De job van verpleger: ‘De dankbetuigingen van patiënten geven veel voldoening’

“Mijn stage op de Spoedafdeling ga ik niet licht vergeten.” (Joeri Boeckx, verpleegkundige in het Leuvense Gasthuisberg-ziekenhuis)

Een enorme pensioneringsgolf en een vergrijzende maatschappij. Dat zorgt ervoor dat het tekort aan verpleegkundigen elk jaar met duizenden mensen toeneemt. In de opleidingen stijgt het aantal studenten wel, maar de job blijkt ook heel wat mensen af te schrikken. Joeri Boeckx (28) uit Aarschot beet toch toe.

Drie jaar al werkt Joeri Boeckx als verpleegkundige in het Leuvense Gasthuisberg-ziekenhuis, momenteel op de afdeling Hepatologie (lever en galblaas). Zelf noemt hij het een “late roeping”. “Na het middelbaar ben ik eerst iets anders gaan studeren, maar ik ben dan toch nog op verpleegkunde overgeschakeld. Het aspect “mensen helpen” sprak me aan, maar dat de job ook toen al werkzekerheid bood, heeft zeker meegespeeld.”

Joeri kreeg zijn opleiding aan de Katholieke Hogeschool in Leuven. Zelf is hij best te spreken over de cursussen en het lerarencorps, maar het zijn toch vooral de vele stages die de aspirant-verpleger echt laten kennismaken met het beroep, zegt hij. “De lessen bereiden je natuurlijk wel voor op wat je gaat meemaken, maar met de stages weet je pas echt wat verpleger zijn juist inhoudt. Zeker mijn stage op de Spoedafdeling ga ik niet licht vergeten. Omdat het op Spoed vaak heel hectisch is en er minder vaste structuren zijn dan op de andere afdelingen. Je moet er af en toe weleens improviseren, binnen bepaalde grenzen natuurlijk (lacht). Voor studenten zijn dat vaak ook de meest dankbare stages, omdat je zoveel verschillende zaken ziet, van een gebroken been tot, pakweg, zware interne bloedingen.”

Alleen op de nachtshift

Op de afdeling Hepatologie heeft Joeri vijftien collega-verpleegkundigen. Alles samen “bedienen” zij tweeëntwintig bedden. Hij werkt zelf tien dagen na elkaar en blijft dan vier dagen thuis. “Zestien man, dat lijkt veel, maar daarvan zijn er elke dag telkens maar acht aan het werk”, legt de jonge verpleger uit. “Vier mensen in de ochtendshift, drie in de namiddagshift en eentje in de nachtshift. Die laatste staat er alleen voor, ja. Er is ook wel een zorgkundige die ’s nachts komt helpen, maar die werkt dan weer voor meerdere afdelingen.”

Het werk op zich is doenbaar, maar het is vooral het personeelstekort dat de job zwaar maakt, zegt Joeri. “Sowieso zijn er al niet vaak echt kalme periodes, maar zeker als collega’s niet kunnen komen werken, wegens ziekte of zo, kan het soms lastig zijn. We zouden wel wat extra personeel kunnen gebruiken, zodat je een buffer hebt als er mensen wegvallen. Meestal draaien we immers op volledige bezetting, het is niet zo dat we volk op overschot hebben.”

Fijne collega’s

Uiteraard zijn er ook aangename kanten aan het beroep. Joeri hoeft er niet lang over na te denken. “Ten eerste heb ik op de afdeling héél fijne collega’s”, lacht hij. “We zijn echt een soort kleine familie. Dat is natuurlijk niet zo verwonderlijk, met mensen waarmee je tien dagen aan een stuk bijna voortdurend samenleeft.

De patiënten zijn, volgens Joeri, een tweede pluspunt aan de job. “De reacties die je krijgt van de patiënten, dat geeft enorm veel voldoening. Op onze afdeling liggen ook de patiënten die op een transplantatie voorbereid worden. Dat zijn dus mensen die een tweede of zelfs al een derde kans hebben gehad om verder te leven. Daar krijg je heel veel dankbaarheid van terug.”

Papa, ik word verpleger

Joeri zelf heeft nog geen kinderen, maar stel dat zijn kroost hem over enkele jaren komt zeggen dat ze verpleegkundigen willen worden. Zou hij dat een goede keuze vinden? “Ja, toch wel. Op dit moment ben ik echt wel blij dat ik in deze job terechtgekomen ben, dus als mijn kinderen dit ook willen doen, ga ik ze niet tegenhouden. Nu goed, ik ben ook nog relatief jong, dus hoe ik daar binnen twintig of vijfentwintig jaar over denk, kan ik nu nog niet zeggen. We hebben wel een paar oudere collega’s op onze afdeling en als ik zie hoe zij omgaan met de modernisering en de toenemende werkdruk, kan ik alleen maar zeggen: chapeau. Ik hoop dat ik ooit ook zo mag eindigen (lacht).”

(fp) 

Meer info over Welke job past bij mij? , Gezondheidszorg , Jobs met toekomst

29/03/2017