Imago

Ruth Lasters
Ruth Lasters is leerkracht Frans in Borgerhout. Vorig jaar verscheen haar tweede roman Feestelijk Zweet.

Jef Dessels laat het grootste stuk van zichzelf thuis als hij naar zijn werk vertrekt. De persoon die het gebouw van Optilux binnenstapt, heeft dan wel dezelfde zware wenkbrauwen en lange neusharen als hij, maar loopt ietwat rechter. In plaats van zijn handen slap naast zich te laten bengelen zoals in zijn vrije tijd, strekt hij zijn vingers tijdens het wandelen. En waar hij tijdens de werklunch geregeld een broodje brie eet, zet hij op vrije dagen zijn tanden nog liever in een onzindelijke boxer terriër dan in een Frans zuivelproduct.

Jef de servicemanager en Jef de vrijgezel-rope-skipper zijn dus twee. Zijn collega’s zijn volstrekt onwetend over hoe goed hij kan springen tussen twee slingerende touwen, al dan niet op één been of hand in hand met grote Gisela. Sterker nog, zij menen zelfs dat hij geen sportieve spier in zijn lichaam heeft en van kaarten en kokerellen houdt, de twee hobby’s van Stef, de populairste figuur van Jefs vorige werk. Zijn mopjes over de logge bedrijfsbureaucratie, heeft hij dan weer overgenomen van Björn van de firma waar hij tien jaar geleden actief was. Zelfs Gregory en Ines, de kinderen waar Jef soms wat over mompelt, zijn in wezen de bengels van Marc Verkest, zijn vroegere werkmakker. Zijn nieuwe collega’s waren allen zo overtuigd van het feit dat hij een gezin had, dat het hem al te vermoeiend leek om het te ontkennen. En toen hij het na een half jaar nog steeds niet had weerlegd, kon hij het al even goed bevestigen, meende hij.

Een amalgaam van ex-collega’s is Dessels. Na elke carrièrewending heeft hij hun beste eigenschappen overgenomen en aan zijn onzekere professionele alter ego gehecht.

Millimeterwerk was het om al die ontleende karaktertrekken perfect op elkaar af te stemmen en tot een vrij spontaan ogend persoon te kneden. En nu hij eindelijk als een man uit één stuk met gezwinde tred het bedrijf kan binnenlopen, blijkt André Rosschaert aangeworven. Een kennis die de échte Jef Dessels kent, waardoor zijn nepimago aan gruzelementen dreigt te vallen. Jef beseft dat hij het maar op één manier kan redden: door zijn kwelgeest in vertrouwen te nemen en het op een akkoordje te gooien.

Voortaan voert hij niet alleen zijn eigen administratieve rottaken uit, maar ook die van André die in ruil de discretie zelve is. Door al het extra werk, verschijnt Dessels na een poos met zulke enorme wallen op kantoor dat zijn collega’s ze toeschrijven aan slapeloosheid door zijn - zogezegde - huilende jonge kinderen. Zij overladen hem dan ook met tips voor het sussen van zijn pril nageslacht, hem zo aldoor herinnerend aan zijn valse identiteit. Na een zoveelste babytip, voelt hij een vreemde jeuk rond zijn knieën die hem tot bewegen dwingt, steeds sneller. Alsof hij Stef, Björn, Marc Verkest en alle andere personages van zich afschudt, is het als hij daar in het midden van het kantoor staat te springen. ‘U bent echt niet uzelf!’ schreeuwt zijn baas die hem tot bedaren wil brengen, waarop Jef hijgend uitbrengt: ‘O jawel.’

(rl) 

06/07/2011

  • 06 juli 2011