‘Bullshit Management’, het best verkochte niet-management managementboek

Succes

Vijftienduizend managementboeken zijn er op de markt, en allemaal beweren ze de waarheid te verkondigen. ‘Als je die vijftienduizend waarheden gaat invoeren in je organisatie, is het snel afgelopen’, beweert Jos Verveen. In zijn boek ‘Bullshit Management’ veegt hij de vloer aan met managers, methodieken en leiderschapstrainingen.

Kunnen managementboeken dan geen bruikbare tips aanreiken?

Verveen: ‘Natuurlijk kan het hartstikke interessant zijn om te lezen hoe verschillende mensen over organisaties denken. Maar dat wil niet zeggen dat die boeken de waarheid in pacht hebben. Vaak schrijven ze voor hoe je de zaken moet aanpakken. Dat vind ik gevaarlijk. Ze doen je geloven dat management een wetenschap is, terwijl er helemaal geen blauwdruk voor organiseren bestaat. Ik heb in heel mijn carrière niet één blauwdruk gevonden die aantoonbaar werkt. Je kan dus net zo goed weer zelf logisch beginnen nadenken. Dat werkt wellicht beter dan een methode uit een boekje.’

‘Leidinggevenden krijgen bijvoorbeeld te horen dat ze zich niet met details mogen bezighouden. Ze moeten delegeren, zelfsturende teams oprichten en het nieuwe werken stimuleren. Allemaal goed en wel, maar Steve Jobs van Apple of John De Mol van Talpa geven leiding aan een groot bedrijf en toch bemoeien ze zich met alle details. Menen al die zelfverklaarde experts nu werkelijk dat deze bedrijfsleiders dat niet meer mogen doen?’

U stelt zich ook vragen bij wat u noemt ‘teambuildingsessies in een hutje op de hei’.

Als mensen graag iets met elkaar willen drinken of organiseren, dan moeten ze dat vooral doen, maar dan gewoon omdat het gezellig is. Je moet als directeur niet de illusie hebben dat werknemers dan opeens goed zullen samenwerken. Men heeft onderzocht of teambuilding invloed heeft op de samenwerking, en dat verband is niet gevonden. Bovendien bleek uit onderzoek dat meer dan de helft van de mensen teambuilding een verplicht nummer vindt. Er schuilt zelfs gevaar: als er een competitief element wordt ingebouwd, bestaat het risico dat mensen die strijdgedachte meenemen naar de werkvloer.

U hebt zelf bedrijfskunde gestudeerd. Ik neem aan dat u veel managementboeken gelezen hebt.

Ja, heel veel!

Hebt u er altijd sceptisch tegenover gestaan?

Nee, ik heb er zelfs heel hard in geloofd. Als je een opleiding volgt, krijg je in vijf of zes jaar al die theorie op je afgevuurd. Alsof organiseren een vak is en alsof de mensen die zich daarmee bezighouden een toegevoegde waarde hebben voor organisaties. Ik heb niets tegen leidinggevenden en chefs, zolang ze maar inhoudelijk bezig zijn. Het gaat me om die aparte categorie van mensen die aan het nadenken is over hoe organisaties het best ingericht kunnen worden en hoe het gedrag van mensen beïnvloed kan worden.

Na mijn opleiding heb ik vijftien jaar lang eerst als organisatie- en daarna als communicatieadviseur gewerkt. In die wereld is men er ongelofelijk van overtuigd dat men de waarheid in pacht heeft. De laatste jaren ben ik daar heel erg aan beginnen twijfelen.

Management bestaat al een eeuw. Blijft men er rotsvast in geloven?

Het blijft een ongelofelijk sterk geloof dat elke dag opnieuw wordt gepredikt. De MBA- en managementscholen leveren ieder jaar opnieuw horden nieuwe managers af. Er zijn ongelofelijk veel organisatie- en communicatieadviseurs. Iedere dag worden er ook weer nieuwe studies gepubliceerd, verschijnen er nieuwe berichten van managementbladen en introduceert men nieuwe methodieken. Het is een miljardenindustrie. De propaganda is zo enorm dat ik niet de illusie heb om met één boek het tij te kunnen keren. Ik hoop wel dat men lessen heeft getrokken uit de financiële crisis en dat men nu wat meer openstaat voor mijn boodschap.

Hebt u het gevoel dat uw boodschap overkomt?

Op dit moment is mijn boek het bestverkochte managementboek in Nederland. Wat best vreemd is, want managementboeken worden in de eerste plaats door managers gekocht. Aan de andere kant vind ik dat weer niet zo vreemd. Uit onderzoek blijkt dat niet alleen de mensen op de werkvloer twijfelen over het nut van management, ook de managers zelf zitten blijkbaar met twijfels. Ze vragen zich af wat we eigenlijk opschieten met al die methodieken, systemen, 360°-feedbackgesprekken en communicatietrainingen. Uit hetzelfde onderzoek blijkt ook dat meer dan de helft van de managers liever van baan zou veranderen en inhoudelijk aan de slag zou willen gaan.

Zijn er ook bedrijven die alle voorgekauwde methodieken doelbewust afzweren?

Ja, vooral familiebedrijven slagen er tot nu toe redelijk goed in om de adviseurs buiten de deur te houden. Ze geloven van nature in hun project en ze volgen gewoon hun hart, van generatie op generatie. Dat is eigenlijk de belangrijkste richtlijn: doe het gewoon op je eigen manier.

Kijk naar Eckart Wintzen (een Nederlandse ondernemer die zijn eenmansbedrijf BSO omvormde tot een multinational met tienduizend medewerkers, red.). Hij volgde geen MBA, hij was geen manager, hij deed alles op zijn eigen manier. Toen zijn bedrijf te groot werd, splitste hij het in twee cellen. Werden die cellen te groot, dan splitste hij die op hun beurt in twee. Die ‘celstructuur’ werkte, omdat hij erin geloofde. Maar ook die structuur is geen blauwdruk voor andere organisaties. Dat is nochtans wat consultants en wetenschappers ons willen doen geloven. Ze zien ergens een goed voorbeeld en plots moeten alle bedrijven dat voorbeeld volgen. Zo werkt het niet.

Bullshit management. Terug naar de essentie van organisaties door Jos Verveen werd uitgegeven bij Academic Service/Sdu.  

(mo) - Illustratie: (jvc)  

Meer info over Carrière

27/09/2011