Vermoorde kanarie

Thomas Blondeau
Thomas Blondeau is eindredacteur bij het Leids Universitair weekblad Mare en journalist. Binnenkort verschijnt zijn nieuwe roman Donderhart.

‘Wil je iets warms in je mond?’ vroeg hij aan onze kersverse stagiaire. Hij stond achter haar met een thermoskan koffie. Als we op vrijdag nog wat gaan drinken, verlaat hij steevast na vier Duvels het café met de mededeling: ‘Tot ik jullie weer zie. Sneller dan ik wil.’ Als hij nachtdienst heeft, beklaagt hij zich in bewoordingen als: ‘Het eerste uur kan ik me nog wel vermaken met het volpissen van het koffieservies en mijn kont kopiëren, maar daarna slaat toch echt de verveling toe.’

Bert was van logistiek en zijn spilfunctie tussen bureau- en magazijnpersoneel zorgde ervoor dat hij bij geen enkele groep thuishoorde. Soms kwamen leveringen niet goed door en moest hij ’s nachts of in het weekend naar de firma om de vracht te checken en de aankomstpapieren in te vullen.

Dit alles maakte Bert verdacht toen Fons de Vierde, onze kantoorkanarie, op maandagochtend met zijn pootjes omhoog lag. Net zoals Fons I, II en III al eerder dit jaar. Fonske I had de opa van een collega overleefd, kon niet mee naar huis want manlief had last van oorsuizingen, en zo kwam het diertje terecht in onze koffiehoek.

Fons werd de mascotte. Zijn lang aangehouden trillers concurreerden met zeurende printers en schelle telefoons. De dagen leken een fractie korter. Na een paar weken, op een trieste maandagochtend, werden we niet meer begroet met gefluit.

‘Hij treurde waarschijnlijk nog om zijn baasje,’ dachten we. Na een paar dagen knarsten de printers weer zo hard dat Fons II werd aangeschaft.
‘Is het een mannetje?’ vroeg iemand.
‘Ik zal er wel even mee schudden,’ zei Bert. ‘Als ik balletjes hoor ratelen, dan…’
‘Ja, ’t al is goed!’       

Ik dacht terug aan deze woorden toen ik het koude lichaampje van Fons III in een krant draaide. De zwartmakerij begon. Een collega die veel Aspe las, ging snuffelen in de leveringstabellen. Na drie dagen cijferwerk wist hij zeker dat Bert als laatste in de buurt van Fons was geweest. Althans, bij Fons I en Fons II. Die conclusie bleef doorsudderen tot de vrijdagborrel. Toen sprong de grootste dierenvriend van de afdeling uit zijn vel en beschuldigde Bert. Die haalde zijn schouders op, zei dat kanaries brol uit het buitenland waren en bestelde zijn vierde Duvel. De dierenvriend wou de vogel dat weekend mee naar huis nemen. Maar de Aspe-lezer wou de dader op heterdaad betrappen. Na wat gefrommel met zijn webcam, kwam het beestje een heel weekend onder cameratoezicht terecht.

Een week later kreeg de afdeling twee korte filmpjes in onze mail. Eerst was te zien hoe Bert het licht aanknipte in de keuken, wat met de kanarie meefloot en het water in de bakjes bijvulde. Op het tweede filmpje zagen we hoe onze aftandse koelkast waarop de kooi stond, midden in de nacht met een hels geronk aansloeg en vervaarlijk begon te schudden. Fons donderde van zijn stokje en durfde pas minuten later zijn vleugels weer uit te slaan. In het weekend stonden er geen kratten frisdrank in die de ijskast stabiliseerden.

(Thomas Blondeau)   

24/09/2009

  • 24 september 2009