Bruno Tobback: 'Moet ik me blijven excuseren dat ik de zoon van mijn vader ben?'

Bruno Tobback
"Het zou triest zijn, mocht ik vandaag nog even fel zijn. Een streber van oudere leeftijd is niet mooi om naar te kijken" (Bruno Tobback, politicus)

'Hoewel ik altijd al geïnteresseerd was in politiek, wou ik er voorzichtig instappen. Pas toen de SP in 1995, na de Agusta-affaire, alle hens aan dek riep, ging ik onderaan de kieslijst staan.' Bruno Tobback blikt terug én verklapt ons zijn beroepsgeheim …

'Omdat ik 20.000 voorkeursstemmen kreeg, moest ik tegen alle verwachtingen in gaan zetelen. Ik heb nog jaren de politiek gecombineerd met mijn job als advocaat, tot ik fractievoorzitter in het Vlaams parlement werd en me daar 100 procent voor wou inzetten.'

'In de politiek kreeg ik, veel meer dan in de advocatuur, de kans om continu bij te leren en brede contacten te hebben. Mijn eerste liefde was milieu. Toen ik in 2004 federaal minister werd, kreeg ik ook pensioenen in mijn portefeuille. Daar was ik absoluut geen deskundige in. Ik dacht eerst dat het saaie materie was. Daarin heb ik me erg vergist: het is een dossier waarin elke steen die je verlegt impact heeft. Als ik ergens trots op mag zijn, dan is het dat de maatregelen, genomen in het kader van het Generatiepact, ervoor gezorgd hebben dat de armoede bij gepensioneerden is afgenomen.'

Theater van de democratie

'Ik ben blij dat ik de tijd heb genomen om de stiel te leren. Dat ik zelf het spel heb leren doorzien en dossierkennis heb opgebouwd, maakte me minder afhankelijk van adviseurs. Ik waakte er ook over nooit op hetzelfde niveau als mijn vader actief te zijn. Dat ik de zoon van Louis Tobback ben, heeft me uiteraard aanvankelijk kansen gegeven, maar moet ik me daarvoor blijven excuseren?'

'Wat ik geleerd heb door mijn vader te observeren, is dat het niet enkel belangrijk is dat je kan uitleggen wat je van slimme mensen hebt geleerd, maar dat je ook aan de man in de straat duidelijk moet maken wat het voor hem betekent. Je moet ook vertellen voor welke waarden je staat. Dat mis ik soms bij collega’s.'

'Een grote mond is in de politiek onmisbaar. Als je iets weet, moet je ook de guts hebben om het te zeggen. Die rol speel je in het parlement, het theater van de democratie. In discussies met medewerkers denk ik graag luidop. Al freewheelend zeg je dan soms een stommiteit. Als ik daarmee al mensen tegen de haren ingestreken heb: sorry, dat is mijn manier van werken. Als je met thema’s in de sociale zekerheid bezig bent, moet je die van zeven kanten bekijken vóór je een standpunt inneemt. Anders bestrijd je eerder de symptomen dan de kern van het probleem.'

Woordvoerder en diplomaat

'Als fractievoorzitter in de Kamer ben ik de woordvoerder, maar ook de diplomaat van de partij. Nu behoort diplomatie, in tegenstelling tot mijn grote mond, niet tot mijn natuurlijke gaven. Intussen ben ik er al wel beter in geworden. Als jonge twintiger moest ik opboksen tegen kanjers als Norbert De Batselier en Steve Stevaert. Dan moet je al eens je schouders zetten. Het zou triest zijn, mocht ik vandaag nog even fel zijn. Een streber van oudere leeftijd is niet mooi om naar te kijken.'

(pvd) - Foto: (ip) 

05/07/2011

  • 05 juli 2011