Bart Moeyaert: Boswachter

boswachter Bart Moeyaert

In het dagelijkse leven zit jeugdauteur Bart Moeyaert vooral achter de schrijftafel. Maar stiekem droomde hij ervan zijn dagen door te brengen in het groen.

Beroepshalve voor de natuur zorgen; als prille tiener leek me dat een fijn idee. De verhalen van Jaap Ter Haar over Eelke, de zoon van een boswachter, bevestigden dit. Tegelijk had ik het vage idee dat ik ooit iets met boeken wou doen, ik schreef toen al verhalen. Schrijver, zo werd me verteld, was geen écht beroep. Eerder iets voor na de diensturen. Boswachter leek me bijgevolg ideaal: tegen de middag heb je je bos gecontroleerd, waarna je in alle rust wat kan lezen en schrijven.

“Boswachter leek me een ideaal beroep: tegen de middag heb je je bos gecontroleerd, waarna je in alle rust wat kan lezen en schrijven.”

Sommige natuurboeken waar ik tijdens mijn jeugd constant met mijn neus in zat, staan nog altijd in mijn kast. ‘Wij verkennen de natuur’ uit 1969 bijvoorbeeld, met tips om dieren te herkennen, de beschrijving van de verschillende soorten grassen. Een zalig boek. De natuurproeven die erin stonden, testte ik zelf uit. Achterin onze tuin had ik mijn eigen mini-boerderijtje met een moestuintje, konijnen en Guinese biggetjes.

We woonden aan de rand van Brugge. Toen ons huis gebouwd werd, lag het aan een zandweg. Tot Damme, vijf kilometer verder, had je enkel landerijen. We leefden naar mijn gevoel in the middle of nowhere. Toen ook onze buurt volgebouwd was, kocht mijn vader een lapje grond in Hertsberge om er schapen te houden. Daar maakte ik in mijn eentje prachtige wandelingen: door het struikgewas ploeteren, in moerasachtige gebieden terechtkomen, plots tussen de irissen staan. Het was er zo stil. Een beetje bevreemdend ook. Een soort niemandsland waar ik me als kind toch niet altijd helemaal op mijn gemak voelde.

Op mijn veertiende schreef ik een verhaal dat zich daar afspeelde. Een supermarktketen wilde er een stuk grond kopen, maar een clubje kinderen stak daar een stokje voor. Om de natuur te beschermen. Jazeker, héél geëngageerd.

Nu leef ik in de jungle van de stad. Op mijn grote terras kweek ik bloemen en planten. De volle grond mis ik wel, maar dat wordt gecompenseerd door de opwinding van de stad. Maar een stad is nooit stil en soms heb ik nood aan rust. Om een ander ritme op te zoeken, dat van de natuur, durf ik ’s avonds laat nog naar de zee rijden. Nog meer dan in een bos vind ik op het strand, op dat late uur, een inspirerende leegte.

29/04/2009

  • 29 april 2009