Column

Grenzen

San F. Yezerskiy combineert een voltijdse jobs in de Vlaamse film met een prille carrière als schrijver.

Vorige week las ik op de website van deze krant dat een man in Nederland was ontslagen nadat hij zijn teamleider had uitgescholden voor ‘fucking hoer’. Uiteráárd stapte de man daarop naar de rechter, want uiteráárd vond hij dat het bedrijf volledig overdreven had gereageerd op zijn onschuldige slip of the tongue.

Veel erger dan het incident zelf, vind ik die arrogantie waarmee achteraf wordt volgehouden dat je toch niet zó heel veel hebt misgedaan.

Elke hiërarchische relatie, waarin een overste per definitie de grootste onzin kan rechtvaardigen met enkel het argument ‘omdat ik het zeg’, zal onvermijdelijk ooit tot frustratie leiden. Iedereen, ook ik, moet bij momenten flink wat geduld opbrengen om dan de zelfbeheersing niet te verliezen. Zo was er de zinloze preek, jaren geleden, waarmee mijn toenmalige bazin mij probeerde duidelijk te maken dat ik iets op háár manier moest doen, eerder dan op de algemeen aanvaarde, grammaticaal correcte manier. Het leek alsof zij nooit zou ophouden met praten en onbedoeld dwaalden mijn gedachten af. Ik begon me voor te stellen hoe ik haar vanuit het niets een loeiharde klap op de neus zou geven, om in de daaropvolgende verwarring rustig mijn spullen te pakken, naar buiten te wandelen en nooit meer terug te keren.

Dat ik dat niet écht heb gedaan, komt vooral door mijn geloof in universele grenzen, zowel fysiek als verbaal, waar een Mensch niet over gaat.

Op dezelfde dag dat dit vorige artikel verscheen, hoorde ik dat een van mijn vroegere professoren aan de K.U.Leuven was aangevallen tijdens haar college. Een gemaskerde student had haar een plastic zak naar het hoofd geslingerd met een inhoud die tegenwoordig zelfs bij de meest gortige studentendoop ietsje te smerig zou worden bevonden.

De professor in kwestie heeft haar reputatie opgebouwd rond een ijzeren discipline, en maakt er zachtst gezegd geen prioriteit van om door haar studenten leuk te worden gevonden. Maar zelfs dat kan uiteraard niet goedpraten dat een volstrekte idioot de cruciale grens tussen leerling en docent zo flagrant overschrijdt. Toch vielen er op Facebook bij oud-studenten veel meer vrolijke dan verontwaardigde reacties te lezen.

Minder kleurrijke voorbeelden dan deze maak ik iedere dag zelf mee. Negentig procent van mijn werk als schrijver speelt zich op het internet af. Op mijn website staat een contactformulier waar bezoekers ook anoniem reacties kunnen achterlaten. Het is verbluffend wat mensen tegen een compleet onbekende durven te zeggen, uit frustratie of verveling of omdat zij niet beseffen dat iemand echt die dingen leest.

Dit klinkt waarschijnlijk veel christendemocratischer dan ik het zelf bedoel, maar het maakt mij oprecht moe om te zien hoe we zelfs dat laatste beetje basisbeleefdheid stilaan kwijtraken. Dat steeds meer mensen de hele wereld beschouwen als een internetforum, waar zonder gevolgen alles kan worden gezegd of gedaan. Het vraagt te veel van míjn zelfbeheersing om mij daar niet elke keer opnieuw in op te winden.

(sfy)

02/03/2012

  • 02 maart 2012