Freya Van den Bossche: 'Ik wil een jobgarantie voor wie faalt in het reguliere circuit'

Minister Freya Van den Bossche (sp.a)
"Als een idee niet werkt, is dat binnen onze sector niet zo erg. Is iets een succes, dan nemen reguliere bedrijven het vaak over" (Freya Van den Bossche, minister van Sociale Economie)

In de beschutte werkplaatsen is de tijdelijke werkloosheid op een jaar tijd met 8 procent gestegen. Toch wil bevoegd minister Freya Van den Bossche (sp.a) dit jaar nog 440 extra arbeidsplaatsen in de sociale economie creëren. Kostprijs: 4,5 miljoen euro. Bovendien wil ze wie doorstroomt naar de reguliere arbeidsmarkt, maar faalt, de garantie geven op een terugkeer in het sociale circuit. “En de premies die nu naar de sociale werkgevers gaan, moeten naar de werknemers stromen.”

Voor mensen met een arbeidshandicap of uit een risicogroep, zoals laaggeschoolden, ligt de weg naar een job vaak bezaaid met hindernissen. De sociale economie helpt velen van hen aan een job: in invoegbedrijven, de lokale diensteneconomie, sociale en beschutte werkplaatsen. Alleen: die jobs zijn zwaar gesubsidieerd en het Vlaamse overheidsbudget loopt zelf al op krukken.

Toch houdt minister van Sociale Economie Freya Van den Bossche het been stijf. 4,5 miljoen euro wil ze dit jaar nog in de sociale economie pompen. “Dat is economisch verantwoord. Anders duiken die mensen toch in de werkloosheid en dat kost de overheid ook geld. Ook uit menselijk oogpunt kan je die groep niet aan zijn lot overlaten. Je nuttig voelen is een elementair mensenrecht.”

U wil werk maken van doorstroming naar de reguliere economie. Vanuit de beschutte werkplaatsen zit die beweging inderdaad in de lift: van 38 werknemers in 2004 naar 128 in 2008, aldus de VLAB (Vlaamse Federatie van Beschutte Werkplaatsen). Op een totaal van 19.375 werknemers blijft dat echter zeer weinig.

Dat is ook logisch en zal wellicht niet veranderen. Beschutte werkplaatsen verzamelen die mensen die het het allermoeilijkst hebben om een plek te vinden op de arbeidsmarkt. Van hen mag je veronderstellen dat ze in de reguliere economie geen job zullen krijgen. In de beschutte werkplaatsen zijn het echt de uitzonderingen die doorstromen. In de sociale werkplaatsen, zoals kringwinkels, is de doorstroom veel groter.

Maar daar spelen nog twee problemen. Enerzijds is het voor de werknemers een enorme stap om van een veilige werkomgeving, met begeleiding op de werkvloer, in de reguliere economie terecht te komen. Veel werknemers zijn bang dat hen dat niet lukt. Vandaag hebben zij ook niet de garantie dat ze kunnen terugkeren naar een sociale werkplaats als ze het op de gewone arbeidsmarkt niet redden. Ik pleit ervoor dat zij die garantie wel krijgen.

Anderzijds moet er in de reguliere economie een bereidheid zijn om dat soort werknemers met een rendementsverlies in te schakelen. Om die vraag te stimuleren wil ik de premies die nu toegekend worden aan de bedrijven uit de sociale economie in de rugzak van de werknemer stoppen. Die rugzak kan zowel ondersteuning omvatten in de vorm van een loonpremie voor werknemers, een omkaderingspremie, opleiding op de werkvloer of een aanpassing van de arbeidspost. Als de werknemer naar een regulier bedrijf gaat, kan hij die premie gewoon meenemen.

Werkgeversorganisaties vinden die premies concurrentievervalsing ten opzichte van de reguliere bedrijven. Maar als ze niet langer afhangen van het type bedrijf, maar van de werknemers die het bedrijf in dienst neemt, zie ik niet in hoe dat concurrentievervalsing kan zijn. Deze maatregel kan de doorstroom bevorderen, maar je moet ook aanvaarden dat sommigen nooit op de reguliere arbeidsmarkt zullen terechtkomen.

U trekt dit jaar 4,5 miljoen euro uit om 440 extra arbeidsplaatsen te creëren binnen de sociale economie. En dat terwijl de tijdelijke werkloosheid in beschutte werkplaatsen tot boven de 12 procent gestegen is. Is er wel werk voor die mensen?

Beschutte werkplaatsen komen typisch tussen in een bepaald stadium van het productieproces. Als er minder trucks of conserven verkocht worden, hebben de werkplaatsen minder werk. Die voelen de crisis onmiddellijk.

Toch moet de sociale economie, naast de 45 procent subsidies, 55 procent van haar inkomsten uit de markt halen.

Absoluut. Daarom stimuleren we het dat werkplaatsen die veel werk hebben tijdelijk werknemers overnemen van werkplaatsen waar er minder werk is. Door onderling met werknemers te schuiven, vermijden we veel tijdelijke werkloosheid. In beschutte werkplaatsen hebben die extra arbeidsplaatsen momenteel weinig zin. Daar zijn relancemaatregelen nodig: innovatie, versterken van het management en overbruggingskredieten om de crisis structureel aan te pakken en de bestaande tewerkstelling maximaal te behouden. En dat doen we ook, via het sociaal investeringsfonds. Maar er zijn ook segmenten binnen de sociale economie die weinig of niet onder de crisis lijden, zoals de lokale diensteneconomie. Groenonderhoud of kinderopvang, dat blijf je nodig hebben. Er zijn ook sociale werkplaatsen die minder crisisgerelateerd werk verrichten. Het is in die twee domeinen dat er 440 arbeidsplaatsen bijkomen.

Sociale ondernemers klagen dat ze onvoldoende geschikte arbeidskrachten vinden, zowel uit de doelgroepen als voor het omkaderingspersoneel. Bij de VDAB raakt ongeveer een vijfde van de jobaanbiedingen uit de sector niet ingevuld.

Monitor of begeleider in de sociale economie is bijvoorbeeld een knelpuntberoep. Daar ben ik zelf ook van geschrokken. De VDAB heeft het moeilijk om daar mensen voor te vinden. Kandidaten moeten niet alleen technisch onderlegd zijn, er hoort ook een sociaal luik bij. Je moet weten hoe je met werknemers binnen deze sector moet omgaan. Die combinatie is niet evident.

Al voor de crisis, in 2007, was 26 procent van de beschutte werkplaatsen operationeel verlieslatend. Van de sociale werkplaatsen werkte toen 13 procent met verlies, van de invoegbedrijven 9 procent. Baart u dat zorgen?

Het is niet omdat een bedrijf een operationeel verlies boekt in een jaar dat het ook financieel ongezond is. Van die 26 procent heeft slechts een derde structurele financiële problemen. Als we zien dat een bedrijf uit de sociale economie een boekjaar negatief afsluit, maken we daar trouwens onmiddellijk een financiële analyse van. Zwakke en sterke punten worden opgespoord en er komt een actieplan. Bovendien worden die bedrijven verplicht om managementondersteuning te aanvaarden en dat actieplan uit te voeren. Het aantal bedrijven dat echt structureel ongezond wordt, is bijgevolg bijzonder klein. De regering werkt in deze sector veel proactiever en preventiever dan in het gewone bedrijfsleven.

U hebt het over innovatie als relancemaatregel binnen de sociale economie. Voor reguliere bedrijven is dat al een heikel punt. Heeft de sociale economie hier de boot niet compleet gemist?

De sociale economie heeft altijd de niches opgezocht. Strijkateliers bijvoorbeeld. Of onderhoud van fietsenstallingen. Dat is uit de sociale economie gegroeid. Als een idee niet werkt, is dat binnen onze sector niet zo erg. Er mag al eens gefaald worden. Is iets een succes, dan nemen reguliere bedrijven het idee vaak over. Kringwinkels zijn daar een goed voorbeeld van. Tien jaar geleden waren er geen commerciële zaken die zich bezighielden met de verkoop van tweedehandsmeubels. Nu wel. Uiteraard moet je binnen de sociale economie geen hoogtechnologische innovatie verwachten. De innovatie zit hier veeleer in het inspelen op bepaalde noden, zoals een boodschappendienst voor mensen die niet goed te been zijn.

Wat moet er gebeuren met de bedrijven binnen de sociale economie die momenteel klappen krijgen, zoals toeleveranciers van de auto- en andere klassieke industrieën?

Je kan niet zomaar alle activiteiten die crisisgevoelig zijn afschaffen. In crisistijd stellen mensen het kopen van een nieuwe auto misschien uit, maar op een dag kopen ze die toch. Je mag niet vergeten dat zoiets tijdelijk is.

Zal de overheid het - gezien de nijpende begroting en de vergrijzingskost - kunnen blijven opbrengen om zoveel geld in de sociale economie te pompen?

Er zullen altijd mensen zijn die even het spoor bijster raken, bijvoorbeeld door een verslaving of omdat ze door omstandigheden niet veel scholing hebben gekregen. Een aantal van kan zich dankzij de sociale economie herpakken. Als die mensen doorstromen naar de reguliere economie, heb je toch iets moois gedaan. Oké, die jobs worden zwaar gesubsidieerd, maar er valt ook een uitkering of leefloon weg. Het terugverdieneffect komt trouwens vooral de federale begroting ten goede, maar bon: die kan het ook wel gebruiken dat bepaalde uitgaveposten dalen (lacht). Sowieso vind ik de kaart van de sociale economie trekken nog altijd een betere optie dan een maatschappij waarin zwakkeren zomaar op een uitkering worden gezet zodat de kloof met wie sterk presteert groot blijft.

Er wordt soms nogal meewarig gedaan over de sociale economie.

Dat is zo. Maar het betert en dat is maar goed ook. Deze week ben ik naar de opening van ‘Ekomotiv 1.0’ geweest, een tentoonstelling georganiseerd door de vzw Kowboy Kaos die op zoek is gegaan naar projecten, ontwerpers en organisaties die werken volgens ecologische en sociaal-economische principes. Kowboy Kaos is een bedrijfje binnen de sociale economie dat designstukken maakt van afval en gerecycleerde materialen. Dat zijn echt spullen waarvan je zegt: ‘Wauw, zo’n lamp wil ik zelf in huis’. Ik moest zelf onlangs op zelf zoek naar bureau-inrichting en ben zo bij Kowboy Kaos terechtgekomen. De inspirator van dat project is ongeveer mijn leeftijd en best een hippe vogel. Zoiets verwachten mensen niet binnen de sociale economie.

De sociale economie wordt onderschat?

Zeker. Velen denken dat sociale economie betekent: lucifers in doosjes stoppen. Natuurlijk worden er in beschutte werkplaatsen etiketten op conservenblikken gekleefd. Maar er zijn er ook die de bekabeling doen van vrachtwagencabines voor Volvo Trucks. Het gaat misschien niet altijd om het meest ingewikkelde werk, maar het is wel nodig. En daardoor voelen ook die mensen zich nodig. Maar sociale economie is veel meer dan enkel beschutte werkplaatsen. De kans is bijvoorbeeld groot dat de groendienst in je gemeente door een bedrijf uit de sociale economie wordt afgehandeld. Je komt veel meer met sociale economie in contact dan je op het eerste gezicht zou denken.

(ks) 

19/03/2010

  • 19 maart 2010