Interview

De Belgische Laila: over leven en werken in Libië

“Er sijpelden geruchten binnen dat Khadaffi militairen met pepmiddelen op pad stuurde, louter om te verkrachten. We troffen voorbereidingen voor onze tienjarige dochter” (Laila Krema, Belgische in Libië)

Na haar studies verhuisde de Belgische Laila Krema naar Libië. Om er te trouwen met de man van haar dromen, er te leven en te werken. Zes maand na de dood van Khadaffi blikt ze terug op de woelige tijd die ze heeft meegemaakt. En kijkt ze vooruit, naar wat Libië haar nog te bieden heeft.

Laila woont in Zawiya, een stad op een 50km van Tripoli, samen met haar Libische echtgenoot en haar drie kinderen. Ze werkt er al jaren voor een Belgische werkgever. Hoewel de angst voor de voormalige dictator na zijn dood is weggeëbd, is Khadaffi vaak nog sterk aanwezig.

De Libische revolutie lijkt meer dan geslaagd: dictator en dictatuur zijn begraven.

‘We leven met hoogtes en laagtes. Als we schoten horen, houden we altijd even onze adem in. Er zijn geregeld schermutselingen tussen verschillende stammen en er lopen nog altijd Khadaffi-getrouwen rond. Mijn man heeft me in november een kalasjnikov gegeven en onze 10-jarige dochter en mezelf verplicht om er mee te leren schieten. Ik heb het wapen opgeborgen, maar voor hem is het een geruststelling dat ik me kan verdedigen. Toch zal er een dag komen waarop iedereen zijn wapens zal moeten inleveren, ook diegenen die zich sinds de opstand echte Rambo’s voelen.’

Laila verhuisde na haar studie Arabische filologie in Brussel naar Libië, om de man te trouwen voor wie ze gevallen was. Het werd een hele aanpassing. Laila sprak gebroken Arabisch en moest wennen aan een leven waarin ze haar politieke mening voor zich moest houden, geheime agenten het doen en laten van familie en vrienden volgden en waarbij ze getipt werd dat ze - zeker gezien haar dubbele nationaliteit en de Belgische banden - op het werk werd afgeluisterd.

Officieel is de revolutie op 17 februari 2011 begonnen in Benghazi. Wanneer werd de opstand voelbaar in uw stad?

‘De maandag na de opstand belde mijn baas me op met de vraag of hij me op kantoor kon verwachten. Hoewel er op dat ogenblik nog niet echt iets aan de hand was in Zawiya, besliste ik om niet te gaan werken. Amper twee uur na het telefoongesprek was Zawiya omsingeld. Overal doken zwarte huurlingen op. Ik ben geen racist, maar het was hallucinant. Ze spraken zelfs geen Arabisch.’

Wat hebt u toen gedaan?

‘Met de hele familie hebben we ons bij mijn schoonvader verzameld. Terwijl de vrouwen in huis zaten, hielden de mannen de wacht. Iedereen was bang dat de soldaten onze huizen zouden binnendringen. Op wat antieke pistolen na bezat niemand wapens. Onder Khadaffi was wapenbezit verboden.’

Overwoog u toen niet om terug te keren naar België?

‘Via de Belgische ambassade is me meermaals aangeboden om mijn kinderen en mezelf te laten evacueren, maar ik kon en wilde mijn echtgenoot en Libische familie in deze omstandigheden niet achterlaten.

Na een zware strijd viel Zawiya maandenlang in de handen van de Khadaffi-getrouwen. Hoe zag uw leven er toen uit?

‘Er sijpelden geruchten binnen dat Khadaffi zijn militairen met pepmiddelen op pad stuurde, louter om te verkrachten. We troffen voorbereidingen voor ons dochter. Zo zetten we een kleine ladder tegen de muur, zodat ze in noodgeval kon ontsnappen. We hadden ook een gat gemaakt in een inbouwkast, zodat ze zich ongemerkt naar een andere ruimte kon begeven.'

‘Onze buren wisten goed dat mijn schoonbroers actief waren in het verzet. Een van hen kreeg een kogel door het hoofd toen hij met drie kameraden probeerde een kleine kazerne binnen te dringen waar wapens lagen opgeslagen. Hij en nog een aantal broers van hem zijn omgekomen. In Duitsland vecht een van hen nog steeds tegen een mogelijk blijvende verlamming. Ook mijn zieke schoonvader is tijdens de revolutie overleden. Hij kreeg het verlies niet verwerkt.’

Oorlogen gaan vaak gepaard met voedseltekort en schaarste. Hoe kon u overleven?

‘We hebben ons snel georganiseerd. Het is cru, maar de dood van mijn schoonbroer heeft ons veel voedsel bezorgd. Rouwenden overlaadden ons met kilo’s rijst, bloem en suiker. Ook benzine werd schaars. Vervelend waren de vele elektriciteitspannes: de airco draaide niet meer en het kostbare voedsel in de diepvries begon te smelten. Zonder elektriciteit konden we ook geen water oppompen. Daarom vulden we grote plastieken flessen, en zelfs ons bad, met drinkwater.’

Khadaffi trachtte alle communicatiemiddelen plat te leggen. Hoe bleef u op de hoogte van wat er zich in het land afspeelde?

‘We probeerden het nieuws op verschillende zenders te bekijken, want de Libische staatstelevisie zond pure propaganda uit. De dag dat er binnen de VN gestemd werd over resolutie 1973 - die een militaire interventie in Libië mogelijk zou maken - zat de hele familie aan de tv gekluisterd. Toen de uitslag positief uitdraaide, zijn we in stilte beginnen dansen. Maar de euforie sloeg om in twijfel. We vroegen ons af waarom er zo weinig gebeurde.’

‘Toen de NAVO hoogte kreeg van de positie van de rebellen is er dan luchtsteun gekomen. In volle Ramadan (augustus 2011, red.) hebben de rebellen en de NAVO Zawiya, na een korte maar hevige strijd, uiteindelijk bevrijd.’

Hoe hebt u vernomen dat Khadaffi gevat was?

‘Ik was al een paar weken terug aan het werk, toen mijn echtgenoot me enthousiast telefoneerde: het is zover, ze hebben Sirte veroverd! Ik heb toen mijn vader in België opgebeld. Hij brulde luidkeels: ze hebben hem, Laila, ze hebben hem! De meeste Libiërs vinden dat Khadaffi gekregen heeft wat hij verdiende. Niemand zegt dat hij in vrede moge rusten, op enkele rare uitzonderingen na.’

Hoe ziet de toekomst van Libië er uit?

‘Ik hoop dat Libië verder zal ontwikkelen, al kost dat veel tijd. De bevolking zal opnieuw moeten leren wetten te respecteren. Mijn man en ik luisteren veel naar het nieuws en bespreken de politieke actualiteit regelmatig. We kijken vol spanning uit naar die verkiezingen die er over een viertal maanden staan aan te komen. Er komt een nieuwe toekomst aan voor Libië, maar zal die goed zijn of niet? Dat valt nog af te wachten.’

(ddg) 

13/04/2012

  • 13 april 2012