei diensten. Je probeert opleidingen aan te bieden aan werklozen, je helpt bij het zoeken naar werk, bij het solliciteren enzovoort. Dat zijn allemaal vormen van activering. Subsidies voorzien voor werkgevers die bepaalde groepen werklozen aanwerven, is ook een vorm van activering.’

‘In welke mate moet je die activering verplichtend maken? Om die vraag draait vaak het debat. Er is dan ook heel wat discussie over. Als je mensen meer verplichtingen oplegt, zie je een effect. Meer mensen vinden sneller een job. Maar daar staat tegenover dat ook de kwaliteit van de job beïnvloed wordt. Daarom gingen we ook na wat de effecten zijn op het loon of de duur van de tewerkstelling.’

Waar zitten de grootste hiaten in het Belgische opvolgingsbeleid?

Men wacht over het algemeen te lang vooraleer men het zoekgedrag gaat controleren. Als men vroeger zou starten met controles, zouden de effecten groter zijn. In landen als Nederland en Denemarken zie je dat die controles om de twee of vier weken plaatsvinden. In België spreek je meteen in termen van negen maanden vooraleer je effectief iemand ziet. Dat lijkt ons wel heel lang.

Anderzijds is de sanctie waarmee men in België dreigt veel strenger dan in andere landen. Als je meer controles uitvoert, kunnen de sancties ook kleiner.

Grafiek: De sanctievoet volgens gewest

In veel andere landen is de werkloosheidsuitkering beperkt in de tijd.

Het recht op een in de tijd onbeperkte uitkering wordt in ons land gecompenseerd door een opvolging van de zoekinspanningen en een controle van de beschikbaarheid (de verplichting om passende werkaanbiedingen te aanvaarden, red.). Je kan die controle zien als een alternatief voor het eindig maken van de uitkering. In onze ogen heeft dat alternatief belangrijke troeven. Als je uitkeringen beperkt in de tijd, ga je blind sanctioneren. Iemand die zijn werk verliest, heeft dan na een bepaalde periode geen recht meer op een uitkering, ongeacht of hij naar werk heeft gezocht of niet. In ons systeem houdt men toch rekening met de mate waarin mensen hun best doen om werk te vinden. Dat lijkt ons rechtvaardiger.

Daar staat tegenover dat het natuurlijk niet eenvoudig is om zoekgedrag te controleren. ‘Zoeken’ is iets wat je heel moeilijk kan waarnemen. Bijgevolg kan je ook veel fouten maken bij het evalueren van dat zoekgedrag. Ik denk wel dat het mogelijk is om de bestaande evaluaties van het zoekgedrag objectiever te maken dan vandaag het geval is, bijvoorbeeld door meer gestandaardiseerde procedures in de evaluaties te brengen, en de navolging hiervan periodiek te evalueren en te controleren.

Maar we mogen dus tevreden zijn met ons systeem?

Je moet natuurlijk voorzichtig zijn. In andere landen zijn de werkloosheidsuitkeringen meestal beperkt in de tijd, maar ze liggen er over het algemeen wel hoger dan bij ons, zeker bij het begin van de werkloosheidsperiode. Later dalen ze meestal. Ook bij ons zie je dat de uitkeringen voor samenwonenden en alleenstaanden na een tijdje naar beneden gaan. In België kom je wel minder snel in de bijstand terecht. Dat zie je vaak gebeuren in het buitenland: als de uitkering ten einde loopt, wil dat niet zeggen dat de werkloze in kwestie geen uitkering meer krijgt. Men voert dan een middelentoets uit, waarna die persoon een uitkering van de bijstand (zoals het OCMW, red.) krijgt.

In België is het uitgangspunt anders. Doordat we de werkloosheidsuitkering laten afhangen van de gezinstoestand, lijkt het alsof we impliciet al een soort bijstandssysteem hebben binnengebracht in het werkloosheidsstelsel. Een gezinshoofd heeft recht op een uitkering die misschien niet zo hoog is als in het buitenland, maar die wel hoger is dan die van bijvoorbeeld een alleenstaande. Zeker als je gaat kijken naar samenwonenden: voor die categorie zijn de uitkeringen niet veel hoger dan het leefloon. Door die modulering toe te passen volgens gezinstoestand, is er de facto eigenlijk al sprake van een middelentoets. In andere landen wordt de uitkering meestal bepaald op basis van wat je verdiende in je laatste job.

Wat moet er gebeuren om het activeringsbeleid te verbeteren?

Activering is belangrijk, maar ook duur, en de middelen zijn beperkt. Men kan proberen om die middelen juister in te zetten door een profilering te maken van de werkloze bij het begin van de werkloosheidsperiode. Dat kan misschien wel wat tijd kosten, maar het zal er wellicht voor zorgen dat men de activering vooral inzet voor mensen die dat het meeste nodig hebben.

Op dit moment wil men in Vlaanderen bij sommige groepen misschien wel te snel ingrijpen, terwijl dat bij andere groepen veel te laat gebeurt. Wat meer differentiëring, al naargelang de noden, zou geen slechte zaak zijn. Dat vraagt natuurlijk om meer onderzoek, maar het moet mogelijk zijn om een indeling te maken, bijvoorbeeld op basis van indicatoren zoals de scholingsgraad en recente werkervaring. Je kan dan bij sommigen snel ingrijpen, terwijl het voor andere categorieën misschien voldoende is om hun uitkeringen eerst te laten dalen in de tijd, en eventueel pas later in te grijpen, wanneer blijkt dat ze niet via eigen weg een job vinden.

Vergeleken met andere landen moeten Belgische werklozen relatief lang wachten op een controle. Daar staat tegenover dat de sancties hier veel strenger zijn. ‘Als je meer controleert, kunnen de sancties ook kleiner’, meent Bart Cockx (UGent).

(mo) 

Ontvang de nieuwste tips over werk en carrière

Meer dan 440.000 Jobat gebruikers zijn wekelijks op de hoogte

Aanbevolen jobs

Wij jij ook meer verdienen, leukere collega's of minder file ?

De job werd bewaard

Je kan je bewaarde jobs terugvinden onderaan deze pagina, maar ook op de homepage en in Mijn Jobat.

Wil je ze ook op andere toestellen kunnen bekijken? Meld je dan aan.