Souvenirs

Ruth Lasters
Ruth Lasters is leerkracht Frans in Borgerhout. Vorig jaar verscheen haar tweede roman Feestelijk Zweet.

Bob Stassen telt tijdens zijn vakantie aldoor af naar het weerzien met zijn collega’s. In het bijzijn van zijn vrouw die smakkend pistache-ijs eet en zijn kinderen die elkaars zandkastelen bombarderen, voelt hij zich een vreemde die alleen door een vergissing van de vliegmaatschappij in hun gezelschap is beland.

Zijn ware familie is niet zijn gezin, maar zijn werkteam, weet Stassen, die vol weemoed aan Edwin en Sylvain van het magazijn denkt. En aan Krisje die geregeld een boule de Berlin voor hem op het rek met de fout geretourneerde wisselstukken legt. Een geoliede machine zijn zij normaal, waarvan de onderdelen nu, door iets als vakantie, verspreid liggen over het aardoppervlak, als brokstukken na een crash.

Terwijl hij ’s avonds in het hotel onder dwang bloemen van crêpepapier maakt die ’s anderendaags worden verkocht op het strand, ziet hij Sylvain voor zich, die zijn verlepte echtgenote moet insmeren met zonnemelk, haar rug vol ouderdomsvlekken als platgetrapte rozijnen. Daarna denkt hij aan Krisjes tirannieke man, die haar verbiedt om langer dan een kwartier per dag over haar werk te praten en voor elke extra minuut een zwarte magneet op de koelkast hangt. Het is Stassen plots zonneklaar dat zijn collega’s niet beter af zijn dan hij en dat zij hem allicht, om soelaas te zoeken, al vaak hebben proberen te bellen op zijn gsm die hij van zijn vrouw moest thuislaten, de jaloerse tik, het bezitterige kreng.

Een geheime ontmoeting hebben zij nodig, meent Bob, die in een cybercafé een tijdstip naar hen doormailt en een locatie, een centraal punt niet meer dan 180 kilometer verwijderd van ieders vakantieoord. Maar zelfs hun mailbox mogen zij niet checken van hun partners, die stakkers, zo lijkt het toch als hij als enige op de afspraak verschijnt en dan maar voor zichzelf en voor een eventuele laatkomer reuzegroot in het zand schrijft: ‘Nog acht dagen, courage jongens!’ Eenmaal terug in het hotel, is zijn vrouw ‘beeld zonder klank’, waardoor Bob eindelijk ongestoord souvenirs kan gaan kopen voor zijn collega’s, een hele koffer vol die hij wat later op de luchthaven moet achterlaten als hij er geen monsterbedrag voor wil bijbetalen.

Stassens vrouw probeert de koffer minutenlang uit zijn hand te wrikken, waarna zij zich met haar kroost naar de vertrekhal begeeft. Hun vliegtuig stijgt op en daar strompelt Bob naar een telefoon om zijn werkmakkers in te lichten over zijn gemiste vlucht.

‘En dan? Pech voor jou’, luidt slechts hun antwoord, waarna Stassen verbouwereerd hun souvenirs om zich heen stalt, de harige dromedaris-spaarpot, de stenen gorilla-asbak, de glinsterende mokken met hun namen erop. De securityagenten aanzien hem algauw voor een drugskoerier, high, vast door zo’n smokkelballonnetje dat in zijn maag is geknapt. ‘You’ve taken too much and now it snapped?’

‘Yes, exactly!’, roept Bob, blij verrast door zo’n diepmenselijke communicatie, waarna hij tot zijn verbazing met een glas vol laxeermiddel naar een betegeld kamertje wordt gebracht.

(rl) 

12/08/2011

  • 12 augustus 2011