Een beter statuut voor huispersoneel

huispersoneel
“Huispersoneel is een omvangrijke groep marginale en kwetsbare werknemers, vaak verstoken van de meest elementaire mensenrechten” (Jan Denys, arbeidsmarktdeskundige Randstad en auteur van ‘Free to work’ en ‘Uw werk, uw merk’)

Afgevaardigden van regeringen, werkgevers en werknemers van de overgrote meerderheid van landen in de wereld komen elk jaar in de maand juni samen op de zetel van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) in Genève om zich te buigen over belangrijke vraagstukken in de wereld van het werk.

Het belangrijkste agendapunt dit jaar was een Conventie die moet leiden tot waardig werk voor huispersoneel. Een IAO-conventie kan gezien worden als een soort internationale norm en is dus van grote invloed op nationale arbeidswetgeving.

Dat de situatie van huispersoneel, vooral in het Midden-Oosten en heel wat derdewereldlanden moet verbeterd worden, behoeft geen betoog. Het gaat in deze om een zeer omvangrijke groep marginale en kwetsbare werknemers, vaak verstoken van de meest elementaire mensenrechten. Er zijn wereldwijd wellicht 100 miljoen mensen actief als huispersoneel, de overgrote meerderheid vrouwen.

Hoe kan de situatie voor huispersoneel verbeterd worden?

Het meest krachtige IAO-instrument is een Conventie. Een Conventie is vooreerst een uiterst krachtig signaal dat stelt welke minimumnormen in acht moeten worden genomen bij het tewerkstellen van huispersoneel. Als landen een afgesloten Conventie ratificeren zijn ze verplicht hun arbeidswetgeving eraan conform te maken.

Naast een Conventie is er ook een Aanbeveling mogelijk. Dit instrument is, zoals de naam suggereert, vrijblijvender. Het kan gezien worden als een soort moreel richtsnoer. Landen zijn echter helemaal niet verplicht om een afgesloten Conventie te ratificeren. Indien een Conventie teveel bepalingen bevat die heel zwaar afwijken van de bestaande praktijken in een land, is de kans reëel dat ze niet wordt geratificeerd.

België vs. India

Het komt er dus op aan om een gulden middenweg te vinden tussen een Conventie die zo vaag is dat de situatie van huispersoneel helemaal niet verandert en een Conventie die heel wat verbeteringen bevat maar slechts door weinig landen wordt geratificeerd.

Deze evenwichtsoefening wordt sterk bemoeilijkt omdat de situaties tussen verschillende landen sterk verschillen. Schoonmaakpersoneel tewerkgesteld in het Belgisch systeem van dienstencheques heeft weinig gemeen met een inwonende minderjarige dienstbode in een middenklassegezin in India. Ook moet goed voor ogen worden gehouden dat het meeste huishoudelijk personeel werkt in de informele sector. Zelfs indien een Conventie wordt geratificeerd door een bepaald land zal hun situatie niet automatisch verbeteren.

Hopelijk komt er in Genève iets positiefs uit de bus en kunnen de 100 miljoen die tewerkgesteld zijn als huispersoneel hopen op een iets betere toekomst.

(jd) – Meer info: www.ilo.org 

10/06/2011

  • 10 juni 2011