Borstenverdriet

Thomas Blondeau
Thomas Blondeau werkt voor het Leids Universitair weekblad Mare. Dit jaar verscheen zijn tweede roman Donderhart.

Door verschuivingen op relationeel vlak bevind ik mij de laatste maanden vaak in het gezelschap van acteurs en psychologen.

Die werken vaker samen dan u zou vermoeden. Een acteur die kan leven louter en alleen van het gloedvol oplepelen van een tekst, die is een uitzondering. Vaak zijn ze daarom in de nabijheid van psychologen te vinden. Niet omdat acteurs in therapie gaan; dat is hoogstens iets voor Amerikaanse filmsterren. De meeste kunstzinnigen houden zichzelf verre van genezing. Ze zijn bang, zoals Rilke al schreef, dat als hun demonen weggejaagd worden ook de engelen in hen worden opgeschrikt.

Nee, de acteurs worden ingezet voor eigen gewin en andermans geestesheil. Als de artiesteningang gesloten blijft, vinden we toneelspelers terug op de werkvloer. Dan geven ze trainingen. In veiligheid, conflictbeheersing, klantvriendelijkheid, multiculturele omgangsvormen, obesitasbewustzijn, proactieve groepsdynamica en gendergevoeldigheid. Blijkbaar zijn de meeste banen zo pervers dat werknemers geoefend moeten worden in de omgang met collega’s en klanten. Hoe het ook zij, het is een zegen voor de sappelende acteur. Per slot van rekening is hij of zij toch de kunsten ingegaan om de wereld mooier te maken.

Dus wat doet de spoormaatschappijmanager die wil dat de conducteur ferm maar niet agressief overkomt? Contact opnemen met een trainingsbureau. Voor gemiddeld vijf keer het maandloon van de conducteur komen er dan een psycholoog en een duo acteurs een middagje workshoppen. De effectiviteit ervan staat voor mij buiten kijf. Voor dat geld moet het wel. Toegegeven, als anti-stressmethode is een fles vodka goedkoper. Maar dat staat weer zo Oostblok.

Nu heerst in trainingsacteursland een wat ongemakkelijke drukte. De eerste prijsvechters hebben zich op hun markt gegooid. Meestal net afgestudeerde psychologen of knipogende managers die het toneelstukje wel zelf even kunnen klaren. Een vriendin van me had onlangs een ... aparte ervaring met zo’n vrije jongen. Ze scheurt kaartjes in een degelijke Amsterdamse instelling waar moeilijke jazz en zeer etnische folkmuziek op het programma staan. Niet meteen het publiek dat je associeert met gescheurde lippen en bloedende neuzen, maar enfin, volgens de regels moest er een agressiviteitstraining georganiseerd. De werknemers werden in een kring geplaatst. De trainer wou eerst de ‘primaire reactie’ testen van een paar collega’s. Hij zou de ‘klootzak’ zijn en iemand in de kring een ‘slachtoffer’. Hij was van het soort dat de aanhalingstekens in de lucht schreef.

Het ‘slachtoffer’ was een studente van twintig met een flinke boezem. De trainingsmeneer snelde op haar af, keek haar borsten recht aan en begon het formaat ervan omstandig te beschrijven en zelfs te bejubelen. Eén medewerker begon zachtjes te grinniken, de meerderheid - zoals meestal in het leven - was te verbaasd om er iets van te zeggen. Het slachtoffer verloor de aanhalingstekens uit het oog en begon te huilen. De klootzak sprak van een ‘leermoment’. Later zei de studente tegen mijn vriendin dat ze over twee weken een borstverkleining had.

06/05/2010

  • 06 mei 2010