De leermeester van ...

Jörgen Oosterwaal: 'Dankzij Yves Desmet wist ik dat Guy Mortier interesse had, dus ik kon het cool spelen'

Jörgen Oosterwaal met zijn leermeester, Guy Mortier.
Jörgen Oosterwaal met zijn leermeester, Guy Mortier.

Elke leerling heeft een leermeester. Iemand van wie hij het vak geleerd heeft. Sommigen worden de beste vrienden, anderen zien elkaar nooit meer terug. Deze week krijgt Humo-hoofdredacteur Jörgen Oosterwaal les van zijn voorganger Guy Mortier.

“Het was een zondagavond, begin 1995, toen Guy me thuis opbelde. Of ik voor Humo politieke interviews wou maken? Wat volgde, was een heel kort gesprek, ook al omdat ik getipt was door Yves Desmet die pas bij Humo weg was. Ik wist dat Guy interesse had en kon het dus heel cool spelen. En ik leerde meteen dat het werk van een hoofdredacteur al op zondag begint.”

Guy Mortier: “Goede journalisten vind je niet makkelijk. Als ik al de toestemming kreeg om mijn troepen te versterken, deed ik dat zeer zorgvuldig. Tussen al de interviews die ik gelezen had, waren die van Jörgen me opgevallen. Met name één met Herman Brusselmans, iemand die misschien eenvoudig te interviewen lijkt maar dat helemaal niet is. Toch niet als je hem op een andere manier wil benaderen. Maar dat Jörgen getipt was, wist ik niet.”

‘Guy zei nooit dat hij een idee slecht vond. Hij begon gewoon over iets anders te praten’

“Een week later hebben we elkaar ontmoet. Ik kende de verhalen van de strenge hoofdredacteur maar wat ik zag, was een aimabel man. Enkel toen Guy mijn leeftijd hoorde, leek hij ontgoocheld. Ik was 31 en had dus al een kort loopbaantje achter de rug, terwijl Guy altijd op zoek was naar piepjong talent.”

Guy Mortier: “Uiteraard vond ik het belangrijk om de jonge grote talenten naar Humo te halen. Misschien had ik Jörgen wat jonger ingeschat op basis van wat of hoe hij schreef, maar ontgoocheld was ik zeker niet. Er zijn genoeg voorbeelden van redacteurs die op die leeftijd bij Humo gestart zijn en nog beter zijn geworden. Het belangrijkste was dat mijn redacteurs in het hart van de doelgroep zaten.”

“Guy bood me dertigduizend Belgische frank per interview. Maar ik had me geïnformeerd en wist dat het Humo-tarief op veertigduizend lag. Mijn eerste interview heb ik dan voor dertig gemaakt op voorwaarde dat, als hij tevreden was, ik voor het tweede veertig zou krijgen. Als hoofdredacteur moet je je budget nu eenmaal als een goede huisvader beheren.”

Guy Mortier: “Het plezierige daaraan is dat je iemand die het goed doet snel kan belonen. Dat is veel leuker dan medewerkers die al gauw achterover gaan liggen omdat ze zogezegd ‘binnen’ zijn bij Humo. Wat ik nooit gedaan heb, is geprofiteerd van iemand die bereid was om voor minder te werken. Als ik goed vlees in de kuip had, betaalde ik snel het maximum.”

“Als Guy koppen en covers maakte, krabde ik mezelf wel eens achter de oren. Ik had tot dan toe jarenlang voor De Morgen en Knack gewerkt en was meer op nieuws gefocust. Voor Guy was emo, en dan liefst in combinatie met humor, veel belangrijker. Het heeft even geduurd voor ik exact doorhad hoe Humo werkte en dat ik hier een veel breder publiek moest bereiken. Als hoofdredacteur moet je altijd rekening houden met je lezers.”

Guy Mortier: “Als Humo met nieuws kon uitpakken, heb ik dat zeker nooit gelaten. Maar je moet er voortdurend over waken dat het op de juiste manier verpakt wordt. Humo heeft een heel eigen toon en uitstraling, en daar heeft een juiste dosering van ernst en humor veel mee te maken. Dat is niet gemakkelijk maar wel essentieel, zoals Jörgen al gauw geleerd heeft.”

“Als ik Guy voorstelde om die of die mensen samen te zetten voor een interview, keek hij wel eens peinzend en zwijgend voor zich uit. Tot ik, om de stilte te verbreken, uitriep: ‘We kunnen ook Dehaene interviewen, of Vande Lanotte?’ Dan veerde hij op, lachte en zei: ‘Ja, prima idee!’ Uiteindelijk deed ik dus gewoon wat hij graag wilde. Als hoofdredacteur moet je leiden, maar bij voorkeur met zachte hand.”

Guy Mortier: “Natuurlijk wil je elke keer een paar grote namen en gezichten, en die moeten dan ook nog eens verrassen en boeien. Als je dàt al hebt, geeft het je ook de kans om daarnaast minder bekende mensen op te voeren, of minder evidente dossiers. Het één maakt het ander mogelijk. En dat moet je als hoofdredacteur van je mensen gedaan kunnen krijgen.”

“Ook tijdens redactievergaderingen heb ik Guy nooit horen zeggen dat hij een idee slecht vond. Hij begon gewoon over iets anders. Voor de anciens het teken om het te laten rusten; enkel neofieten lieten zich wel eens vangen. Nog een belangrijke les: vermijd onnodige confrontaties.”

Guy Mortier: “Dat zal zeker niet zijn omdat ik te bang was om te zeggen dat ik het niet goed vond. Op zo’n moment wist ik gewoon al wat er nog ontbrak aan de volgende Humo, of een idee de cover sterker zou maken enzovoort. Bovendien had ik vaak te weinig tijd - en dus ook geen zin - om over elk voorstel te discussiëren. Er was werk genoeg aan de winkel.”

(wv)

18/07/2012

  • 18 juli 2012