Hebben we het echt zó druk?

druk-druk-druk!
"Vrouwen houden zich vaak bezig met minder aangename taken, mannen met wat als enigszins plezierig kan ervaren worden" (Tim Christiaens, timemanagementcoach)

Tijd. We hebben er precies steeds minder van. Werken lukt niet meer zonder agenda als korset en ook in ons gezinsleven lijken de seconden steeds sneller weg te tikken. Maar hebben we het echt wel zo druk? Moeten we niet gewoon wat vaker (de juiste) keuzes maken? Timemanagementcoach Tim Christiaens maakt alvast brandhout van drie grote mythes.

1. De mythe van de hardwerkende Vlaming

Zijn wij Vlamingen harde werkers? Ja! En toch zorgen cijfers van de tijdsonderzoeksgroep TOR (VUB) voor wat nuance. De actieve Vlaming werkt gemiddeld 34 uur per week. Mannen werken gemiddeld 10 uur meer per week dan hun vrouwelijke collega’s. Bijna de helft van de werkende vrouwen doet dit deeltijds. Ook voltijds werkende vrouwen werken gemiddeld minder dan voltijds werkende mannen, maar ze participeren vaak meer in het huishouden.

Als we deze cijfers vergelijken met andere Europese lidstaten (Steunpunt Werk & Sociale Economie en K.U.Leuven) kunnen we alleen maar vaststellen dat de lang werkende Vlaming een mythe is. De Grieken spannen de kroon met meer dan 43 uur per week. Alleen Denemarken, Duitsland, Noorwegen en Nederland hebben kortere werkweken dan de Vlaming. De meeste zuiderlingen zitten veel langer op kantoor. Het percentage deeltijdse arbeid ligt er bovendien beduidend lager. Als we onszelf vergelijken met de voltijds werkende Europeaan zitten we in de middenmoot. In vergelijking met onze Waalse buren, presteert de voltijds werkende Vlaming dan weer anderhalf uur meer.

Deze studies tonen evenwel niet aan in welke mate er efficiënt gewerkt wordt. Uit een onderzoek van hr-dienstenbedrijf SD Worx blijkt dat 84 procent van de Belgische werknemers zichzelf als productief beschouwt. Hierbij schat een werknemer uit Wallonië de eigen productiviteit hoger in dan zijn Vlaamse en Brusselse collega’s. Een recent rapport van de Conference Board (Financial Times, januari 2010) bevestigt deze inschatting. België is, op Luxemburg en Noorwegen na, het productiefste land ter wereld gemeten naar BBP per gewerkt uur. Nederland volgt op de vierde plaats, de VS en Frankrijk volgen op nummer op vijf en zes.

Het belang van time management en persoonlijke efficiëntie is daarom niet te onderschatten. De vereiste hoge productiviteit is namelijk een rechtstreeks gevolg van de hoge loonkost. Dure lonen zorgen ervoor dat veel ondernemingen onder druk staan om hun productie, maar ook hun dienstverlening, uit te besteden aan lage loonlanden. Bovendien voorspellen verschillende studies dat er in de toekomst te weinig werkkrachten beschikbaar zullen zijn voor de arbeidsmarkt. We zullen dus allemaal wel efficiënter moeten gaan werken. Dat is de enige manier om ervoor te zorgen dat we nooit echt veel uren moeten kloppen.

2. De mythe van de nieuwe man

Lang gingen onderzoekers ervan uit dat de ongelijke verdeling van de gezinsarbeid tussen man en vrouw geleidelijk aan zou oplossen. De laatste jaren verdwijnt deze theorie echter weer naar de achtergrond. De verhoogde participatie van de vrouw op de arbeidsmarkt heeft immers niet automatisch geleid tot een betere arbeidsverdeling in het gezin. Volgens de tijdsonderzoeksgroep TOR neemt de vrouw vandaag nog steeds dubbel zoveel huishoudelijk werk en kinderzorg op zich. Ze besteedt daarom ook minder tijd aan haar job.

Een zicht op iemands tijdsbesteding maakt het mogelijk om met 80 procent zekerheid het geslacht van de man/vrouw in kwestie te achterhalen. Het aantal uur dat die persoon besteedt aan het huishouden is hierbij cruciaal. De laatste 20 jaar is er op dit vlak dan ook weinig evolutie merkbaar. Gezinstaken blijven erg geslachtsspecifiek. Vrouwen houden zich vaker bezig met routinematige en minder aangename taken, zoals wassen en strijken. Mannen verrichten meer taken die enigszins als plezierig kunnen ervaren worden, zoals koken voor vrienden of tuinieren.

Tijdsbeheer kan beslist ook in het huishouden soelaas bieden. We kunnen ons bijvoorbeeld afvragen welke taken we eventueel kunt uitbesteden. Is het nodig om zelf te strijken? Is het nodig ons huis zelf poetsen? Zeker met het systeem van dienstencheques is het uitbesteden van lastige karweien financieel haalbaar.

3. De mythe van het mobiliteitsprobleem

De mobiliteitsparadox is al langer bekend: hoe meer mobiliteit, hoe meer die mobiliteit bedreigd wordt. Er is zelfs sprake van een dubbel effect. Het eerste effect heeft te maken met de toegang tot vervoer. Hoe meer we ons kunnen verplaatsen, hoe meer we dit ook willen doen. Met als gevolg dat we onze wensen bijstellen in functie van de beschikbaarheid van de transportmiddelen. Wonen, werken en voorzieningen raken zo meer gespreid. Het tweede effect merkt iedereen die met de auto naar het werk gaat. Hoe meer mensen zich in het verkeer begeven, hoe sneller de wegen dichtslibben, met extra files tot gevolg.

Niets nieuws, zegt u? Klopt, tot u alle cijfers op een rijtje ziet. Tijdonderzoek laat ons toe in te schatten hoeveel tijd mensen effectief besteden aan dagelijkse verplaatsingen. In tegenstelling tot wat we vaak denken, verandert ons mobiliteitsgedrag niet drastisch. Dat resultaat ondersteunt de stelling van Zahavi & Talvitie (1980), die stellen dat onze gemiddelde verplaatsingstijd redelijk constant blijft, namelijk een goed uur per dag. Hun onderzoek heeft bovendien aangetoond dat de verplaatsingstijd amper varieert in andere samenlevingen en culturen. Zo verplaatsen mensen in Vlaanderen en Nederland, maar ook in Mozambique, zich gemiddeld een uur per dag. Uiteraard zijn er ongelijkheden tussen de verschillende groepen. Mensen met bijvoorbeeld veel verschillende activiteiten, zijn logischerwijs het meest mobiel.

Wat overigens wel toeneemt, is het aantal privéverplaatsingen: vandaag gemiddeld 3,14 verplaatsingen per persoon per dag. Als je dat aantal combineert met onze bevolkingstoename resulteert dit in een forse toename van het verkeer op Vlaamse wegen.

Wat steeds als oplossing naar voor wordt geschoven voor het fileprobleem is telewerk. Toch werkt volgens de tijdsonderzoeksgroep van de VUB niet meer dan 5 procent van de Vlamingen hoofdzakelijk thuis. Veel invloed op het mobiliteitsprobleem heeft deze trend nog niet. Ook hier geldt dat het woon-werkverkeer wel wordt beperkt, maar dat die vervangen worden door meer verplaatsingen voor het gezin. Vaak maken die verplaatsingen het fileprobleem zelfs nog groter, omdat ze meestal tijdens de spitsuren plaatsvinden. Telewerken is met andere woorden eerder een strategie om werk en gezin combineerbaar te houden, dan een oplossing voor het fileprobleem.

(wv)    

Meer info over Stress , Workaholics , Ontspanning , Gezondheid

23/04/2010