Piramide

Ruth Lasters
Ruth Lasters is leerkracht Frans in Borgerhout. In 2007 won ze met haar roman Poolijs de Debuutprijs.

Assistent-manager Rob Melis is al jaren de ‘stud’ van het bedrijf. Met zijn strakke borstkas, groene ogen, cyber-hero-kuiten en Lancelot-bovenbenen heeft hij menig facturiste, boekhoudster en vertegenwoordigster in vuur en vlam gezet.

Ook de schoonmaakster was geenszins ongevoelig voor zijn charmes, was, daar zij sinds kort vervangen is door een poetsman. Dit tot Robs ergernis, daar de kerel nog indringendere ogen heeft als de zijne en buikspieren zo stevig dat het wel ijzeren implantaten lijken.Tot voor kort werden de complimenten van de assistent-manager door alle dames beantwoord met dromerige blikken en knipogen die nu stuk voor stuk naar de poetsman gaan. Volgens Robs walgelijk elitaire moraal is dit een regelrechte verstoring van de voedselpiramide. Zoals een sprinkhaan die het haalt van een panter, een insect dat een roofdier velt. ‘Onaanvaardbaar,’ stamelt hij.

Als ook Lara Pauwels, de enige vrouw waar hij echt een boon voor heeft en die in het bedrijf aan de overkant werkt, hem zoals steeds straal voorbijloopt tijdens zijn dagelijkse trage motorrit door het industriepark, is dat de druppel voor hem. Zijn ego roept meteen een stafvergadering van neuronen, testosteron en adrenaline samen, waar een efficiënt actieplan uit voortvloeit. Rob vult de vuilnisbakken, die pas door de poetsman zijn leeggemaakt, opnieuw met etensresten. Tussen de buizen van de radiators propt hij slachtafval dat hij, zogezegd voor zijn hond, gevraagd heeft bij de vleesstand in de supermarkt.

Al gauw hangt er zo’n rotte walm in het gebouw, dat de manager Robs klachten over de poetsman beaamt, met ontslag van deze adonis tot gevolg.

Een ware rouwstemming heerst onder de vrouwelijke leden van het team, er wordt net geen register gelegd dat dient ondertekend voor de hen ontnomen halfgod. De nieuwe poetsdame van dienst krijgt het dan ook hard te verduren, daar alle vrouwelijke collega’s samenspannen om zoveel mogelijk vuil te produceren. Zij kappen dagelijks perforators uit op hun bureaus, morsen koffie op het vasttapijt, laten gebruikte tampons in de toiletten slingeren en verliezen kleverige kleenexen op weg naar de drankautomaat.

De schoonmaakster begint hysterisch te schreeuwen en de ene na de andere vervangster geeft er ook meteen de brui aan.

De assistent-manager die hoogstallergisch is aan huisstofmijt, niest. Na een poos niest hij zo vaak dat zijn werk eronder lijdt en er dus niets anders opzit dan zélf het stof te verwijderen. Zodra iedereen naar huis is, gaat hij, gewapend met een plumeau, op de vensterbank van zijn kantoor op het gelijkvloers staan om de luxaflex schoon te maken. Hij zet het raam open om het karwei ondanks zijn allergie te kunnen verdragen. Als hij even opkijkt, ziet hij plots een schim voor zich: Lara Pauwels die haar gezicht aan de andere kant tegen de plastic lamellen drukt en voor het eerst ooit naar hem glimlacht. Twee panters in de zoo lijken zij wel, die elk moment hun gitzwarte koppen tegen elkaar kunnen schurken doorheen de schutting.

08/07/2010

  • 08 juli 2010