Een uitkering om niets te doen?

werkloosheidsuitkering
‘Zowel werkenden als werklozen vinden dat werklozen letterlijk iets voor niets krijgen’ (Stef Van Ranst)

Wie schreeuwt dat de uitkeringen meer in de tijd beperkt moeten worden en werklozen na zoveel maanden op de bijstand moeten komen, zou er wel eens een leger van armoezaaiers moeten bijnemen.

“Onze beleidsmakers zitten met een dilemma. Aan de ene kant moeten de uitkeringen hoog genoeg zijn om mensen uit de armoede te houden, aan de andere kant mag de werkloosheidsuitkering niet zo hoog zijn dat er geen incentive meer is om een nieuwe job te zoeken”, legt professor Jos Berghman van de K.U.Leuven uit. “Maar internationaal gezien zijn onze uitkeringen zeker geen vetpot.”

Een uitkering = een noodzaak

Nochtans is de wrevel over uitkeringstrekkers hoog. Berichten van oneigenlijke werklozen die toch steun genieten doen geen goed aan het beeld van werklozen als profiteurs. Is de werkloosheidsuitkering wel een verdiend loon? Stef Van Ranst voerde er voor zijn Masterproef Sociologie onderzoek naar bij werknemers en werkzoekenden. “De werkende respondenten zeiden allemaal dat werklozen letterlijk iets voor niets krijgen. De werklozen zeiden dat eveneens, maar ze maakten hier helemaal geen probleem van en vonden het ergens maar normaal ook.”

Werkende noch werkzoekende twijfelden er in zijn onderzoek echter aan dat de meeste werklozen hun uitkering wel degelijk nodig hebben. Het leven in België is immers duur geworden en zonder enige vorm van inkomen wordt overleven erg moeilijk, zoniet quasi onmogelijk.

“Dit neemt echter niet weg dat men beweerde dat er werklozen zijn die perfect kunnen teren op het inkomen van hun partner of op inkomsten uit zwartwerk. De groep van werkenden schatte deze groep iets groter in dan de werklozen en het wrong wel een beetje dat ze daarvoor dienen te betalen”, aldus Van Ranst. “De jongeren waren deze mening nog iets meer toegedaan dan de ouderen.”

‘Laaggeschoolden komen zeker rond met de huidige uitkering’

Vooral laaggeschoolden bekijken uitkeringstrekkers met argusogen, hooggeschoolden zijn iets milder gestemd. “Wie lager geschoold is en minder verdient heeft het moeilijker met uitkeringen omdat het verschil tussen hun loon en de uitkering doorgaans klein is. Bovendien is bij hen het gevaar om ook werkloos te worden een stuk groter. Die werkzoekenden zijn voor hen veel meer directe concurrenten”, reageert Jos Berghman.

“De kloof tussen hoogopgeleiden en werklozen is dan weer groter. Daarom zijn zij eerder geneigd om te zeggen: als die werklozen echt geen werk vinden, mogen ze van mijn part gerust een uitkering krijgen.”

Dat stelde ook Stef Van Ranst vast. Voor hooggeschoolden lijkt het dan ook bijna onmogelijk om met je uitkering veel anders te doen dan enkel het allernoodzakelijkste te betalen en dus echt langdurig van een uitkering te leven.

“Laaggeschoolde werkenden en enkele laaggeschoolde werkzoekenden merkten op dat de uitkeringen al bij al nog meevielen. Er is uiteraard sprake van een behoefte, maar wanneer je wat bespaart op de uitgaven en dus je uitgavenpatroon wat aanpast, dan is het zeker mogelijk rond te komen met de huidige uitkering.”

‘Voor hooggeschoolden is het veel schrijnender’

Voor hooggeschoolden, die doorgaans ook meer verdienen, is dat evenwel een ander paar mouwen. En de crisis heeft ook onder hen veel slachtoffers gemaakt. “Omdat ze meer netwerken hebben en makkelijker omschoolbaar zijn, zitten ze normaal gezien minder lang in de werkloosheid. Maar komen ze toch maanden zonder een job te zitten, dan is de financiële situatie voor hen des te schrijnender. De uitkering is immers geplafonneerd, zodat ze nog maar aan een fractie van hun vroegere inkomen geraken”, vertelt Jos Berghman.

Bovendien vreest vriend en vijand dat door de toename van werklozen en dus van uitkeringen de sociale zekerheid onder grote druk komt te staan. In zijn onderzoek stelde Stef Van Ranst vast dat zowel hoog- als laaggeschoolden verwachten dat de uitkeringen zullen dalen.

Die eerste groep wijst als reden enkel het groeiende leger werklozen aan. “De hooggeschoolde werkzoekenden voorspelden ook kleinere uitkeringen voor de toekomst, maar dan wel omdat er vandaag reeds een besparende tendens in de sociale zekerheid aan de gang is.”

‘Werkloos zijn mag niet’

Bovenop die financiële problemen kampen hoogopgeleiden die op een uitkering terugvallen nog met een bijkomend probleem: schaamte. “Een mogelijke verklaring voor het feit dat vooral hooggeschoolde werklozen zich gestigmatiseerd voelen, kan liggen in het feit dat hooggeschoolden vinden dat ze niet werkloos mogen zijn”, denkt Van Ranst. Voor laaggeschoolden is zonder werk zitten dus meer aanvaard.

Toch krijgen werknemers die nooit eerder met werkloosheid in contact kwamen, plots te horen dat iemand uit zijn familie of vriendenkring vriendelijk is bedankt op het werk. Het aantal hooggeschoolden dat in mei dit jaar zonder werk zat, lag bijna 30 procent hoger dan dezelfde maand vorig jaar. Bijna 20.000 hooggeschoolden hadden vorige maand geen job. Bij de laaggeschoolden was er daarentegen ‘maar’ een toename van 19 procent.

“Stel dat de crisis vijf jaar duurt, dan krijg je twee effecten. Ten eerste gaan de hooggeschoolden de laaggeschoolden verdringen van de arbeidsmarkt. Als een werkgever de keuze heeft, dan kiest hij meestal liever voor de hooggeschoolde”, vertelt professor Berghman. “Maar als de werkloosheid nog toeneemt, zitten we in een situatie zoals tijdens de jaren ’70 en ’80. Ten tijde van de oliecrisis had zowat iedereen wel een werkloze in zijn familie. Dan ebt die wrangheid tegenover uitkeringstrekkers weg. Dat zou nu ook kunnen gebeuren, maar dat heeft zijn tijd nodig.”

>> Bereken welke werkloosheidsuitkering jij zou krijgen.

(ks)

Meer info over Ontslag , Werkloosheidsuitkering , RVA

25/01/2018