Algemeen Belgisch Vlasverbond is optimistisch: ‘Veel opportuniteiten, maar ook een heel pak uitdagingen’

“De groep Indiërs en Chinezen die een nicheproduct als linnen kan kopen, wordt steeds groter.” (Christiaan Vlaemynck, directeur Algemeen Belgisch Vlasverbond)

Het Algemeen Belgisch Vlasverbond hoort kopers uit Azië natuurlijk graag zeggen dat de vraag naar Europees vlas tegen 2020 explosief zal groeien. Maar de ervaring leert de sectororganisatie dat voorzichtigheid altijd geboden is. “Woorden zeggen niet genoeg, er moeten ook garanties zijn qua afzet en prijszetting.”

De bal ging aan het rollen tijdens de jongste Europese conferentie voor de vlas- en hennepsector, begin november in Boedapest. Het Algemeen Belgisch Vlasverbond, met hoofdzetel in Kortrijk, nam eraan deel, maar ook ‘vlaskopers’ uit onder meer Zuid-Korea, China en India.

Volgens Christiaan Vlaemynck van de Belgische beroepsorganisatie gaf dit een extra dimensie aan de conferentie. “De vlaskopers kondigden sterke groeiprognoses aan, vooral in China en India. Dat klinkt natuurlijk als muziek in de oren. We hebben er trouwens ook net een positieve campagne (of oogstjaar, red.) op zitten. Zo’n campagne loopt van 1 juli tot 30 juni het jaar daarop. De balans tussen vraag en aanbod oogt positief, de voorraden zijn laag en de prijzen staan relatief sterk. Gelukkig, want die bevonden zich de voorbije jaren ver onder het normale niveau. Dergelijke ups en downs zijn typisch voor onze sector. Maar onze vlasverwerkende bedrijven en handelaars kunnen nu een marge nemen en provisies aanleggen om moeilijkere jaren goed door te komen.”

Spijkerharde garanties gewenst

Er is dus wel degelijk nog sprake van een vlasnijverheid in ons land, hoewel de jongste dertig jaar heel wat bedrijven en de bijhorende tewerkstelling zijn verdwenen. “Toen ik in 1986 mijn eerste vergadering bijwoonde bij het Algemeen Belgisch Vlasverbond waren daar 148 bedrijven vertegenwoordigd, nu zijn we nog met 50 vlassers. Over tien jaar zie ik er daar nog dertig van overblijven”, zegt Paul Debaere, zaakvoerder van het Waregemse vlasverwerkend bedrijf Devanta. “Met 2.000 werknemers is de tewerkstelling relatief klein, maar toch ook niet onbeduidend”, zegt Christiaan Vlaemynck. “Naast de ‘zwingelbedrijven’ zijn er nog handelaars en constructeurs van zwingel- en oogstmachines actief. En de jongste jaren is de tewerkstelling stabiel gebleven.”

Zorgt de verhoogde vraag uit Azië ook voor extra werkgelegenheid? Die vraag is moeilijk te beantwoorden. “De Indiase vertegenwoordiger op de conferentie in Boedapest sprak van een exponentiële groei tegen 2020, en zei dat we hier ons vlasareaal – dus het aantal hectare uitgezaaid vlas – tegen dan moesten verdubbelen”, zegt Christiaan Vlaemynck. “Dat zou extra werk opleveren, maar het is weinig realistisch. De gronden moeten in de eerste plaats beschikbaar zijn. Momenteel staat België in voor 12.300 hectare vlasteelt, op een totaal van 81.000 in Frankrijk, België en Nederland samen. Onze vlasbedrijven telen voor twee derde in Wallonië en nemen ook nog vlas uit Frankrijk en Nederland af. Praktisch gezien kunnen we de beschikbare arealen niet zomaar verdubbelen. Bovendien willen onze bedrijven, voor ze structureel gaan investeren – onder meer ook in extra oogstmachines – spijkerharde garanties op voldoende afname en een goede prijs.”

Aziatische opportuniteiten

Ook Christiaan Vlaemynck wijst erop dat nu al 85 procent van het Franse en Belgische vlas naar China gaat om er versponnen te worden tot garen, stoffen en confectieproducten, vooral bedoeld voor de export naar Europa en de VS. De meeste West- en Oost-Vlaamse vlassers en handelshuizen zijn nu al heel sterk aanwezig in China via plaatselijke kantoren.

“Door de toegenomen levensstandaard wordt de groep Indiërs en Chinezen die een nicheproduct als linnen kan kopen, steeds groter. Hun interne vraag groeit dus. Daarbij komt dat linnen, door de vochtopslorpende eigenschap van vlas, ideaal is om in hun klimaat te gebruiken. En ten slotte hebben China, India maar bijvoorbeeld ook Japan een lange traditie in het gebruik van bastvezels zoals vlas en hennep.”

Maar die daar telen, is niet vanzelfsprekend, en dat speelt in het voordeel van de Europese maar ook Wit-Russische vlastelers en -verwerkers. “Vergis je niet: China is een belangrijke vlasproducent, maar hun areaal is de jongste jaren wel sterk verminderd. Zij telen vooral in het noordoosten, vlakbij Mongolië, en hun teeltseizoen is te kort om een constante kwaliteit te kunnen garanderen. Daarom mengen zij hun vlasvezels met Europese.”

Industriële vlastoepassingen

Een optimistische kijk op de toekomst lijkt dus meer dan gerechtvaardigd, ook al omdat elders in de wereld de vraag naar ‘ons’ vlas ook groeit. Bijvoorbeeld in de Verenigde Staten, waar steeds meer consumenten authentieke en ecologische verantwoorde eindproducten wensen.

“We kunnen zeker positief zijn,” zegt Christiaan Vlaemynck, “maar mogen tegelijk enkele belangrijke uitdagingen niet uit het oog verliezen. Een stabiele kwaliteit van ons vlas bijvoorbeeld, wat niet gemakkelijk is aangezien we daarvoor sterk weersafhankelijk zijn. Maar zeker ook een stabiele prijs, die niet te hoog oploopt omdat we ons anders uit de markt prijzen.”

Naast confectie en garen, bieden ook industriële composietproducten kansen voor een duurzame vlas- en hennepnijverheid. “Men wil steeds meer af van olie- en aardolieproducten als grondstof voor kunststoffen. Vlasvezels zijn sterk en hebben een sterk (geluids)dempend effect, wat ze zeer geschikt maakt voor composietmaterialen. We kunnen op dat vlak nog niet van massaproductie spreken, maar het potentieel is er”, zegt Christiaan Vlaemynck. En met onder andere dat potentieel, kan de West- en Oost-Vlaamse vlassector zijn voordeel doen. Optimistisch maar realistisch.

(jd)

19/12/2014

  • 19 december 2014