Sociale druk

Ruth Lasters
Ruth Lasters werkt als leerkracht Frans in Borgerhout. In 2007 won ze met haar roman Poolijs de Debuutprijs.

Henri’s truc tegen sociale druk was tot onlangs eenvoudig, maar efficiënt.

Een paar jaar geleden droomde hij dat hij 365 dagen aan een stuk moest feesten met collega’s. Werknemer A gaf een babyborrel die overebde in een nieuwjaarsreceptie die op zijn beurt overliep in het verjaardagsfeest van collega B. De ene festiviteit volgde de andere op, zodat Henri na dat ene jaar voor altijd zou zijn vrijgesteld van sociale verplichtingen. Maar hij haalde niet eens de derde dag in die droom. Reeds de tweede avond kreeg hij tijdens een teambuildingdiner een hyperventilatie- en woedeaanval wegens gebrek aan privacy, waarna hij niet meer mocht deelnemen aan het non-stop sociale jaar en wakker schrok.

Helemaal bezweet had hij toen het licht aangestoken en voor het bord vol vakantiefoto’s in de gang, had hij de oplossing gezien die hem zou leiden naar dé vrijheid, dé gelukzalige rust.

Reeds ’s anderendaags liet hij een uitnodiging voor een zogezegde winterparty drukken. Het organiseren van een happening in de privésfeer werd van hem als afdelingshoofd jaarlijks verwacht en eindelijk zou hij ingaan op die eis, wat niet wilde zeggen dat die party ook werkelijk zou plaatsvinden.

De locatie van het feest, ‘Beffe-Rendeux’, een gehucht in Luxemburg waar hij een chalet had geërfd van zijn moeder, liet hij reeds drukken op de uitnodigingen, doch, de datum vermeldde hij nog niet. Henri luisterde voortaan naar de weekendplannenpraatjes van zijn collega’s én volgde nauwgezet het weerbericht. Zodra er een zaterdag in het verschiet lag waarvan hij wist dat quasi iedereen dan ergens heen moest én die met levensgevaarlijk winterweer te kampen zou krijgen, schreef hij de datum op de uitnodiging en hing ze op het prikbord in de refter, slechts vier dagen voor het feest zou plaatsvinden. Als iemand kloeg over de erg late invitatie, loog hij dat ze daar al een paar weken hing.

Niemand kwam opdagen dat eerste jaar en ook de volgende drie keren dat hij zijn winterparty ‘organiseerde’, verbleef Henri die zaterdagavond alleen in zijn chalet die hij zelf slechts ternauwernood had kunnen bereiken over enge ijzelwegen. Maar altijd had het de moeite geloond, had de totale afwezigheid van collega’s hem in staat gesteld om daarna zijn kat te sturen naar alle feesten waarop hij werd uitgenodigd. Telkens als iemand hem inviteerde, zette hij een beteuterd je-bent-toch-ook-niet-naar-mijn-party-gekomen-gezicht op en werkte ongegeneerd verder.

Tot er een enthousiaste avonturier bleek aangeworven die zijn medecollega’s wist te motiveren om wél naar het feest te gaan, samen de trein te nemen en daarna te voet verder te trekken richting Henri’s chalet. De ene besneeuwde rotshelling na de andere beklommen zij, tot een felle windstoot twee collega’s van het pad maaide en elk met zware verwondingen in het ziekenhuis deed belanden. Van Henri werd verwacht dat hij de twee geregeld zou bezoeken tijdens hun lange revalidatieperiode, liefst eens per maand met de hele ploeg en individueel minstens wekelijks.

05/02/2010

  • 05 februari 2010