Column

Wensen

San F. Yezerskiy
San F. Yezerskiy combineert een voltijdse job in de Vlaamse film met een prille carrière als schrijver.

De mevrouw-die-niet-helemaal-goed-was aan de bushalte bedankte mij omdat ik haar had geholpen met haar koffer. ‘En beste wensen’, voegde ze daar nog snel aan toe. Dat is ook een uitdrukking die je maar één week per jaar kan gebruiken. Het idee erachter is nobel, maar probeer eind april maar eens iemand vanalles moois toe te wensen zonder dat hij je daarop bekijkt alsof ook jij niet-helemaal-goed bent.

Zo begon mijn eerste van vijf dagen geïnstitutionaliseerde gezelligheid, waarin iedereen elkaar voortdurend kuste en handjes schudde, waarin kerstkaarten ongelezen bij het oud papier belandden en waarin ik aan elke e-mail een regel met beste wensen toevoegde - maar nooit twee keer dezelfde regel, uit vrees dat de ontvangers daarachter zouden komen en mijn oprechtheid in twijfel zouden trekken.

Op de website van deze bijlage las ik dat meer dan de helft van de werknemers ertegen opziet om zijn collega’s te zoenen op de eerste werkdag van het jaar. Dat leek mij nog een billijk percentage. Zelf hoor ik bij de andere helft: als het aan mij lag, ik liep de hele dag iedereen die ik tegenkwam te knuffelen en te aaien met het enthousiasme van een Ketnetwrapper op ecstasy. Alleen ken ik mijn collega’s waarschijnlijk niet goed genoeg om daarmee weg te komen.

Het voornaamste dat ik heb opgeofferd om een voltijdse baan met mijn schrijfwerk te kunnen combineren, is het contact met de andere mensen in mijn gebouw. Op elk vrij moment tijdens de ene job zit ik e-mails te beantwoorden, ideeën op te schrijven of afspraken te regelen voor de andere. (Om maar een voorbeeld te geven: de fotograaf die het fotootje boven deze column heeft gemaakt, heb ik onder de middag binnengesmokkeld op mijn bureau. Terwijl mijn collega’s gaan lunchen waren, zat ik gecrispeerd rond te draaien op een stoel met een veel te grote lens op mij gericht. Op het moment zelf leek mij dat uitstekend timemanagement.)

Omdat ik voortdurend met mijn gedachten ergens anders zit, vergeet ik regelmatig om ook wat interesse te tonen voor mijn omgeving. Nochtans bestaat die uit stuk voor stuk bijzonder aardige, aantrekkelijke en boeiende mensen. Als voornemen voor 2012 wilde ik er dan ook op letten om dat af en toe wél te doen. Het probleem is - en dit had niemand mij verteld - dat je je niet onverwacht van de ene dag op de andere joviaal kan beginnen te gedragen. Zover had ik nog niet nagedacht toen ik de ochtend van twee januari binnenkwam en de eerste collega die ik zag onwennig vastgreep.

‘Goedemorgen en beste wensen’, zei ik, waarna het mij volledig ontging dat ik drie kussen moest geven in plaats van maar één. ‘Het zijn er drie, hoor’, wees ze mij terecht. ‘En, heb je grootse plannen voor het nieuwe jaar?’ ‘Jou beter leren kennen’, antwoordde ik, net iets te luid en net iets te enthousiast en met een ongewone trilling in mijn stem. De omhelzing verslapte. De collega deed een stap achteruit, ook al had ik nog twee kussen tegoed, en keek mij raar aan.

(sfy) 

04/01/2012

  • 04 januari 2012