Opslag

Ruth Lasters
Ruth Lasters is leerkracht Frans in Borgerhout. In oktober verschijnt haar tweede roman Feestelijk Zweet.

Jef Beys heeft zijn collega’s al meer dan eens het kantoor van de baas zien verlaten met een stralende opslagglimlach. Telkens als hij zich een voorstelling van hun loon probeert te maken versus het zijne, ziet hij drie bodybuilders voor zich, naast een kerel met een kippenborst in een geruite zwembroek.

Jef is de enige die in zeven jaar nooit opslag heeft gekregen omdat hij niet durft onderhandelen over zijn salaris, uit angst om een waslijst van kritiek te zullen horen zodra hij het thema aankaart.

Als Serge die op een paar meter van hem werkt, nogmaals overschakelt op een duurdere gsm, Luciens getunede Ford nu zelfs verlichte velgen heeft en Nadine haar gelnagels laat versieren met kleine, bladgouden alligators, onderneemt Jef eindelijk actie. Hij volgt een assertiviteitscursus, waar hij zelfzekere credo’s moet scanderen en ziekelijk verlegen mensen ontmoet, zoals Kurt die een totale black-out krijgt telkens als hij wat moet vragen aan een loket en om zijn gezicht te redden, dan maar steevast de weg vraagt naar de Prosper van Langendonckstraat.

Gewapend met relaxerende ademhalingstechnieken, voert Jef dan toch het verlossende gesprek met zijn baas. Opgelucht door het uitblijven van kritiek op zijn werk, glimlacht hij slechts als hij te horen krijgt dat een financiële bonus niet haalbaar is door de crisis, hij voorlopig alleen eens mag graaien in de doos vol relatiegeschenken.

Na jaren trouwe dienst graaft Jef zijn hand in een hoop rekenmachientjes, minuscule wekkerradio’s en andere troep bedrukt met bedrijfsreclame. Hij hengelt het minst belachelijke geschenk eruit: vijf lunchbonnen voor een wegrestaurant, zo’n tien kilometer verder. Niet meteen de bonus die Jef had verwacht, maar de bonnen zijn wel het bewijs van eindelijk te zijn opgekomen voor zichzelf en dus ruilt hij er reeds ‘s middags vol trots één om tegen een schotel tong in madeirasaus.

Door een lange discussie over de geldigheid van de bon aan de kassa van het wegrestaurant, is hij te laat terug op kantoor. De volgende middag arriveert hij eveneens met vertraging, wegens file. Dan weer is hij pas om half twee terug op post, omdat zijn auto na de lunch bleek ingesloten op de parking. Of omdat hij door zijn nieuwe, diepe manier van ademhalen, grijnzend werd aangestaard door een vrachtwagenchauffeur aan het tafeltje naast hem en hij uit gêne dan maar – naar Kurts gewoonte – de weg naar de Prosper van Langendonckstraat had gevraagd aan die man, die erop had gestaan om die hele routebeschrijving met hem te gaan opzoeken op de gps in zijn truck.

Uiteindelijk wordt Jefs herhaaldelijk te laat komen, aanzien als een gebrek aan verantwoordelijkheidszin, waardoor hem een andere functie wordt toegekend. Als hij verneemt hoeveel hij zal verdienen in zijn nieuwe job, stopt hij zijn hoofd in de doos vol relatiegeschenken, schuddend als een dol rund doet bij een drinkbak. Een paperclipmagneet schuurt tegen zijn ooglid, een miniventilator treedt in werking in zijn mond.

10/09/2010

  • 10 september 2010