De jobs van vandaag zijn niet die van morgen

De arbeidsmarkt leeft. Jobs komen en gaan. Sectoren kennen periodes van groei en verval. Het Steunpunt WSE bracht de grootste veranderingen op de Vlaamse arbeidsmarkt van de voorbije dertig jaar in kaart.

27 mei 2015

Delen

"Bijna een derde van de industriële werkgelegenheid van midden jaren tachtig is inmiddels verdwenen.”

Sinds jaren merken we duidelijke verschuivingen op de Vlaamse arbeidsmarkt. De teloorgang van de industrie en de opmars van de dienstensector springen daarbij het meest in het oog. Dit heeft ook gevolgen voor het soort beroepen dat wordt uitgeoefend. Het belang van hooggekwalificeerde jobs neemt alsmaar toe, wat vooral ten koste gaat van middengeschoolde werknemers.

Tussen 1986 en 2013 steeg de Vlaamse werkgelegenheid met ruim dertig procent (+30,9 procent), van ongeveer 2 miljoen tot 2,6 miljoen werkenden. Achter deze groei schuilt een grote sectorale verschuiving. De afbouw van de industriële tewerkstelling en de groei in de dienstensectoren zijn daarbij de belangrijkste (tegengestelde) evoluties.

Ondanks de toenemende Vlaamse werkgelegenheid zette de de-industrialisering zich de afgelopen vijfentwintig jaar onverminderd voort. Bijna een derde van de industriële werkgelegenheid van midden jaren tachtig is inmiddels verdwenen.

Industrie verliest terrein

In 1988 was de industrie in Vlaanderen nog goed voor bijna een kwart van de werkgelegenheid (24,3 procent). Dit kwam overeen met 508.000 werkenden. Tien jaar later, in 1998, bedroeg het aandeel van de sector 20,1 procent (460.000 werkenden). En nog eens vijftien jaar later, anno 2013, vertegenwoordigde de industrie nog maar 13,8 procent van de totale werkgelegenheid en was het aantal werkenden herleid tot 364.000.

De commerciële diensten (zoals vervoer, communicatie, handel, horeca, financiële en zakelijke diensten) kenden daarentegen een sterke groei. In 1988 was dit sectoraggregaat goed voor 39,3 procent van de totale werkgelegenheid in Vlaanderen (821.000 werkenden). Tien jaar later was dit aandeel toegenomen tot 45,0 procent en in 2013 was bijna de helft van de werkenden (49,3 procent of 1,3 miljoen werkenden) actief in de sector van de commerciële diensten.

In diezelfde periode steeg het aandeel in de werkgelegenheid van de gezondheidszorg en de maatschappelijke dienstverlening van 7,5 procent in 1988 naar 12,5 procent in 2013 (of van 156.000 naar 329.000 werkenden).

Het aandeel van de sectoren overheid en onderwijs is de voorbije vijfentwintig jaar licht gedaald, van 17,9 procent in 1988 tot 15,3 procent in 2013. In absolute aantallen viel een stijging te noteren van 373.000 naar 402.000 werkenden.

Het werkgelegenheidsaandeel van de bouwsector bleef in de periode 1988-2013 vrij stabiel, schommelend rond 6,5 procent (170.000 werkenden in 2013).

Minder 'middenjobs'

Naast de wijzigende sectorverhoudingen binnen de Vlaamse werkgelegenheid doet zich ook een duidelijke verschuiving voor in de beroepenstructuur, waarbij het belang van hooggekwalificeerde beroepen systematisch toeneemt ten koste van de middengekwalificeerde beroepen. Technologische veranderingen en globalisering zijn daarbij de belangrijke drijvende krachten.

Het aandeel hooggekwalificeerde jobs in Vlaanderen steeg van 35,4 procent in 1993 naar 44,1 procent in 2013. Deze toename weerspiegelt deels de opkomst van de dienstensectoren, waarin heel wat functies gevraagd worden met een hoger kwalificatieprofiel. Hierbij denken we bijvoorbeeld aan allerhande managementfuncties en aan intellectuele of wetenschappelijke functies in het onderwijs, de zakelijke dienstverlening, de ICT en de gezondheidszorg. Anderzijds omvat deze functiecategorie ook heel wat gespecialiseerde technici in de bouw en de industrie.

Het toenemende belang van hooggekwalificeerde jobprofielen gaat gepaard met een afnemend aandeel middengekwalificeerde jobs. Bij deze jobprofielen denken we onder meer aan metaalarbeiders, aan bedieners van installaties en machines in allerhande nijverheidssectoren of aan administratieve medewerkers. In 1993 behoorde 55,9 procent van alle jobs tot deze middencategorie, in 2003 was dit al minder dan de helft (48,9 procent) en in 2013 ging het nog maar over 45,9 procent.

Het aandeel van de laaggekwalificeerde jobprofielen vertoont een vrij stabiel patroon, schommelend rond (of net onder) 10 procent van alle jobs. Het gaat hier over een relatief beperkte groep van in hoofdzaak ongeschoolde arbeiders en onderhouds- of schoonmaakpersoneel.

(wv) 

Ontvang de nieuwste tips over werk en carrière

Meer dan 440.000 Jobat gebruikers zijn wekelijks op de hoogte

Aanbevolen jobs

Wij jij ook meer verdienen, leukere collega's of minder file ?

De job werd bewaard

Je kan je bewaarde jobs terugvinden onderaan deze pagina, maar ook op de homepage en in Mijn Jobat.

Wil je ze ook op andere toestellen kunnen bekijken? Meld je dan aan.