De oplossing

Ruth Lasters
Ruth Lasters is leerkracht Frans in Borgerhout. Vorig jaar verscheen haar tweede roman Feestelijk Zweet.

Tony Cleys heeft zichzelf veroordeeld tot dertig jaar loonslavernij door een zware hypotheeklening. Een gevoel van beklemming, leverde die gedachte hem altijd al op, maar nu hij vijftig is en zichzelf te oud acht om nog van job te veranderen, voelt hij zich ronduit claustrofobisch bij het zien van zijn collega’s die nog anderhalf decennium dag in, dag uit op een paar meter van hem zullen werken.

Hij berekent dat hij nog zo’n 1.300 keer Gregory’s flauwe mop over zijn obese ex zal moeten horen, nog ongeveer 3.400 maal zal moeten zien hoe facturiste Sonya een paperclip laat bengelen aan de wrat op haar pols en nog zo’n 54.000 keer hoe Birgit van de binnendienst het telefoonsnoer rond haar eczeemarm klost.

Alleen bij Ludo Mets, de ondergewaardeerde ICT-manager en Karl Verpelt die enkele etages hoger werkt, kan Tony wat op adem komen. Hij treft hen geregeld op de overloop van de derde verdieping waar zij een kaartje leggen, tot de manager hen betrapt en hun traphalontmoetingen volkomen verbiedt. Ludo stelt voor om elkaar dan maar online te ontmoeten, meer bepaald in het spel ‘The Sims’, waar men een virtuele wereld kan creëren.

In een mum van tijd heeft Ludo het hele bedrijf nagebouwd op het internet. Hij ontwerpt ook een resem figuurtjes die qua uiterlijk doen denken aan de personeelsleden van de firma. Voortaan praten Ludo, Karl en Tony met elkaar door middel van tekstballonnetjes die verschijnen naast hun digitale alter ego’s in het computerspel.

Geeft de boekhoudster Karl een uitbrander over een onbehandeld dossier of verwijt de serviceverantwoordelijke Ludo een gebrek aan verantwoordelijkheidszin, dan worden hun cyberequivalenten onmiddellijk in de liftschacht gegooid van het denkbeeldige bedrijf.

De manager is voorgesteld als een nors poppetje dat niets anders doet dan paraplu’s opentrekken, ze daarna door het raam gooiend waar de andere figuurtjes ze springend proberen op te vangen om zo bonuspunten te scoren. Bij elke werkelijke klacht van een klant of gezeur van de ceo, schaffen Tony en Karl zich een nieuwe virtuele bedrijfswagen aan en programmeert Ludo verder aan het pingponglokaal of de luxekantine online. Een rotdag in het echt, betekent dus een topdag in de digitale wereld. Zo vermaken de drie zich tijdens de werkuren, tot Ludo ook toegang wil geven aan Sylvain van de verkoop en per ongeluk de weblink van het spel, samen met het paswoord, verstuurt naar het godganse personeelsbestand van Rex Textiles.

Nauwelijks een kwartier later, weerklinkt er hysterisch geschreeuw van de boekhoudster en de serviceverantwoordelijke die zichzelf hebben herkend in de verbannen figuurtjes onderin de virtuele liftschacht. Ook de manager staat plots voor hem die een échte paraplu opentrekt en daarna door het raam gooit, Tony gebiedend om hem zoals in het spel te gaan halen, hetzij in een tuin vol overbiddelijke, werkelijke distels.

(rl) 

13/04/2011

  • 13 april 2011