Brief

Ruth Lasters
Ruth Lasters is leerkracht Frans in Borgerhout. In oktober verschijnt haar tweede roman Feestelijk Zweet.

Geachte meneer Pruys,

Het is vreemd om naar een man te schrijven die men zich alleen kan voorstellen in een chic pak, wetende dat hij deze woorden noodgedwongen in pyjama zal lezen.

Normaal gezien zit u op dit vroege uur in uw kantoor en staart u naar uw werknemers die binnendruppelen. Zo priemend bent u in de loop der jaren voor u uit gaan kijken, dat sommige collega’s de trap zijn gaan nemen, om toch maar niet vlak tegenover uw deur uit de lift te hoeven stappen. Er wordt zelfs geschertst dat er een kaart bestaat waarop men voor elke verplaatsing in het gebouw, een alternatieve route kan opzoeken om uw starre oogopslag te kunnen vermijden.

Ik daarentegen heb uw blik nooit ontweken, integendeel. Ochtend na ochtend hebben wij almaar langer naar elkaar gestaard, als gedreven pingpongspelers die hun iele balletje steeds langer in de lucht konden houden. Telkens keek ik om u te plezieren naar de vele Bordeauxflessen die in uw kantoor staan uitgestald, waarbij mij zo nu en dan ontviel dat ik geen wijn verdraag, ik al na drie slokken onder de rode stippels zit. U glimlachte dan enigszins, waardoor ik een zekere vertrouwelijkheid meende te voelen tussen ons. Daarom, meneer Pruys, was ik er dan ook van overtuigd u te mogen verwelkomen op mijn huwelijksfeest voorbije zaterdag en toen u niet kwam opdagen ondanks uw bevestiging, geloofde ik dat alleen een acuut virus u had kunnen verhinderen.

Facturiste Lili die te gast was, lalde echter dat u alleen verstek had gegeven om te kunnen gaan wielrennen zoals elk weekend, met uw stamkroeg als eindhalte.

Ik geloofde haar geen seconde, tot ik het geschenk opende dat u had laten afgeven op mijn feest en een design kurkentrekker zag, waar ik door mijn wijnallergie niets aan heb. Ik herinnerde mij de keren dat ik u over die allergie heb verteld en begreep dat wat ik jarenlang voor wederzijds begrip heb aangevoeld, slechts onverschilligheid en onderdrukte ergernis moet zijn geweest. Voor ik het wist had ik mijn Els in kraakwitte jurk verlaten en met die kurkentrekker als een piratenhaak in mijn hand liep ik de zaal uit, de parking af, de ene na de andere straat door tot ik café De spaak had bereikt en daar inderdaad uw fiets zag staan, uw rode Excalibur waar u soms ook mee naar het werk rijdt. Ik draaide het zadel eraf en zette, zonder er bij na te denken, uw dwaze geschenk, die kurkentrekker in de plaats in die buis. Het moet pikdonker zijn geweest toen u terug op uw fiets stapte, zoveel is duidelijk en allicht hebt u toen pijnlijk gegild, misschien wel even hard als hoe mijn Els schreeuwde toen ik de feestzaal terug binnenkwam met uw fluogroene gelzadel bij me. Totaal overstuur door mijn escapade, trok zij het uit mijn hand, legde het op een kruk, waarna zij haar trouwkleed optrok en er met haar vlezige dijen op ging zitten, op dat zadel, schokkend van het huilen, zo’n kwartier lang. Het was echt geen zicht en er zijn massa’s foto’s van gemaakt, meneer Pruys. Wat mij betreft staan we dus gewoon quitte.

Hoogachtend,
Nico   

07/10/2010

  • 07 oktober 2010