Bart Cannaerts: 'Grappig zijn is mijn beroep'

Bart Cannaerts
Comedian Bart Cannaerts: "Een keer riep iemand uit het publiek: slécht! Afgaan is in dit vak geen nachtmerrie, maar een realiteit."

Het gaat hard voor Bart Cannaerts. In 2006 zette hij zijn eerste stappen in comedy. Intussen is hij met zijn eerste avondvullende show 'Ik tel tot tien!' op tournee. Daarnaast bedenkt hij grappen voor 'Benidorm Bastards' en 'M!LF'. "Ik ben altijd een grappige Frans geweest."

Je tournee met je soloshow loopt ten einde. Is het hard werken op het podium?

Eens je op de planken staat, is het zwaarste werk eigenlijk voorbij. Ik heb twee maanden intensief aan de 1,5 uur durende show geschreven, al heb ik ook dingen gebruikt die ik al twee jaar eerder bedacht had. Het was vooral een samenrapen van mijn beste grappen. Op 1 oktober was de show klaar, en dan hoefde ik hem enkel nog te spelen. Voor een avondvoorstelling ben ik ’s middags al onderweg. Ik speel met vier muzikanten en heb geen roadie om alles klaar te zetten. Ik help dus zelf mee met de opbouw. Daarna is het hopen dat alles vlot verloopt en dat het publiek met mijn grappen kan lachen.

Is dat altijd het geval?

Absoluut niet (lacht). Eén keer riep iemand: ‘slécht!’. Nu, het is geen nachtmerrie voor een stand-upcomedian om af en toe af te gaan. Dat is gewoon realiteit. Maar als alles goed loopt, is een voorstelling zo voorbij en voel je niet dat je aan het werken bent. Als je comedy al werk kan noemen. Als het tegenzit, is het soms trekken en sleuren om het publiek mee te krijgen. In een zaal is de appreciatie heel direct. Op basis van de reacties heb ik aan mij soloshow ook hier en daar wat bijgeschaafd.

Je hebt een paar jaar voor de klas gestaan. Helpt die ervaring?

Ik heb voor bio-ingenieur gestudeerd en heb een aantal jaar wetenschappelijke vakken en wiskunde gegeven in het secundair. Gezag uitstralen was niet mijn sterkste punt, maar ik vond het wel plezant om zo’n bende tieners een uur geboeid te houden. Dat was het leukste aan die job. Ik denk ook wel dat ik er een aantal heb kunnen warm maken voor die vakken. Daar is ook het idee gegroeid om ooit op een podium te staan, al was het een late roeping. Thuis werden er wel platen van Toon Hermans opgelegd en ik was altijd al een vrolijke Frans, maar aan comedy dacht ik niet. Tot ik voor de klas stond. Veel comedians zijn trouwens ooit leraar geweest. Ik ben uiteindelijk naar het conservatorium getrokken om woordkunst te volgen.

Wanneer dacht je van comedy je beroep te kunnen maken?

In 2007 heb ik ‘Humo’s Comedy Cup’ gewonnen. De winnaars van de vorige edities waren toen goed op baan om van stand-upcomedian hun hoofdberoep te maken. Ik dacht: misschien kan het toch, hoewel ik het nog altijd niet voltijds doe. Ik werk ook voor een productiehuis, waar ik grappen bedenk voor tv-programma’s. Die job wil ik niet opgeven, hoewel het lastig is om na een werkdag van 8 uur nog grappen voor jezelf te bedenken. Grappig zijn, is in feite mijn beroep.

Je hebt onder andere aan ‘M!LF’ en ‘Benidorm Bastards’ meegewerkt.

Ja, daar maak ik moppen voor andere mensen. Voor ‘M!LF’ was ik eindredacteur en moest ik voor Philippe Geubels, een collega comedian, grappen schrijven. Wat ik erg graag deed (lacht). Sommige andere comedians vragen me soms of ik er geen problemen mee heb dat hij succes oogst met mijn verzinsels. Zo bekijk ik dat niet. Ik zou het ook niet kunnen, wat hij in dat programma doet. Ik vind het leuk om voor ‘M!LF’ in het hoofd van Philippe te kruipen en te bedenken hoe hij een grap zou vertellen. Zijn shows op het podium schrijft hij uiteraard wel allemaal zelf.

Is humor op tv moeilijker?

Een zaal heb je veel meer in de hand. Voor tv zitten mensen chips te eten of zijn ze met hun kinderen bezig. Als het niet grappig is, zappen ze weg. In een zaal hebben ze die optie niet. Daar kan je vijf minuten naar een gigantische clou toe werken.

Stand-upcomedy is momenteel een hype. Helpt dat om de stap naar de planken te wagen?

Hype impliceert dat de interesse voorbij zal gaan en ik hoop dat het niet zover komt. Toen ik drie jaar geleden begon, zat comedy bij het grote publiek in de lift met ‘Comedy Casino’ en ‘Humo’s Comedy Cup’. Toen waren Raf Coppens en Nigel Williams al 10 jaar aan de weg aan het timmeren. Ik heb het veel gemakkelijker gehad. Zij moesten in cafés gaan vragen of ze een paar minuten kregen om op de toog hun grappen te vertellen. Ik weet niet of ik dat zou gedaan hebben.

Wat staat er de komende maanden op stapel?

Het wordt rustig qua comedy-optredens. Vanaf juni beginnen we te brainstormen over iets totaal nieuws. Wat het wordt, staat nog niet vast. Het wordt alleszins iets grappigs voor tv.

(ks) 

31/05/2010

  • 31 mei 2010