Ervaring: Kamasutra

Thomas Blondeau
Thomas Blondeau werkt voor het Leids Universitair weekblad Mare. 11 februari verschijnt zijn nieuwe roman Donderhart.

Na vijf jaar werken in de schaduw van een universiteit denk je dat alles en iedereen wel een beetje kent. Dat is hoogmoed. Een universiteit is geen onderwijsinstelling maar een oerwoud. Soms hak je wat planten weg, verschuif je wat boeken et voilà: weer een nieuwe volksstam ontdekt. De net ontdekte vakgroep heeft meestal geen contact gehad met de rest van de universiteit. En lijkt daar ook geen behoefte aan te hebben.

Zo leerde ik onlangs van het bestaan van taalwetenschappers die met opnameapparatuur een Tibetaans dialect hebben weten vast te leggen. Het wordt nog door drie blinde boeren gesproken. Of wat te denken van de antropoloog die de doctorstitel behaalde met zijn onderzoek naar de folkloristische gebruiken in het oosten van Groningen. De finesses ontgingen me maar hij verhaalde heel enthousiast over een vruchtbaarheidsritueel dat eruit bestond de nageboorte van een paard in een boom te gooien. En er was de primatoloog die vaststelde dat jongetjeschimpansees liever met autootjes spellen dan hun vrouwelijke soortgenoten. Natuurlijk wordt er ook prachtig onderzoek verricht naar hoe kanker te genezen en hoe smeerkaas nog smeuïger te maken, want anders was de universiteit al lang afgeslankt tot een avondschool voor juristen en artsen.

Opvallend is dat naarmate we rijker worden, er steeds meer vragen komen over het nut van iets. Hoewel u en ik in een deel van de wereld wonen waar nog nooit zoveel mensen zo welvarend zijn geweest, hoor je beleidsmakers en zakenmensen alleen maar zeuren over hoe duur alles wel niet is. En ja, onderwijs en wetenschap kosten in eerste instantie geld. We worden er gelukkig, gezond en slim van maar ja, de verhouding input – output ligt net iets complexer dan op het marktplein.

In plaats van universiteiten te behoeden voor financiële stormen, moeten ze in Nederland voortdurend watertrappen om het hoofd boven de golven te houden. En dan zijn het inderdaad de nageboorte-onderzoekers die er als eerste uitliggen.

Zolang de wetenschappers nog jong zijn, kan de schade beperkt blijven. Maar zoals gezegd, de universiteit is een oerwoud. Soms vliegt een bestuurder er met een helikopter overheen en ontdekt iemand die decennia in de lommerrijke luwte zijn eerzame werk verrichten. En die is dan de pineut.

Zo moest deze week een man van bijna zestig de gang maken naar het arbeidsbureau. Hij is sanskritist. Inderdaad, dat is iemand die goed is in Sanskriet; zeg maar het Latijn van India. Hij werkte meer dan dertig jaar als onderzoeker. Hij was de eerste die de liefdesgids Kamasutra vanuit de brontekst naar het Nederlands vertaalde. Dat is letterlijk en figuurlijk zowat het geilste wat je kunt doen op dat vakgebied. En nu zat hij deze week tegenover iemand die aan de hand van wat standaardvragen moet kijken of deze wetenschapper geschikt is om hotelreceptionist te worden of om te gaan werken in een frikadellenfabriek.

Er bestaat ook zoiets als menselijk kapitaal. Als dat verspild wordt, wat is daar het nut van? Dat de rekening klopt? Ach, hou toch op. Nog niet zo heel lang geleden gooide u nog nageboorten in een boom.

28/01/2010

  • 28 januari 2010