Anders

Ruth Lasters
Ruth Lasters is leerkracht Frans in Borgerhout. Van haar verschenen de romans Poolijs en Feestelijk Zweet.

De enige echte knowhow die Joeri Meys bezit, betreft het overleven van bazen. Drie verschillende heeft hij er reeds gehad. Drie vrijwillig nedergedaalde goden die hij het ene na het andere offer bracht.

Onder Kessels kon men aan het maagzuurgehalte van Joeri's adem ruiken of de baas al dan niet in de buurt was, veilig in vergadering zat of - nog geruststellender - op klantenbezoek was. Onder Dierckx werd hij geplaagd door kloppende hoofdpijn en nachtelijk gepieker dat onder Renders leidde tot licht alcoholisme en een ontspoorde behoefte aan cybertroost.

Nee, nu hij, Joeri Meys, door een vreemde speling van het lot, zelf tot manager is gekroond, zal hij eindelijk kunnen bewijzen dat het ook anders kan, dat menslievendheid en megaopbrengst niet noodzakelijk onverzoenbaar hoeven te zijn. Hij zal de hem geschonken Olympus niet hoogmoedig beklimmen, maar de godenberg, het aangename, tot bij zijn personeel brengen. Sterker nog, hij zal hen vriendelijkheid leren afdwingen van hun management, om ze weerbaarder te maken voor alle autoritaire superieuren waaronder zij nog zullen werken na hem.

Onder het mom van ‘gelukkige werknemers werken vanzelf’, stelt Meys met elk van hen een persoonlijk antistress-stappenplan op. Waar mogelijk helpt hij hen zelfs met de uitvoering ervan. Zo praat hij via de telefoon in op Ilse, de ziekelijk jaloerse verloofde van de magazijnier, die wordt overstelpt met haar ge-sms en gebel. De vader van facturiste Vera nodigt hij uit om hun al maanden aanslepende ruzie onder zijn begeleiding te komen uitpraten. Ward van de dispatch die zijn koppige zoon moet leren autorijden, brengt hij tot rust door de puber zelf rijlessen te geven op de bedrijfsparking. En het jarenlange slaaptekort veroorzaakt door de vorige directie, lost Joeri op door tussen 14u en 15u een algemene siësta te houden, die wordt beëindigd door een natuurgeluidenwekker.

Als het conflict tussen Vera en haar vader ontaardt in een scheldpartij, denkt de verloofde van de magazijnier met wie Meys therapeutisch aan het telefoneren is, dat zij haar geliefde hoort, die haar zelfs in het passioneel ruziemaken ontrouw blijkt, waarna zij in haar Opel springt. Om wat later de firmaoprit op te scheuren waar Wards zoon, die wat manoeuvres mocht oefenen, van het schrikken tegen de elektriciteitscabine knalt. Met een stroompanne tot gevolg, waardoor de natuurgeluidenwekker het niet doet, net wanneer de grote baas van het hoofdfiliaal tussen de siëstamatjes vol duttende werknemers staat, om met Meys over de barslechte omzetcijfers te komen praten. Uitgerekend op de dag waarop het personeel het gewoon is te worden gewekt door de roep van de orang-oetan en de zwarte uil.

Er lijkt niet alleen ge-oehoe uit zijn mond te komen als Meys het geluid probeert na te bootsen, maar ook zwarte uilen zelf, die hem voor de ogen zweven. Terwijl de anderen angstig het werk hervatten, wordt het pikdonker voor hem, als was hij beland in de onderwerkwereld, als enige ongelovige.

(rl) 

17/08/2012

  • 17 augustus 2012