Groeibedrijven: meer stijgers dan dalers

Meer dan 55 procent van de bedrijven in België zag zijn omzet stijgen in de periode 2009-2010. Een op de tien groeide zelfs meer dan 60 procent. Dat blijkt uit de gegevens van 92.000 ondernemingen die handelsinformatiekantoor Dun & Bradstreet op vraag van Jobat analyseerde.

‘Het is een algemeen aanvaard economisch principe: elk bedrijf zoekt naar groei.’ Bart Cleymans, data-analist bij handelsinformatiekantoor Dun & Bradstreet (D&B), is niet verrast door het aantal groeiende bedrijven in België. ‘Zelfs in een economisch minder gunstig klimaat zullen er meestal meer bedrijven zijn die groeien dan bedrijven die dat niet doen.’

Meer personeel

‘Ondernemers proberen hun bedrijf gezond te houden en hun winst te verhogen door het te laten groeien. Deze groei creëert jobs en laat toe dat de maatschappij op zijn minst dezelfde levensstandaard kan behouden’, vervolgt Cleymans. Dat blijkt ook uit de cijfers: bedrijven met meer groei trekken duidelijk extra personeel aan. Bij middelgrote bedrijven die de overgang maken van kleinere speler naar vaste waarde, speelt dit effect het duidelijkst. 37 procent van de middelgrote bedrijven die hun omzet zagen verdubbelen, breidde het personeelsbestand uit met meer dan 90 procent.

Hoe groter de brutomarge bij kleine en middelgrote bedrijven, hoe meer kans op groei. ‘Cleymans: ‘Een grotere brutomarge geeft meer ruimte om te investeren waardoor de groei nog verder kan toenemen. Je zou kunnen spreken van een vicieuze cirkel.’

Grote bedrijven groeien trager

Bijna zes op de tien grote bedrijven groeiden licht tussen 2009 en 2010. Ze zagen hun omzet stijgen met minder dan 30 procent. Slechts 32 procent van de grote bedrijven kende in dezelfde periode helemaal geen groei, terwijl amper 2 procent zijn omzet met meer dan 90 procent omhoog zag gaan.

‘We merken dat grote bedrijven trager groeien’, bevestigt Bart Cleymans. ‘Kleinere bedrijven neigen meer naar de extremen. Zo zijn er meer kleine dan grote bedrijven die geen groei kennen (47%), maar er zijn ook meer kleine dan grote bedrijven die juist een heel sterke groei kennen (6%).’

Dat die kleine bedrijven ofwel geen groei kennen, ofwel juist een erg sterke groei, hangt wellicht samen met het feit dat startende ondernemingen over het algemeen meer risico’s nemen. Al ziet Cleymans nog een andere verklaring. ‘In een groot bedrijf gaat alles nu eenmaal minder snel vooruit. Er zijn meer stappen nodig in het besluitvormingsproces, en er moet veel meer overleg plaatsvinden tussen alle mensen die iets te zeggen hebben.’

‘Een klein bedrijf heeft meestal één persoon aan het hoofd staan. Die beslist welke markten het bedrijf zal aanboren, welke nieuwe producten er verkocht zullen worden enzovoort. Men neemt sneller beslissingen, waardoor de groei ook sneller gaat.’

Daarnaast geldt ook gewoon de wet van de grote getallen. Cleymans: ‘Als je al een omzet hebt van 100 miljoen euro, is het simpelweg veel moeilijker om daar nog eens 100 miljoen euro bij te doen. Een startend bedrijf met een omzet van 20.000 euro kan het jaar daarop gemakkelijk 100.000 euro omzet hebben.’

Opleidingsniveau geen impact

Vreemd genoeg lijkt het gemiddelde opleidingsniveau van medewerkers nauwelijks een impact te hebben op de groei van een onderneming. Dun & Bradstreet maakte voor zijn analyse een onderscheid tussen bedrijven met voornamelijk hoger opgeleiden (minstens driekwart van de medewerkers heeft een diploma hoger onderwijs) en bedrijven met voornamelijk lager opgeleiden (minstens driekwart van de medewerkers heeft geen hoger onderwijs achter de rug).

Uit de resultaten blijkt dat er geen verband bestaat tussen het opleidingsniveau van medewerkers en de mate waarin een bedrijf groeit. ‘Best opvallend’, vindt Bart Cleymans. ‘Je zou kunnen verwachten dat bedrijven die meer hoogopgeleiden in dienst hebben, meer groei zouden kennen. Maar dat blijkt niet te kloppen.’

(mo) 

14/05/2012

  • 14 mei 2012