Hysterie

Thomas Blondeau
Thomas Blondeau werkt voor het Leids Universitair weekblad Mare. Vorig jaar verscheen zijn tweede roman Donderhart.

Af en toe stort iemand in. Soms gebeurt dat ook in je omgeving. Een vriendin van 35 die opeens huilend aan de telefoon hangt omdat de babydeadline dichterbij komt. Een stamgast die al tijden geen werk heeft en niemand meer om bij te bietsen. Of een collega. Zoals laatst.

Van feministen mag je het woord ‘hysterisch’ niet meer gebruiken. Het woord is afgeleid van hystera, het Griekse woord voor baarmoeder. Door Freud werd de term gelieerd aan seksuele frustratie. Vergeef me de vrouwonvriendelijkheid, maar een ander woord kan ik niet vinden om de huilbui te beschrijven die door de kantoorgangen woedde. Het was krijsen, voorbij alle rede, voorbij alle besef.

Mijn kamergenoot en ik keken elkaar aan in de hoop dat de ander eerst iets zou doen. Een vrouwelijke collega verderop de gang had sneller werkende empathie door de aderen stromen en was op de crisis in kwestie afgelopen. Na een paar minuten vergleden de kreten in stemmen. De zachte bas van de trooster en de hogere repetitieve klaagzang van de verdrietige. Nadat de baas langs was geweest met een glaasje water, kreeg de ongelukkige de rest van de week vrij.

Wat was er gebeurd? Een klassiek probleem: onredelijkheid met redelijkheid proberen te bestrijden. Ze had een wetenschapper geïnterviewd die in zijn vakgebied als een autoriteit geldt. Meestal word je dat omdat je iets hebt opgegeven. Vrije avonden, een normaal gezinsleven - of in zijn geval een goed karakter.

Wetenschappers zijn fantastisch want ze genezen hysterie, stoppen meer ijzer in ons snoep en zoeken naar bewoonbare planeten. Maar niet allen is de gave van taal gegeven. Tenminste niet de taal die journalisten en hun lezers gebruiken. De gefnuikte collega die nu op skivakantie is (geniet ervan, Saskia!) had zich wekenlang verdiept in zijn vakgebied, moeizaam zinnen uit hem gepuurd. Toen ze het stuk ter revisie opstuurde - een praktijk waar we nog eens moeten over nadenken als beroepsgroep - kwam het onleesbaar terug. Haar moeizame vertaalslag was volledig teniet gedaan. Dat zorgde voor zoveel post-deadline heen-en-weergebel en gedreig dat ze brak. En ja, Sas, we weten dat je een dubbele shift hebt gedraaid de week ervoor, dank je nog.

De hoofdredacteur wou zijn vingers niet branden aan de hele affaire en het artikel werd - ondanks luid protest - niet geplaatst. Een paar dagen na de instorting, stond ik met die academische tiran te wachten tot de treindeuren opengingen. Twee dingen vielen me op. Hij was kleiner dan ik. En hij wachtte niet tot de passagiers waren uitgestapt. Ik maakte me breed en riep hem iets na. Hij keek verschrikt om. In de trein ging ik tegenover hem zitten en keek hem aan. Na tien minuten verdween hij zenuwachtig naar een andere coupé.

Kom je gauw terug, Sas?

(tb)  

18/02/2011

  • 18 februari 2011