Column

Scannen

San F. Yezerskiy
San F. Yezerskiy combineert een voltijdse jobs in de Vlaamse film met een prille carrière als schrijver.

Het eerste interimkantoor waar ik mezelf inschreef, stuurde mij twee weken het magazijn in, om te testen of ik wel betrouwbaar was. Later zou ik een kantoorjob krijgen, met een bureau en een telefoon, maar eerst moest ik bewijzen dat ik op tijd kon opdagen en afmaakte waar ik aan begon.

Dus stond ik de volgende ochtend om zes uur op en reed naar een industrieterrein niet ver van de luchthaven, waar een internationaal koeriersbedrijf zijn verdeelcentrum had. Ik parkeerde mijn auto en stapte een openstaande loods binnen, die tot de nok gevuld was met metalen rekken, in tientallen rijen naast elkaar, twee verdiepingen hoog. Bij de ingang zag ik nog drie andere jongens die hier duidelijk nooit eerder waren geweest. Ik sloot me bij hen aan.

Een iets oudere jongen met een muts legde uit wat er van ons werd verwacht. Elk van de rekken was gevuld met kartonnen dozen, waarin wisselstukken voor vliegtuigen zaten. Onze taak bestond erin om van elke doos de streepjescode te scannen, de doos uit het rek te nemen, elk wisselstuk in de doos te scannen en daarna de doos terug te zetten. Dit moesten we doen voor elke doos in de rij. Van links naar rechts en van boven naar beneden, nooit anders. Dat was heel belangrijk. Na elk rek moesten we onze scanner terugbrengen naar de jongen met de muts, die alle gegevens dan zou inlezen in de computer.

Het werk beviel mij beter dan ik had gedacht. Ik sprak met niemand. De andere jongens luisterden naar hun iPod, maar ik hield net van de stilte en het monotone gebliep van het apparaat in mijn hand. Ik hield wedstrijdjes met mezelf: ik keek hoeveel dozen ik kon scannen op een kwartier en probeerde dat record in het volgende kwartier te verbeteren. Tussendoor bracht ik de scanner terug naar de computer. De jongen met de muts vertelde mij dat ik ‘s middags kon eten in de kantine, of buiten het terrein. Daarvoor kreeg ik een half uur.

Om kwart voor twaalf liep ik naar buiten en at in mijn auto de boterhammen op die ik die ochtend had klaargemaakt. Ik luisterde naar de radio - twee keer vijf minuten, om de batterij te sparen. Daarna ging het scannen verder. Om vier uur was ik klaar.

Aan het einde van de tweede week zei de jongen met de muts dat ik altijd mocht terugkomen als ik dat wilde. Ik was een harde werker en had het systeem met de scanner goed door. Ik bedankte hem, maar zei dat ik al ergens anders heen werd gestuurd.

Aan dit alles moest ik denken toen ik deze week ‘s ochtends vroeg door Brussel liep om een cadeautje af te geven aan een vriendin vóór ik naar mijn huidige werk vertrok, dat niet moeilijk is maar waar ik best goed in ben en waar ik zoveel films mag kijken als ik wil. In de zomer luister ik onder de middag naar optredens in het park en wanneer ik ’s avonds thuiskom kan ik nog zes uur tekenen en schrijven.

Een mevrouw met wie ik afgelopen weekend over mijn ambities sprak, zei dat ik om gelukkig te worden niet alleen mocht kijken naar waar ik naartoe wilde, maar ook waar ik al vandaan kwam. Ze had gelijk. Het helpt.

(sfy) 

20/09/2012

  • 20 september 2012