Nachtdieren

Thomas Blondeau
Thomas Blondeau werkt voor het Leids Universitair weekblad Mare. Vorig jaar verscheen zijn tweede roman Donderhart.

Omdat ik behoefte had aan wat luchthartigheid in mijn leven, zocht ik andersoortig werk. Ik ging in op een verzoek om een erotische bloemlezing samen te stellen. Uit beroepseer wil je dan voorspelbare namen vermijden en uit liefde voor literatuur hoop je op verborgen talenten.

De eerste avond in de openbare bibliotheek van Amsterdam bracht al meteen een frustratie en een ontgoocheling met zich mee. Want de vieze boekjes stonden zelden op hun plaats. Uit preutsheid of schaamte heeft iemand mij het werk toen grotendeels onmogelijk gemaakt. Wat er wel stond, was zo deprimerend slecht geschreven dat het impotentie in de hand zou werken bij verdere verspreiding. De helft van die bagger verscheen ook anoniem of onder pseudoniemen die terecht het daglicht schuwen.

Gelukkig was er nog de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. Na een paar weken schunnige en onderzoekende blikken van baliemedewerkers en boekverkopers te hebben verdragen, had ik genoeg materiaal om bij de uitgever in te dienen. Een halfuur later ging de telefoon. Mijn redactrice was zeer tevreden over mijn keuze. En mijn titel ‘Voorspel’ was fantastisch maar euh... ze zochten toch een net iets commerciëlere naam.

Gepikeerd – het mag dan wel een viespeuk zijn, het is wel jouw kindje – stelde ik ‘Kletsnat en keihard’ voor. De redactrice zei me erop terug te komen. Ik mailde haar wat alternatieven. De uitgever kwam met een tegenvoorstel.

De dag voor de deadline stuurde ik zo’n zestig sms’jes uit. Al wat enigszins werkzaam was in de creatieve sector, kreeg om tien uur ’s avonds de keuze tussen ‘Voorspel’ en wat de uitgeverij wou. Mijn telefoon trilde de salontafel af. De stand ging gelijk op. De vrouwen kozen vooral de commerciëlere variant. Mijn meest dierbare vriendinnen vonden beide maar niks.

Mijn tweede alternatief ‘Nachtdieren’ kon op wat duimpjes omhoog rekenen. Een tv-presentatrice waarmee ik wel eens nachtelijke telefoongesprekken over de pijn van het dertiger-zijn voerde, stelde voor: ‘Over pinguïns en andere dieren’. Ze gaf toe geobsedeerd te zijn door de monogamie van die beesten.

De Vlaamse dichter Andy Fierens (lees die man!) was het meest productief. Hij zei het hele restaurantgezelschap erbij te trekken. Het bracht pareltjes voort als ‘Natte lippen’, ‘In het hol van de leeuw’, ‘Bekentenissen van een veroveraar’, ‘Zacht gilt het vlees’, ‘Het obscene paleis’, ‘In lichterlaaie’, ‘Smeulend kruid/t’, ‘Kruisgang’, ‘Smeulend en gekruid’, ‘De vleugelslag’, ‘Rood rillend’ en ‘Schandelijk wezen’. Een Vlaamse dichteres die soms voor de klas staat en wier naam ik u dus even onthou, meldde droogweg ‘Hard in de kakker’. Het werd toch nog gezellig op die eenzame woensdagavond.

De volgende dag leverde ik de resultaten van mijn mini-enquête. Mijn favorieten liepen stuk op de marktinschattingen van de verkoopafdeling. Na nog een snelle toetsronde bij de collega’s ging ik overstag.

Deze zomer ligt er dus een prima erotische bundel in de winkel die alleen op de titel binnen zal lopen. De kop ‘Nachtdieren’ gebruik ik wel eens voor wat anders.

(tb)

21/04/2011

  • 21 april 2011