5 redenen waarom jouw werk onzichtbaar blijft voor je collega’s

Je werkt je te pletter voor je job, maar aan het einde van de rit erkent geen van je collega’s, laat staan je baas, jouw verdienste. Het is heel erg herkenbaar en vooral: frustrerend. Maar hoe komt het eigenlijk dat jouw werk onzichtbaar blijft?

1. Je toont het te weinig

Draait alles op de werkvloer rond het resultaat? Ja, zou je denken. En zeker voor je baas. Maar ook die is maar een mens. Dus draait alles in de eerste plaats rond perceptie. Meestal word je beoordeeld op wat mensen zien. Het is niet omdat je hard werkt dat anderen het ook opmerken. Voor luiere collega’s geldt trouwens het omgekeerde: het is niet omdat hun baas denkt dat ze hard werken, dat ze harde werkers zijn. Kan frustrerend zijn, maar that’s the way it goes.

Toon dat je hard werkt of geef op z’n minst die indruk. Werk desnoods niet hard, maar slim. Er zijn een paar trucjes die helpen om te laten zien dat je je best doet. Kom vijf minuutjes vroeger naar het werk, blijf een paar minuten langer. Je kan wel zeggen dat je elke dag je werk hebt gedaan binnen de vooropgestelde uren, maar daar ligt niemand wakker van – dat is ‘normaal’. Als je wat vroeger komt of langer blijft, geeft dat meteen een heel andere indruk. Idem dito voor pakweg vergaderingen.

Tenzij je collega’s of baas ontevreden zijn, gaan ze je niet vragen welk werk je de voorbije dagen gedaan hebt. Zeg het hen zélf. Weet jij immers wat al je collega’s doen? Neen. Hou iedereen een beetje op de hoogte, dan zien ze naast het resultaat ook het werkproces. Het kan ook indirecter, door af en toe naar feedback te vragen. Zo leg je impliciet de nadruk op wat je allemaal doet.

2. Je schrapt te weinig onbelangrijk werk

Er zijn natuurlijk verschillende soorten werk. Aan de basis van je dagtaak ligt een hoop rompslomp, werk dat je dag vult zonder dat je het zelf doorhebt. Het wegwerken van mails, het bijhouden van de agenda, het updaten van de administratie. Meestal kan je zelf moeilijk zeggen hoe hard je eraan gewerkt hebt, laat staan dat anderen het kunnen.

Dat werk slorpt je tijd en energie op zonder dat je zelf het gevoel hebt dat het nuttig is. Als je dat werk zelf als nutteloos aanvoelt, hoe verwacht je dan dat je collega’s het percipiëren? Durf te schrappen in je to-dolijstje. Kies vaker voor de relevante en belangrijke bezigheden. Met het zogezegd nuttelozer werk kan je ook niet uitpakken. En als je je werk niet toont, dan zitten we weer bij puntje 1.

3. Je blijft in de comfortzone van het gewone werk

Naast de dagdagelijkse rompslomp is er het werk waarvoor je in se aangenomen bent en betaald wordt: je ‘echte’ dagtaak. Die wil je goed doen, want het zorgt voor je legitimiteit op de werkvloer, het is de reden dat je aan het einde van de maand betaald wordt. Maar net om die reden zal je er weinig zichtbaarheid voor krijgen. Je wordt er voor betaald, toch?

Opvallen doe je als je werk zelf je voldoening geeft. Want dat gevoel straal je uit. Die voldoening krijg je pas als je effectief kan uitblinken én je expertise kan presenteren. De job die je elke dag doet, wordt comfortabel, voorspelbaar, routineus... Dat voelt veilig, want je doet wat er van je verwacht wordt. Durf die comfortzone al eens te verlaten.

Zeg niet te makkelijk ja tegen meer werk. Wel tegen meer belangrijk werk. Als je alleen maar je standaardjob doet, moet je al heel erg véél doen voor het gezien wordt. Doe meer werk waar je effectief trots op bent, want die trots draag je uit.

4. Je bent niet geliefd genoeg bij je collega’s

Hou je collega’s te vriend. Opnieuw: perceptie. Als je hard werkt, maar niet geliefd bent, dan zal je niet snel complimenten krijgen voor je arbeid. Het is belangrijk dat je zélf toont en zegt dat je hard werkt, maar pas op dat je niet het strebertje of de uitslover van het kantoor wordt. Dan wordt er snel aan je poten gezaagd door je luiere collega’s.

Vind een middenweg en zorg er voor dat ook andere collega’s laten uitschijnen dat je hard werkt. Je kan van jezelf zeggen dat je dit en dat verwezenlijkt hebt. Maar het is nog veel efficiënter als anderen dat voor jou doen. Dat sociale bewijs geeft je werk naast meer zichtbaarheid, ook meer waarde. In plaats van te veel tijd te steken in overuren, kan je die tijd misschien gebruiken om te netwerken. Helpt altijd.

5. Je probeert nog harder te werken om op te vallen

Het codewoord is, je weet het ondertussen al, perceptie. Collega’s en bazen hechten er vooral belang aan dat je betrouwbaar bent, of toch die indruk geeft. Wat jouw werkelijke inzet is, is vaak minder van belang. Meer nog: soms komt die verkeerd over. Als je een opdracht te vroeg inlevert, word je verdacht van laksheid of haast. Als je iets extra doet, lijkt het alsof je iets wil goed maken. En dat knaagt net aan je betrouwbaarheid.

Als je uiteindelijk het gevoel hebt dat je harde werk helemaal niet opgemerkt wordt, om welke reden dan ook, laat het dan zo. Stop dan met dat harde werken. Nóg harder werken is een slechte strategie. Voor je het weet ontplof je op je werk en doe je al je werk teniet. Of ontplof je binnenin, met hetzelfde resultaat. Je wil niet de harde werker zijn die pas bekendheid vergaart met zijn burn-out.

(mr) 

Meer info over Stress , Evaluatie , Gelukkig op het werk , Collega's , Bazen , Teamwork , Persoonlijke ontwikkeling

26/08/2016