De leermeester van ...

Stany Crets: 'We kropen samen met Jan Decleir in een donkere kelder ...'

Stany Crets met zijn leermeester, Jan Decleir.
Stany Crets met zijn leermeester, Jan Decleir.

Elke leerling heeft een leermeester. Iemand van wie hij het vak geleerd heeft. Sommigen worden de beste vrienden, anderen zien elkaar nooit meer terug. Deze week vertelt acteur Stany Crets over de indrukken die Jan Decleir op hem gemaakt heeft.

“Ik heb vier jaar Studio Herman Teirlinck gedaan. In het derde kreeg ik Jan Decleir als docent. Dat was het eerste moment in mijn opleiding dat mijn ogen open gingen voor wat acteren zou kunnen zijn. Het was ook de periode dat hij met de Blauwe Maandag Companie in De Meeuw van regisseur Luc Perceval speelde. Dat stuk maakte het voor mij helemaal duidelijk. Eigenlijk ben ik dus zowel door Jan Decleir als Perceval beïnvloed.”

Jan Decleir: “Het was een plezante ontmoeting. Stany was een ongelooflijk goede verstaander en hij had humor, iets wat hij toen nog maar aan het ontdekken was, denk ik. Als jonge gast wou hij zich uiteraard tegen de wereld verzetten, maar ik heb er ook een zeer gevoelige man in gevonden, met heel veel aandacht voor zijn omgeving. Hij heeft een soort van liefde voor wat hem omringt die niet direct bij zijn imago past.”

‘We kropen samen in een donkere kelder en niemand wist wat we daar deden’

“Jan zei ons nooit wat me moesten doen. Hij liet ons volkomen vrij. Hij was dus geen leraar in de pure betekenis van het woord. Zo stond hij ook niet voor ons. Hij sprak vanuit zijn ervaring. Op die momenten stond daar geen leraar maar het monument Jan Decleir met zijn hele hebben en houden. Een ervaring die trouwens verder reikte dan de uren op school. Dat zette zich netjes verder op straat en in cafés.”

Jan Decleir: “Ik beschouwde mezelf niet echt als leraar. Die gasten kwamen naar de studio omdat ze zich geroepen voelden. Eigenlijk was ik een soort van coach die voorstellen deed en hen hielp hun persoonlijkheid te ontwikkelen. Omdat we zo dicht bij elkaar stonden, waren we meer broeders in de kunst, een soort van kameraden die een aantal afspraken maakten met elkaar. Ik kwam dus ook op de plekken waar Stany kwam en dan werd er wel eens gefeest, hoewel dat nu ook niet het belangrijkste is van het hele verhaal.”

“Beangstigend heb ik het nooit gevonden om van Jan Decleir les te krijgen. Het ligt ook niet in mijn natuur om zomaar van iemand onder de indruk te zijn. Moest dat wel zo geweest zijn, was dat gevoel vlug verdwenen. Jan was meer één van ons dan van de school. Hij verzette zich ook tegen bepaalde beslissingen van de toenmalige directie. We kropen samen in een donkere kelder en niemand die wist wat we daar precies deden.”

Jan Decleir: “In het verleden, nog voor Stany aan de studio studeerde, waren er wat problemen geweest. De directeur voelde zich bedreigd door zijn eigen studenten en probeerde er de ijzeren hand in te houden. Iets waar ik geen boodschap aan had en die gasten nog minder. Het is niet dat ik die jongens en meisjes per definitie wou opvrijen om op een goed blaadje te staan; ik kon met die aanpak gewoon niet overweg en kwam dus dichter bij hen te staan dan bij de inrichtende macht.”

“Wat hij me vooral heeft bijgebracht, is het je volledig vrij kunnen voelen op de scène. Als je als acteur op een podium stapt, moet je ervan overtuigd zijn dat dat van jou is en dat al die mensen komen om naar jou te luisteren. Hij heeft me ook geleerd dat het werk van een acteur minstens zo belangrijk is als dat van een regisseur of een schrijver.”

Jan Decleir: “Dat is alleszins mijn ervaring. Ik heb dat ook zelf, van Herman Teirlinck, binnengekregen als was het moedermelk. Alhoewel veel theater dat tegenspreekt tegenwoordig. Als een decorateur of een technicus probeert de hegemonie over het dramatisch gebeuren te krijgen, interesseert me dat niet. Een acteur is een even groot kunstenaar als een schilder, beeldhouwer of componist. Stany had daar wel oren naar.”

“Ik zou kunnen proberen te omschrijven wat voor een acteur Jan Decleir is, maar ik denk dat een ‘brok impulsieve theatraliteit’ nog het meest in de buurt komt. Je kan er echt niet omheen. Ik heb niet snel het gevoel bij iemand dat hij of zij mijn voorbeeld is, maar de manier waarop Jan met zijn voeten op de grond blijft, vind ik wel iets om na te streven.”

Jan Decleir: “Stany is sterk als komiek, maar eigenlijk kan hij alles aan. Ik heb hem al dingen zien doen die echt hartverscheurend waren. Het tragische is net zo goed aan hem besteed als het dolkomische. Zijn tv-werk volg ik niet echt, maar ik vermoed dat de film die hij samen met Peter Van den Begin maakt over de Ancienne Belgique (Antwerps revue-theater uit de jaren zeventig, red.) een huwelijk zal zijn tussen populariteit en kwaliteit.”

(wv)

18/07/2012

  • 18 juli 2012