Vier vijfde

Ruth Lasters
Ruth Lasters is leekracht Frans in Borgerhout. In 2007 won ze met haar roman Poolijs de debuutprijs.

Iedereen zeurt over de crisis, velen stellen zich er vragen over, maar Ludo slaapt met haar, vlijt zich elke vrijdag tegen haar aan. La crise, zo noemen zijn collega’s de maîtresse die Ludo heeft sinds hij, net als alle Serviceleden, verplicht vier vijfde werkt. De vijfde dag van de week brengt hij door in een rendez-vous-hotel met een mollige blondine terwijl zijn vrouw denkt dat hij aan het werk is.

Bruno en Ming-Ywat Lan gunnen Ludo zijn wekelijkse escapade. Sterker zelfs, zij respecteren het, alsof de mondiale crisis écht van vlees en bloed wordt in Ludo’s armen en hij als enige, geen Merkel of Obama, in staat is om ze op te lossen, ooit.

En dan, als de vier vijfde-maatregel vervalt en iedereen opnieuw fulltime aan de slag is, zit Ludo gespannen aan zijn bureau op vrijdag. Hij klemt doelloos paperclips op documenten tot er een forse blondine het bedrijf komt binnengestormd.

- ‘La crise!’ lacht Bruno. ‘Zij is zelfs nog groter dan ik dacht.’
- ‘Natuurlijk is zij groot, wat had je dan gedacht. Verpletterend! Globaal!’ zegt Ming.
- ‘Ik geef je precies één uur tijd om naar de Bellerose te komen,’ schreeuwt de vrouw die nu haar robuuste derrière neerplant op Ludo’s bureau. ‘Tegen elf uur in kamer 7 of ik bel je vrouw op en ik vertel haar alles.’         

Dankzij een begripvolle manager wordt Ludo’s verlofaanvraag onmiddellijk goedgekeurd en raakt hij tijdig in de Bellerose.

Voortaan vermijdt Ludo een woeste inval van zijn maîtresse door alle komende vrijdagen vrij te nemen, met als gevolg dat zijn vakantiedagen op zijn tegen de kerstperiode. Hoogst vervelend daar zijn echtgenote een chalet in de Ardennen heeft gehuurd voor de kerst.

Woensdag 23 december is het ondertussen en Ludo’s vrouw belt om de haverklap vanuit de chalet met de vraag wanneer hij eindelijk denkt te vertrekken.‘Spoedig,’ liegt Ludo die de komende dagen non-stop moet werken.

Het wordt vrijdag, kerstdag en bij de woedende telefoontjes van zijn echtgenote komt nu ook nog eens het hysterische gehuil van La crise die hem zijn afwezigheid in de Bellerose komt verwijten. Als hij haar hoort schreeuwen en snikken tegelijk maakt Ludo zichzelf een paar seconden wijs dat zij werkelijk de mondiale crisis in persoon is. Stel dat ik haar uitschakel, denkt hij, dan ben ik de redder van de wereldwijde economie, de total global hero. En terwijl hij een zware perforator optilt, klaar om hem tegen La crises hoofd te smakken, ziet hij zichzelf al verschijnen in alle kranten en journaals. Daarna volgt een flits van haar vlezige lijk dat aan stukken wordt gereten door de reeds gevallen crisisslachtoffers.

Weer telefoneert zijn vrouw. Ludo zet de perforator neer, loopt op zijn maîtresse toe en drukt zijn gsm in haar hand, te moedeloos als hij is om zelf te antwoorden. ‘Ik kan er niet meer tegen. Praat jij alsjeblief met haar. Verzin iets,’ zegt hij.

‘Hij moet blijven werken wegens, euh ... inperking van de betaalde verlofdagen,’ hoort Ludo zijn maîtresse stamelen terwijl hij zich tegen haar aan drukt. ‘Een crisismaatregel.’

10/12/2009

  • 10 december 2009