Frank Vandenbroucke: ‘We hangen een te zwart beeld op van ons pensioen’

Frank Vandenbroucke
“Langer werken moet gevaloriseerd worden. Tegelijk moeten de voorwaarden om vroeger uit te stromen verstrengd worden” (Frank Vandenbroucke, ex-minister van Pensioenen)

2011 geldt als het jaar waarin de gevolgen van de vergrijzing voor het eerst voelbaar worden. De ‘babyboomers’ van vroeger zijn veranderd in ‘opaboomers’ en bereiken massaal de leeftijd van 65 jaar. Wat betekent dat voor hun en ons pensioen? We vroegen het aan Frank Vandenbroucke, ex-minister van Pensioenen.

De onzekerheid over het wettelijk pensioen zet steeds meer Belgen aan om een aanvullend pensioen op te bouwen. Sinds 2004 is de tweede pensioenpijler, een groepsverzekering of pensioenfonds via de werkgever, wettelijk verankerd.

Anno 2011 geniet een substantieel deel van de Belgische werknemers ervan. Al ziet Frank Vandenbroucke, de ex-minister (SP.A) onder wiens voogdij de wet destijds tot stand kwam, ruimte voor verbetering. ‘Op dit moment geniet nog lang niet iedereen mee. Grofweg een derde heeft perspectief op een fatsoenlijk aanvullend pensioen, een derde heeft slechts recht op een redelijk klein bedrag en een derde heeft helemaal geen aanvullend pensioen. Dat is onrechtvaardig. Ik had gehoopt dat de wet daar verandering in zou brengen, in de vorm van overkoepelende sectorpensioenen met stevige rendementsgaranties, controle door de sociale partners en transparant beleid. Maar de evolutie gaat trager dan verhoopt.’

Is er reden tot paniek?

De tweede pensioenpijler wordt, anders dan de eerste, niet gespijsd door herverdeling. De tweede pijler is een kapitalisatiesysteem, waarbij de rendementen beïnvloed worden door de situatie op de internationale markten. In tijden van economische crisis zorgt dat voor bezorgdheid.

Karel Stroobants, oud-voorzitter van de Belgische Vereniging voor Pensioenfondsen: ‘Je mag niet uit het oog verliezen dat pensioenfondsen door hun langetermijngaranties botsen met de logica van de vrije markt. In een vrije markt bestaan er eigenlijk geen garanties. Het is, zeker in het huidige beursklimaat, niet evident om dat soort stabiele investeringen te vinden.’

Al is er volgens Stroobants niet meteen reden tot paniek. Volgens hem hebben de Belgische pensioenfondsen de crises van 2008 en 2011 redelijk goed doorstaan. In België, in tegenstelling tot Nederland, komen die fondsen ook niet in het gedrang door de hogere levensverwachting van de gepensioneerden.

Moeten we met z’n allen langer gaan werken?

Dat uitgerekend SP.A-politicus Frank Vandenbroucke zich in juni liet ontvallen dat we de pensioenleeftijd op 65 misschien zouden moeten loslaten, zorgde voor meer dan één gefronste wenkbrauw. ‘Op de korte termijn moeten we er eerst voor zorgen dat we de effectieve pensioenleeftijd optrekken’, meent hij. ‘Nu zijn de Belgen tot ongeveer 55 jaar bij de actiefste van West-Europa, om daarna pijlsnel weg te zakken in de statistieken. De echte kortetermijnuitdaging zit in de leeftijdscategorie tussen 59 en 62. Op dat gebied is er overigens al wel wat verbeterd. Het gaat niet op om te zeggen dat er de afgelopen tien jaar geen evolutie is geweest of beleid rond gevoerd.’

Om mensen langer aan het werk te houden, moet er eerst een vicieuze cirkel doorbroken worden. Vandenbroucke: ‘We kunnen ons niet veroorloven om tot 55 jaar een hyperactieve arbeidsmarkt te hebben die erg veel eist van de werknemers om ze daarna te dumpen. Dat is momenteel ons profiel. Het bedrijfsleven investeert weinig in vijftigplussers, ‘want die vertrekken toch’. Vervolgens gaan vakbonden systemen als brugpensioen claimen, of de bescherming van oudere werklozen, want ze worden gedumpt én raken moeilijk aan nieuw werk.’

‘Enkel inzetten op langer werken is steriel en niet productief’, klinkt het onomwonden bij Frank Vandenbroucke. ‘Ook de omstandigheden waarin mensen werken, moeten beter kunnen. Langer werken moet gevaloriseerd worden. Tegelijk moeten de voorwaarden om vroeger uit te stromen verstrengd worden. Je kunt moeilijk van de nog actieve werknemers verwachten dat zij de productiviteit ondraaglijk hoog opdrijven om het pensioen van de anderen betaalbaar te houden.’

En hoelang dan?

‘Wie op 65 weg wil, moet dat ook in de toekomst kunnen doen’, stelt Vandenbroucke. ‘De loopbaanduur is de sleutel. Als je uitgaat van een volledige loopbaan van 45 jaar, wat een behoorlijke termijn is, kan iemand die op 18 begon te werken, stoppen op 63. Om aan een gemiddelde pensioenleeftijd van 65 - en liefst iets hoger - te komen, zal je dus hoger opgeleiden, die vaker een beroep hebben waarin ze meer zelf kunnen sturen, moeten aanzetten om wat langer te werken. Op de heel lange termijn moeten we een daadwerkelijke flexibiliteit rond een spilleeftijd van 65 krijgen, in functie van de lengte van de loopbaan.’

Ging het Zilverfonds de vergrijzing niet opvangen?

Nu de effecten van de opaboom - de term is van Frank Vandenbroucke - merkbaar worden in de pensioenstatistieken, komt ook het Zilverfonds weer in de kijker.

‘Strikt genomen hadden we het Zilverfonds niet nodig. Het was in de eerste plaats een pedagogisch instrument’, zegt Vandenbroucke. ‘Het moest aantonen dat je door het terugdringen van de staatsschuld reserves kon aanleggen die de vergrijzing hielpen opvangen. Helaas hebben we slechts enkele jaren effectief begrotingsoverschotten geboekt. Als dat niet het geval is, is een dergelijke buffer natuurlijk zinloos. Budgettair hadden we op bepaalde momenten strenger moeten zijn, maar vergeet niet dat er destijds, onder andere in de gezondheidzorg, eveneens een inhaalbeweging nodig was.’

Is België klaar om de vergrijzing op te vangen?

‘We hangen een te zwart beeld op van de kwaliteit van onze pensioenen’, aldus Vandenbroucke. ‘Dat maakt het leven nodeloos moeilijk. In hun genre van pensioenen zijn de Belgsiche eerder laag dan hoog, maar we hebben veel woningbezit. Daar zit ook een deel van onze pensioenen in. We hebben een relatief goede gezondheidszorg en sociale voorzieningen die voor iedereen toegankelijk zijn. De laatste tien jaar heeft bijvoorbeeld de inkomensgarantie voor ouderen ervoor gezorgd dat mensen met een klein pensioen een menswaardig inkomen hebben. De minimumgarantie per loopbaanjaar is ook verbeterd.’

‘Ik ben niet van mening dat de uitgaven voor de vergrijzing niet mogen stijgen’, besluit Vandenbroucke. ‘Dat zou een ontkenning zijn van de demografische en sociale realiteit. Ik deel evenmin de mening dat het allemaal wel zal meevallen en dat we die meerkost wel zullen dragen. De facto ontken je dan dat andere behoeften ook onze aandacht en budget opeisen. De waarheid bevindt zich in het midden. Maar ook in dat midden is een actief, doortastend beleid nodig. Enkel budgettaire discipline zal niet helpen. Je moet op lange termijn inzetten op langer werken en een duurzame pensioenhervorming. Maar ook beslissingen over de lange termijn moeten nu genomen worden.’

(ml) – Foto: (kb) 

Meer info over Wettelijk pensioen , Individueel pensioensparen , Langer werken

25/11/2011