België is de minst slechte leerling in een zwakke klas

“Ik vraag me af of de schoolplicht tot 18 jaar wel voor iedereen goed is” (Geert Van Hootegem, arbeidssocioloog K.U.Leuven)

Onze arbeidsmarkt heeft de crisis relatief goed overleefd. Dat hebt u waarschijnlijk ook al opgevangen. Maakt dat van België plots het te volgen voorbeeld? ‘Laten we het zo zeggen’, stelt Marc De Vos: ‘Sinds de crisis zijn we bij de minst slecht presterende landen in een over het algemeen zeer slecht presterende regio.’

We mogen dan overlevers zijn, al decennia slaagt onze arbeidsmarkt er onvoldoende in om jongeren, oudere werknemers en allochtonen aan het werk te krijgen. Dat kan beter, maar hoe?

Tekortkomingen

Een recente studie van het Centrum voor Sociologisch Onderzoek van de K.U.Leuven, Vlaanderen in vergelijkend Europees perspectief, toont de tekortkomingen van onze arbeidsmarkt aan. De Vlaamse regering koestert ambitieuze plannen om tegen 2020 de werkzaamheidsgraad op te trekken tot 76 procent. Dat is het aantal effectief werkende mensen in het deel van de bevolking dat op arbeidsleeftijd is (15-65 jaar).

In 2010 strandde de werkzaamheidsgraad in Vlaanderen op 66,3 procent. We doen het daarmee veel beter dan het Brussels gewest (54,8%) en Wallonië (56,7%), iets beter dan Frankrijk (64,0%), maar minder goed dan Nederland (74,7%), Denemarken (73,4%), Duitsland (71,1%) en Groot-Brittanië (69,5%).

Niet voor outsiders

Deze cijfers vertellen bovendien slechts een deel van het verhaal. Onze arbeidsmarkt is er een voor insiders, waarbij outsiders als jongeren onder de 25, vroeg uittredende ouderen en belabberd geïntegreerde allochtonen er bekaaid afkomen. Volgens de VDAB behoren momenteel 7 van de 10 werkzoekenden tot een kansengroep (laaggeschoolden, allochtonen, arbeidsgehandicapten en ouderen).

Ook de recentste economische doorlichting van België door de OESO benadrukt dat de tewerkstelling in ons land substantieel omhoog moet. De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling heeft het over ‘diepgewortelde structurele problemen’ waar de Belgische arbeidsmarkt mee kampt.

Puntjes op de i

Angel Gurría, secretaris-generaal van de OESO, zet de puntjes op de i: ‘De jeugdwerkloosheid is hoog en de tewerkstelling van jongeren is laag in vergelijking met internationale cijfers. De performantie van migranten op de arbeidsmarkt in België is bij de slechtste van Europa.’

Gurría is ook niet mals over de effecten van de automatische loonindexering. ‘De relatief snelle loongroei heeft de competitiviteit uitgehold. De uurlonen zijn in België sneller gestegen dan bij zijn belangrijkste concurrenten en sneller dan de Belgische productiviteitsstijging.’

Gurría vindt dat de effectieve pensioenleeftijd omhoog moet. Voor alle genoemde problemen adviseert de OESO ook concrete oplossingen. Om de jeugdwerkloosheid in te perken, zouden jongeren de mogelijkheid moeten hebben om werken en studeren beter te combineren. Migranten kunnen baat hebben bij een betere taalopleiding, en het onderwijs zou in het algemeen beter aan hun behoeften moeten worden aangepast. Participatie aan de arbeidsmarkt kan volgens de OESO bevorderd worden door de hoge belastingen op de laagste inkomsten te verlagen en de vele achterpoortjes naar vervroegde pensionering te sluiten.

Zwaar gesubsidieerd

Professor Marc De Vos is directeur van Itinera Institute en doceert Belgisch, Europees en Internationaal arbeidsrecht aan de universiteiten van Gent en Brussel. ‘Alles bij mekaar doet de Belgische arbeidsmarkt het nog niet zo slecht in vergelijking met andere Europese landen’, zegt hij. ‘Anders gesteld: sinds de crisis zijn we bij de minst slecht presterende landen in een over het algemeen zeer slecht presterende regio.’

Wat De Vos zorgen baart, is dat meer dan 60 procent van de nieuwe jobs van de laatste tien jaar zwaar gesubsidieerd zijn, zoals Itinera berekende op basis van gegevens van de Nationale Bank. Bovendien doet de vergrijzingsproblematiek een moeilijk te vullen gat in de markt ontstaan. Maar waar het allemaal begint, is bij het onderwijs, stelt de Itinera-directeur. ‘Te veel mensen komen op de arbeidsmarkt zonder diploma of zonder essentiële vaardigheden. Wat dat betreft zijn we niet bij de allerslechtsten van Europa, maar we scoren wel slecht voor de groepen die het moeilijk hebben op de arbeidsmarkt.’

Minder lang naar school

Professor Geert Van Hootegem (K.U.Leuven) lanceert bij wijze van oplossing een andere manier van denken over leren. ‘Ik vraag me af of de schoolplicht tot 18 jaar wel voor iedereen goed is’, zegt de arbeidssocioloog. ‘Ondanks die schoolplicht zien we heel veel ongekwalificeerde uitstroom, die vooral onder de (allochtone) jongens problematisch hoog is. Ik pleit ervoor om de schoolplicht te verlagen en werk te maken van een attractief systeem van gecombineerd werken en deeltijds leren, wat in Duitsland trouwens de basis vormt van het onderwijssysteem.’

Ons onderwijs werkt marginaliserend voor allochtonen, en slaagt er daarnaast niet in om voldoende werknemers af te leveren om de knelpuntberoepen in te vullen. Waarbij de vraag gesteld kan worden of dat woord nog op zijn plaats is nu volgens de laatste cijfers van de VDAB meer dan de helft van de vacatures (53,4%) op de Vlaamse arbeidsmarkt aan die definitie voldoet.

Weinig doorgroei- en toekomstmogelijkheden

De slechte match tussen steeds schaarser talent enerzijds en de vraag van de arbeidsmarkt anderzijds dreigt op termijn te leiden tot artificiële schaarste, gemiste kansen voor economische ontwikkeling en een inflatie van de loonkosten, stelt professor De Vos. ‘We hebben behoefte aan een strategie om dat probleem op te lossen. Hoe kunnen we de keuzes in het onderwijs beter sensibiliseren, zoals men dat bijvoorbeeld in Nederland doet?’

Om de arbeidsmarkt in beweging te brengen, pleit Marc De Vos voor een hervorming van de werkloosheidsverzekering. Die ziet hij idealiter als een communicerend vat met een geleidelijk afnemende uitkering en een toenemend budget om nieuw werk te vinden. Massaal geld besteden aan jobcreatie, zoals bijvoorbeeld met de dienstencheques, is volgens professor De Vos geen goede manier van werken. ‘Zulke jobs bieden weinig doorgroei- en toekomstmogelijkheden en bevriezen het menselijk kapitaal. Het eigenlijke probleem is dat je zulke jobs niet kunt creëren met onze loonlasten. Dat kan je volgens mij beter oplossen door een verlaging van de eerste trede op de belastingladder dan met het zoveelste banenplan.’

Vastgeroeste statuten

Wat 55-plussers betreft, pleiten zowel De Vos als Van Hootegem voor het openbreken van de vastgeroeste statuten die ons systeem kenmerken. ‘Het is erg moeilijk voor mensen die verplicht met brugpensioen zijn gestuurd om terug aan de slag te gaan’, zegt Van Hootegem. ‘Die heen- en weerbeweging moet makkelijk en mogelijk zijn. Net zoals het veel makkelijker zou moeten zijn om te switchen tussen het zelfstandigen- en werknemersstatuut.’

‘Zowel binnen als buiten de ondernemingen en tussen de sectoren missen we een bepaalde dynamiek’, stelt De Vos. ‘Ons systeem is verkaveld in strak omlijnde statuten die verandering moeilijk maken. Ook hier bestaat geen alleenzaligmakende oplossing, al kan een vehikel als de loopbaanrekening helpen. Dat is een financiële hefboom die door de overheid, werkgever en de werknemer zou worden gefinancierd en die periodes als werkloosheid, aanvullende opleiding, verlof en tijdskrediet kan overbruggen en voor een meer flexibele carrière moet zorgen.’

Om 55-plussers langer aan het werk te houden, moeten we de arbeid anders gaan organiseren, zegt Geert Van Hootegem. ‘Wat je kunt en wilt als pas afgestudeerde is anders dan wat je kunt en wilt als 55-plusser. Die mensen werken anders, maar presteren daarom niet minder goed. Autobouwer BMW heeft in een van zijn fabrieken een productielijn gemaakt met alleen maar ‘oudere’ werknemers. Hun werd gevraagd het werk zo te organiseren dat ze het nog lange tijd zouden kunnen doen. Uiteindelijk steeg de productiviteit met 7 procent en was de lijn even productief als die van jongere werknemers. Er is veel potentieel, maar je moet bereid zijn het te ontplooien.’

Allochtonen mobiliseren

Datzelfde geldt voor de grote groep allochtonen die vandaag niet aan het werk is. ‘We hebben een brede maatschappelijke mobilisatie nodig’, zegt Marc De Vos. ‘Te beginnen bij de buurt waarin men opgroeit, de ouders, de scholen. Uiteraard moeten we ook de discriminatie op de arbeidsmarkt bestrijden. Fundamenteel gaat dit over of allochtonen echt aan boord van onze samenleving komen. Het is een complexe uitdaging, waarin wel een aantal quick wins mogelijk zijn: ik denk dan aan concrete initiatieven met symboolfunctie en succesvolle recepten uit het buitenland.’

Geert Van Hootegem stelt het ietwat cynischer. ‘De voorbije dertig jaar hadden we een overschot op de arbeidsmarkt en konden we het ons - cru gesteld - economisch permitteren dat bepaalde groepen niet aan bod kwamen, al zorgde dat op sociaal gebied wel voor grote problemen. Vanaf 2011 zijn er steeds minder mensen tussen 15 en 65 jaar en wordt het ook een economisch probleem. Reden genoeg om er eindelijk werk van te maken.’

Uit de cijfers van de VDAB blijkt alvast dat 65 procent van de jongeren onder de 25, werkzoekenden boven de 50 en allochtonen die het afgelopen jaar een opleiding volgde, binnen de zes maand ook werk vond.

(jb) 

30/09/2011

  • 30 september 2011