Anseel & Denys

De lessen van Marcel

Jan Denys
“De premie die de ontslagen werknemers kregen, had als gevolg dat ze langer dan nodig werkloos waren.” (Jan Denys, arbeidsmarktdeskundige Randstad en auteur van ‘Free to work’ en ‘Uw werk, uw merk’)

Het is nooit goed. Als je je baseert op wetenschappelijke statistieken om uitspraken te doen over de arbeidsmarkt krijg je al snel het verwijt dat je te ver van het echte leven staat. De wereldvreemde prof in zijn ivoren toren. Het aantal keren dat ik in mijn loopbaan dit verwijt heb gekregen, zelfs lang nadat ik de universiteit verlaten had, kan ik niet meer tellen.

Maar o wee als je een mens van vlees en bloed opvoert om je punt te maken. Dan zijn de commentaren nog negatiever. Het is nochtans simpel. Het is niet of-of maar en-en. Mijn visie op en inzichten over de arbeidsmarkt zijn in de eerste plaats tot stand gekomen op basis van duizenden uren lectuur van artikelen, boeken, rapporten, eigen onderzoek en contacten met vele andere experten in binnen- en buitenland. Maar evenzeer heb ik veel geleerd over de arbeidsmarkt door de realiteit van elke dag goed te observeren.

Mijn inzicht dat ons werkloosheidssysteem niet activerend genoeg is, is iets meer dan 20 jaar geleden ontstaan. Een goede kennis van mij (Marcel) werd, als uitvoerend arbeider, werkloos nadat zijn bedrijf failliet was gegaan. Als sociaal plan kreeg hij bovenop zijn werkloosheidsvergoeding een extra uitkering van het bedrijf. Het kwam er op neer dat hij ongeveer twee jaar, op enkele procenten na, zijn voormalig nettoloon ontving. Nadien viel hij terug op de gewone werkloosheidsvergoeding.

U raadt het al. Marcel heeft bijna twee jaar geen ander werk gezocht. Hij volgde wel een langdurige opleiding bouwtechnieken bij de VDAB. Niet om nadien in de bouwsector te werken maar om zijn nieuwe kennis toe te passen in zijn eigen nieuw huis. Hij spaarde in die tijd zeer veel uit omdat hij de tijd had om zelf heel wat werkzaamheden te verrichten. Financieel was Marcel veel beter af dan indien hij gewoon aan het werk gebleven was. Na ongeveer 20 maanden werkloosheid begon hij opnieuw te solliciteren. Heel snel nadien was hij opnieuw aan het werk.

Voor mij was deze gebeurtenis de trigger om in te zien dat Marcel geen uitzondering was maar de emanatie van een passief makend werkloosheidssysteem. De extra premie die de ontslagen werknemers kregen, was vanuit een sociaal perspectief uiteraard positief maar had als gevolg dat de betrokkenen langer dan nodig werkloos waren.

Twintig jaar later werd Marcel opnieuw werkloos na een faillissement. Ditmaal was er geen sociaal plan. Objectief gesproken had Marcel nu veel minder kans om snel door te stromen naar nieuw werk. Hij was intussen net geen 50 jaar. Het duurde exact vier weken vooraleer hij een nieuwe job had. Veel sneller dan ik had verwacht. Stel dat Marcel in een brugpensioen was gestapt. Dan was er van een nieuwe job bijna zeker geen sprake geweest.

(jd) 

06/12/2012

  • 06 december 2012