Werk is voor watjes

Thomas Blondeau
Thomas Blondeau werkt voor het Leids Universitair weekblad Mare. Dit jaar verscheen zijn tweede roman Donderhart.

‘Werkt er dan niemand in deze stad?’ vroeg mijn vriend die jaren in Londen het zweet voor zijn ogen had weggeslaafd. Een nieuwe consultancyklus bracht hem naar Amsterdam. ‘Een weekdag betekent hier om tien uur op je fiets springen, op kantoor het espressoapparaat schoonmaken, vervolgens een paar uur merknamen verzinnen, de kleuren van je Powerpoint aanpassen en dan snel weer naar huis want de kinderen moeten van de crèche want die kappen ermee om drie uur.’

Hij vertelde over de gewoonte van Britten en Japanners om nooit het bedrijfspand te verlaten voor de baas dat ook deed. Over verkouden worden omdat je je jas liet hangen aan de bureaustoel als je even een broodje was halen. Zo liet je zien dat je onmogelijk lang weg kon blijven. In Tokio werd ieder vrij halfuurtje aangegrepen om een tukje te doen. Want na het werk moest je nog minstens vier keer per week jezelf laten vollopen met de collega’s en senior partners. Wie dat niet deed, kon promotie op zijn verziekte lever schrijven. Wie geen tijd heeft om te drinken na het werk heeft blijkbaar iets beters te doen. En dat beters kan wel eens in de weg gaan staan van een volledige toewijding aan het bedrijf.

In de wereld van haute finance begeef ik mij zelden maar dat de Nederlandse arbeidscultus eigengereid te noemen is, kan ik niet tegenspreken. Zelfs na een decennium geld verdienen in het land van wiet en Wilders, kan ik nog verbaasd staan over de stagiaire die na een week vraagt of ze niet wat later mag beginnen. En o ja, over twee weken gaat ze op skivakantie. Dat is toch geen probleem? Wat? Ik kan dat toch inhalen? Als ik nu wat vooruit werk?

Daarnaast is Nederland deeltijdkampioen van Europa. Wie geen boer, arts of middenstander is en toch veertig uur per week werkt, wordt met een mengsel van mededogen en spot bekeken. Don’t work hard, work smart ligt in de mond bestorven van de manager die net een paar flinke opdrachten heeft neergekwakt op het wankele bureau van zijn ondergeschikte. Maar het is de wapenspreuk van de meeste Nederlanders.

Hun productiviteit is behoorlijk, er zitten aardig wat miljonairs binnen de landsgrenzen en de welvaart is hoger dan die in België. En voor u in deze krant verder bladert om me uit te leggen waarom, ook in Nederland sleept de formatie al maanden aan. Sterker nog, sinds de Tweede Wereldoorlog is het aantal regeringen dat hier zijn volledige tijd heeft uitgediend op twee handen te tellen.

Wat is dan het geheim van arbeidszaam Oranje? Net hetzelfde als waar u zich zo aan stoort op een Antwerps of Zuid-Frans terrasje. Hun grote bek. Iedereen Brit of Japanner vraagt zich af of die lange werkdagen, vroege begintijden en onbetaalde uren nu echt nodig zijn. Alleen de Nederlander zegt dat hardop. En vaak. En bij voorkeur tijdens de vergadering die dan nog langer duurt. En dat komt dan weer bezwaarlijk de productiviteit ten goede.

06/09/2010

  • 06 september 2010