Wraak

Thomas Blondeau
Thomas Blondeau werkt voor het Leids Universitair weekblad Mare. Vorig jaar verscheen zijn tweede roman Donderhart.

Die vrouw die afgewezen werd door haar minnaar en toen wraak nam door garnalen in de zomen van zijn gordijnen te naaien; ze heeft gelijk. Er hoeft maar één de Dalai Lama te zijn. En zo we onlangs leerden, heel snel van begrip is die nu ook weer niet. Een goede wraakactie is een oefening in beheersing. Wie al te vernietigend is, toont zich te zeer geraakt. Wie geen sporen nalaat, maakt het de boosdoener te makkelijk. Wie begon, mag er ook wat van merken. Maar er zijn grenzen.

Een vriend begon dit kalenderjaar door zijn geliefde te melden dat ze niet meer verder konden. Hoewel ze een open relatie hadden, werd het hem toch wat al te gortig. O zeker, hij had ook zijn rencontres maar hij leende tenminste niet haar auto om ermee naartoe te rijden. ‘To live outside the law, you must be honest’, zong Dylan al. En een beetje fatsoen helpt ook.

Op drie januari zei hij: ‘Jammer maar helaas’. Een dag later brak zij bij hem in, verscheurde de kunstfoto’s die hij aan de muur had hangen, stal zijn pianopartituren, gooide zijn boeken uit de kast en knipte al zijn slips open. Inclusief diegene die in de wasmand lagen. Ze had het bij het ondergoed moeten laten. Het overzichtelijke ongemak, de seksuele connotatie, het idee dat je met schrale billen in de winkel staat - perfect. Het idee dat ze door zijn vieze was stond te graaien, deed zelfs het slachtoffer wat glimlachen. Maar van iemands kunst heb je met je poten af te blijven.

Omdat ik de ochtenden meestal gebruik om de koffie te vervloeken en langzaam bij te trekken, werk ik vaak over. Al bij mijn eerste werkgever, een klein reclamebureautje, was ik meestal diegene die door de portier eruit gegooid moest worden. Het was een aardige, Indonesische man die zijn laatste ronde zo inrichtte dat ik nog een extra halfuurtje had. Soms nam hij wat te eten voor me mee. Op mooie dagen zaten we dat samen op te eten bij het vijvertje dat tussen de bedrijfspanden zat ingeklemd. Hij was getrouwd met een blonde Hollandse waar hij vaak over praatte. Evenals de twee dochters die ze hadden.

Maar hij botste met zijn verantwoordelijke. Hij mocht niet internetten tijdens de eenzame uren achter de balie. Zijn kanarie moest weg. Hij mocht de katten in de buurt niet meer voeren. Na een paar lage quoteringen bij zijn evaluatiegesprekken werd hij ontslagen. Een maand na zijn ontslag kregen we last van een klopgeest in het gebouw. Het inbraakalarm ging af op vreemde momenten. Kantoordeuren werden dichtgelijmd. Door de omroepinstallatie klonk voortdurend zachte klassieke muziek. Het een en ander zorgde ervoor dat we soms een dag thuis moesten ‘werken’.

Kijk, dat was nu eens goede wraakactie. Niet het brandalarm want anders kwam de brandweer opdagen, de dichte deuren zorgden voor verbroedering, en de muziek zalfde de ziel. Bovendien deed het de verdwenen kanarie vergeten. Ook wraak vergt verfijning.

(tb) 

06/07/2011

  • 06 juli 2011