Column

Digitaal

Ruth Lasters
Ruth Lasters werkt als leerkracht Frans in Borgerhout. Vorig jaar verscheen haar tweede roman Feestelijk Zweet.

Sylvain waant zich een imker als hij inlogt op het intranet van het bedrijf. Zijn mailbox lijkt wel een gonzende bijenkorf die almaar meer dreiging uitstraalt. Terwijl hij zijn paswoord typt, probeert hij te raden onder hoeveel nieuwe mails hij ditmaal zal bedolven worden. Als hij het juist heeft gegokt, beloont hij zichzelf door meteen weer uit te loggen, zichzelf één dag vrijstelling van mailstress gunnend.

Heeft hij het mis, dan telt hij zuchtend hoeveel berichten hij ontvangen heeft van collega’s die op nauwelijks vijf meter van hem werken. Zij krijgen het standaardantwoord: ‘Kunnen wij dit niet van persoon tot persoon bespreken?’

Nagelbijtend opent hij de overige mails waarvan minstens de helft afkomstig is van Ria Dessels, de koningin van het honingraat. Haar stem zoemt in zijn oren terwijl hij haar professionele bekommernisjes leest, waar andere collega’s in massamails op reageren. ZzZzZend naar allen. Daarna pas scrolt hij door de berichten expliciet aan hem gericht, die vaak afsluiten met een ‘vraagje’: angels dwars doorheen zijn imkerpak.

Sinds het ontstaan van het intranet, heeft het bedrijf een gloednieuw, officieus organigram, met bovenaan zij die de webstek behandelen als een verslavend computerspel en de Bcc-ers of blind copy-krengen, die maar tokkelen en versturen, elke e-etiquette ten spijt. Helemaal onderaan: de cyberschuwen met meer ongeopende mails en bijlagen dan hun salaris euro’s telt, zoals Sylvain.

Vooral de hypocrisie ergert hem. Het feit dat mensen hem glimlachend voorbij lopen, om minuten later via de pc een norse, betweterige toon tegen hem aan te slaan. Zijn collega’s hebben vaak een teleurstellend digitaal alter ego.

Als zelfs zijn favoriete werkmakker hem afwimpelt met een ‘zet het maar op mail’, laat Sylvain een monstervirus los, dat via een foto van het bedrijfsfeest wordt verspreid. Iedereen die het kiekje opent, draagt bij aan de uitschakeling van het intranet. Ria Dessels zit erbij als een ontslagen koningin, bij gebrek aan hofhouding dan maar wat pratend tegen zichzelf. Een voorteken, meent Sylvain, dat de échte communicatie zich weldra zal herstellen. Het oude, vertrouwde gesprek met de sympathieke versprekingen in plaats van typefouten, met warme oogopslag in plaats van lay-out, stiltes in plaats van spaties.

Verkeerd gedacht. Niet hem contacteert men ter vervanging van het intranet, maar zijn gsm. Het toestel biept al gauw non-stop van de sms’en vol professionele klachten en vragen. Ook thuis, zo vaak, dat Sylvains Sonja meent dat zijn affaire met Lucy van Oppem van Laden en Lossen opnieuw vonk heeft gevat, met echtelijk getier en slapeloosheid tot gevolg. Na de driehonderdste firma-sms, graait de uitgeputte Sylvain alle gsm’s van collega’s die hij ziet liggen samen. ‘Om weer gewoon te moeten communiceren met elkaar! Normaal!’ brult hij, de SIM-kaarten eruit halend en één voor één in zijn mond stoppend. Even wordt hij een bizarre zoete smaak gewaar, als waren ze gemaakt van verharde, onverwerkte nectar.

(rl)

18/11/2011

  • 18 november 2011